<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2020:51</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-27T14:48:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR201900285</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2020:51">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2020:51</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-27T14:47:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2020:51 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 16-03-2020 / CUR201900285</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2020:51:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het algemene tarief bedraagt voor de premieheffing AVBZ 2%. In uitzondering op voornoemd tarief van 2%, is een tarief van 1,5% van toepassing op pensioeninkomen. De Inspecteur heeft de AOV- en AOW-uitkeringen naar een tarief van 2% in de heffing betrokken. Dit is in overeenstemming met de hiervoor geschetste wettelijke regeling. In dat verband merkt het Gerecht op dat een AOV- en AOW-uitkering niet wordt ontvangen ter zake van een vroegere dienstbetrekking. Belanghebbende heeft nog gewezen op een toelichting op de website van de Belastingdienst, inhoudende dat het AVBZ-tarief voor gepensioneerden 1,5% bedraagt. In dat verband overweegt het Gerecht dat uitlatingen gedaan door de Belastingdienst in het kader van een voorlichtende taak, zoals een toelichting op de website, de Inspecteur in beginsel niet binden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2020:51:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 16 maart 2020</para>
    <para>BBZ nr. CUR201900285</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Belanghebbende]</emphasis>, wonende te Curaçao,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, zetelend in Curaçao, </para>
      <para>de Inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende is op 1 december 2017 een aanslag premie AVBZ voor het jaar 2016 opgelegd naar een premie inkomen van NAf 25.719, resulterend in een verschuldigd premiebedrag van NAf 514 (tarief 2%).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 15 december 2017 bezwaar gemaakt tegen de aanslag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De Inspecteur heeft bij uitspraak van 21 december 2018 de aanslag gehandhaafd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 24 januari 2019 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 17 februari 2020 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De zitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2020 te Willemstad. Belanghebbende is verschenen, bijgestaan door [A]. Namens de Inspecteur is verschenen [B].</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Belanghebbende, geboren op 28 juni 1929, heeft in 2016 de volgende inkomsten genoten:</para>
      <para>- AOV-uitkering van SVB Curaçao	NAf 10.738 	</para>
      <para>- AOW-uitkering van SVB Nederland (€ 7.856)	<emphasis role="underline">15.481</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>Totaal	26.219</para>
        <para>Minus: Aftrekbare kosten	<emphasis role="underline">-/- 500</emphasis></para>
        <para>Premie-inkomen	25.719</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De Inspecteur heeft bij het vaststellen van de aanslag een premiepercentage AVBZ van 2% in aanmerking genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>GESCHIL</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>In geschil is of bij het vaststellen van de aanslag het juiste tarief is toegepast. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend, de Inspecteur bevestigend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Belanghebbende betoogt dat het volledige premie-inkomen naar een tarief van 1,5% in de premieheffing moet worden betrokken. De Inspecteur verdedigt het standpunt dat het tarief van 1,5% alleen geldt voor het pensioeninkomen en dus niet voor onderhavige AOV- en AOW-uitkeringen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 21, lid 1, van de Landsverordening AVBZ in samenhang met artikel 1, lid 1, van het Landsbesluit AVBZ-premie 1999, bedraagt het algemene tarief voor de premieheffing AVBZ 2%.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>In uitzondering op voornoemd tarief van 2%, is een tarief van 1,5% van toepassing op pensioeninkomen (artikel 21, lid 3, van de Landsverordening AVBZ in samenhang met artikel 1, lid 3, van het Landsbesluit AVBZ-premie 1999). Onder pensioen wordt verstaan de opbrengst uit een recht op periodieke uitkering, welke ter zake van een vroegere dienstbetrekking wordt ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De Inspecteur heeft de AOV- en AOW-uitkeringen naar een tarief van 2% in de heffing betrokken. Dit is in overeenstemming met de hiervoor geschetste wettelijke regeling. In dat verband merkt het Gerecht op dat een AOV- en AOW-uitkering niet wordt ontvangen ter zake van een vroegere dienstbetrekking (vgl. GEA Curaçao 8 februari 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:21). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Verder heeft belanghebbende nog gewezen op een toelichting op de website van de Belastingdienst, inhoudende dat het AVBZ-tarief voor gepensioneerden 1,5% bedraagt. In dat verband overweegt het Gerecht dat uitlatingen gedaan door de Belastingdienst in het kader van een voorlichtende taak, zoals een toelichting op de website, de Inspecteur in beginsel niet binden (vgl. HR 11 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7267, r.o. 3.5.5).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Het beroep van belanghebbende dient derhalve ongegrond te worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT</title>
    <para>Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 16 maart 2020, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	                   						De rechter,	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn per post/ per e-mail op  …………………………  aan partijen verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOGER BEROEP</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen <emphasis role="bold">twee maanden</emphasis> na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wilhelminaplein 4</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Willemstad</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Curaçao</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener,</para>
    <para>b. de dagtekening,</para>
    <para>c. waartegen u in beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">belastinggriffieCUR@caribjustitia.org</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:</para>
    </parablock>
    <para>- natuurlijke personen: 	NAf 200 </para>
    <para>- personenvennootschappen en rechtspersonen: 	NAf 500 </para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>