<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2020:150</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-02T11:35:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR202000417</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2020:150">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2020:150</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-02T11:34:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2020:150 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 14-05-2020 / CUR202000417</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2020:150:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De griffier van het Gerecht heeft op 27 maart 2020 belanghebbende gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht. Daarbij is opgemerkt dat als het bedrag niet binnen zes weken is betaald, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Belanghebbende heeft het griffierecht niet betaald. Gesteld noch gebleken is dat sprake is van een situatie waarin redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2020:150:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 14 mei 2020</para>
    <para>BBZ nr. CUR202000417</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURACAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening beroep in belastingzaken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Belanghebbende]</emphasis>, wonende te Curaçao, </para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN,</emphasis> zetelend in Curaçao, </para>
      <para>de Inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>HET PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende is op 21 december 2018 een aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2017 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 160.971, resulterend in een verschuldigd belastingbedrag van NAf 36.662. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 20 februari 2019 daartegen bezwaar gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 6 december 2019 de aanslag gehandhaafd.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 5 februari 2020 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>OVERWEGINGEN OMTRENT HET BEROEP</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 7a, letter b, Landsverordening op het beroep in belastingzaken (hierna: LBB) kan het Gerecht, totdat partijen zijn uitgenodigd voor de behandeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak doen indien het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Het Gerecht ziet in dit geval daartoe aanleiding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op grond van artikel 18, lid 1, LBB in samenhang met artikel 1, sub a Landsbesluit griffierechten beroep in belastingzaken, is belanghebbende voor het door hem ingestelde beroep NAf 50 aan griffierecht verschuldigd. Ingevolge artikel 18, lid 3, LBB dient het griffierecht betaald te zijn binnen zes weken na de uitnodiging tot betaling van de griffier. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>In artikel 18, lid 4, LBB is bepaald dat als het griffierecht niet tijdig is betaald, het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De griffier van het Gerecht heeft op 27 maart 2020 belanghebbende gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht. Daarbij is opgemerkt dat als het bedrag niet binnen zes weken is betaald, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Belanghebbende heeft het griffierecht niet betaald. Gesteld noch gebleken is dat sprake is van een situatie waarin redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Aan een inhoudelijke behandeling van de zaak komt het Gerecht niet toe.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is vastgesteld door mr. A.J.H. van Suilen, rechter, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noël- van der Biezen BSc, en uitgesproken op 14 mei 2020.</para>
      <para>
        <?linebreak?>De griffier,								De rechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn per post/ per e-mail op …………………… aan partijen verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZET</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze onmiddellijke uitspraak kunnen beide partijen binnen <emphasis role="bold">twee maanden</emphasis> na de verzenddatum schriftelijk verzet doen bij:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (belastingkamer)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wilhelminaplein 4</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Willemstad</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Curaçao</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Is het Gerecht van oordeel dat het verzet gegrond is, dan vervalt deze uitspraak en wordt de zaak alsnog in behandeling genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het verzetschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het verzetschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het verzetschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener,</para>
    <para>b. de dagtekening,</para>
    <para>c. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het verzet).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende verzetschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gerecht in eerste aanleg: <emphasis role="bold">belastinggriffieCUR@caribjustitia.org</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het doen van verzet is geen griffierecht verschuldigd.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>