<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2020:78</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-10T15:09:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Cur201903102</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2020:78">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2020:78</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-10T15:08:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2020:78 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 07-04-2020 / Cur201903102</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2020:78:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om stukken in het kader van een belastingprocedure is niet aan te merken als een lob-verzoek. Onbevoegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2020:78:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Uitspraak</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">[eiser 1] en</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[eiser 2],</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Panama, onderscheidenlijk</para>
      <para>wonend in Curaçao,</para>
      <para>eisers,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk, advocaat,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Financiën,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. H.W. Braam, advocaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 29 augustus 2019 hebben eisers beroep ingesteld tegen de weigering van verweerder om op hun verzoek om openbaarmaking van stukken (het verzoek) te beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht heeft de zaak ter openbare zitting behandeld op 12 maart 2020. Eisers werden daar vertegenwoordigd door hun gemachtigde, vergezeld door [eiser 2]. Voor verweerder is daar zijn gemachtigde verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 1 van de Landsverordening openbaarheid van bestuur (Lob) wordt in deze landsverordening onder ‘bestuursorgaan’ verstaan ‘de minister die het rechtstreeks aangaat’ en onder ‘bestuurlijke aangelegenheid’ ‘een aangelegenheid die betrekking heeft op beleid van een bestuursorgaan, daaronder begrepen de voorbereiding en de uitvoering daarvan’.</para>
    <para>	Op grond van artikel 3, eerste lid, kan een ieder verzoeken om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of tot de onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame directies, departementen, diensten, bureaus, secretariaten en instellingen.</para>
    <para />
    <para>2. Bij brief van 29 december 2017 hebben eisers verweerder verzocht om openbaarmaking van alle documenten die betrekking hebben op de kwestie van de verschuldigdheid van invoerrechten en omzetbelasting van eisers voor de invoer van de boot [naam boot] (de kwestie). Over de afwijzing van een verzoek om restitutie van de ter zake daarvan betaalde NAf 83.401,50 was toen reeds een procedure aanhangig, die thans nog in appel voorligt bij het Hof Belastingen.</para>
    <parablock>
      <para>Nadat verweerder op het verzoek van 29 december 2017 had beslist bij beschikking van 29 januari 2019, kwamen eisers tot het inzicht dat niet alle stukken waarom zij hadden verzocht aan hen ter hand waren gesteld.</para>
      <para>Bij e‑mail van 5 juni 2019 hebben zij toen het verzoek gedaan, waarbij zij wederom om openbaarmaking van alle stukken met betrekking tot de kwestie verzoeken, in het bijzonder nu om de processen-verbaal met nrs. 34-2014 en 32‑2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Het Gerecht merkt het beroep aan als gericht tegen de weigering van verweerder (tijdig) te beslissen op het verzoek (de fictieve weigering).</para>
    <para />
    <para>4. Ambtshalve daarover oordelend, overweegt het Gerecht dat het verzoek niet als een verzoek om openbaarmaking op grond van de Lob aangemerkt kan worden, gelet op het oogmerk waarmee dat is gedaan, namelijk het verkrijgen van stukken van een wederpartij in een geschil voor de belastingrechter. In het kader van die procedure moet de Inspecteur der invoerrechten en accijnzen in Curaçao (de Inspecteur) alle op die zaak betrekking hebbende stukken overleggen en het is aan de desbetreffende rechter, zo nodig desgevraagd, te beoordelen of de Inspecteur aan die verplichting gevolg heeft gegeven en daaraan zo nodig consequenties te verbinden.</para>
    <para>	De kwestie waarover eisers stukken willen hebben, betreft dan ook geen bestuurlijke aangelegenheid in de zin van de Lob. Daarbij gaat de kwestie ook niet verweerder rechtstreeks aan, maar de Inspecteur.</para>
    <para />
    <para>5. Nu het verzoek buiten de reikwijdte van de Lob valt, zou een antwoord daarop van verweerder niet zijn aan te merken als een op rechtsgevolg gerichte beschikking. Dat betekent dat de fictieve weigering eveneens dat karakter ontbeert. Daartegen staat dan ook geen beroep op de Lar-rechter open.</para>
    <para />
    <para>6. De slotsom is dat het Gerecht zich onbevoegd moet verklaren</para>
    <para />
    <para>7. Voor een proceskostenveroordeling ziet het Gerecht geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht <emphasis role="underline">verklaart</emphasis> zich <emphasis role="underline">onbevoegd</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus vastgesteld door mr. D. Haan, rechter in het Gerecht, en bekend gemaakt op 7 april 2020 te Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen <emphasis role="bold">zes weken</emphasis> na kennisgeving ervan. Zie Hoofdstuk 5 van de Lar.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>