<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2020:145</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-06T09:34:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR201800419</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2020:145">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2020:145</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T15:11:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2020:145 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 10-02-2020 / CUR201800419</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2020:145:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>schadebeperkingsplicht. Omvangschade. Vervolg.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2020:145:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: CUR201800419 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis d.d. 10 februari 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[eiser],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Curaçao,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.A.P.H. Pols,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>STICHTING SINT ELISABETH HOSPITAAL, </title>
    <parablock>
      <para>wonende te Curaçao,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. W. Princée,</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>
      <?linebreak?>2. [gedaagde 2], </title>
    <parablock>
      <para>wonende te Curaçao,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. W. Princée.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser], Sehos en [gedaagde 2] (gezamenlijk Sehos c.s.) genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere procesverloop blijkt uit:<?linebreak?></para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Het vonnis van 11 maart 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlating plan van aanpak re-integratie d.d. 20 mei 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de contra-akte d.d. 16 september 2019.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Re-integratie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen hebben het gerecht nader geïnformeerd over de mogelijkheden tot re-integratie van [eiser], de wijze van aanpak daarvan, de te volgen marsroute daartoe met bijbehorend stappenplan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Sehos c.s. heeft ter zake een vijf stappenplan voorgesteld. De eerste stap is gericht op het verminderen c.q. wegnemen van de pijnklachten door inschakeling van een pijnspecialist. De volgende stappen zien op een evaluatie van de reeds ondernomen pogingen tot re-integratie, het identificeren van geschikte functies, een plan van aanpak voor de uit te voeren re-integratie maatregelen en de evaluatie daarvan. [eiser] heeft bezwaar gemaakt tegen het stappenplan van Sehos c.s. Volgens [eiser] biedt het plan onvoldoende zekerheid voor een geslaagde re-integratie binnen een veilig kader nu het voor wat betreft de uitvoering te weinig concreet is, er geen rekening is gehouden met risicofactoren en niet is voorzien in de financiële ondersteuning gedurende het traject.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Uit stellingen van partijen over en weer leidt het gerecht af dat het door Sehos c.s. voorgestelde stappenplan en de reactie van [eiser] daarop mede zijn ingegeven door een onderling wantrouwen welke haar basis vindt in de wijze waarop het schaderegelingstraject voor beide partijen is verlopen. [eiser] voelt zich tekortgedaan nu hij na een medische fout waarvoor Sehos c.s. aansprakelijk is, onvoldoende is begeleid en financieel is gesteund. Sehos c.s. twijfelt aan de inspanningen die [eiser] zou hebben geleverd om zijn restverdiencapaciteit te benutten en de schade te beperken. Gelet hierop is het gerecht van oordeel dat een succesvol re-integratietraject voordat het letselschadetraject is afgewikkeld, niet in de lijn der verwachtingen ligt. Partijen lijken meer baat te hebben bij een afwikkeling van de zaak op korte termijn.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Dat leidt er toe dat het gerecht over zal gaan tot het begroten van de schade, rekening houdende met de uitgangspunten zoals aangegeven in het vonnis van 11 maart 2019. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Eiswijziging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Sehos c.s. heeft ter comparitie aangegeven haar eis te wijzigen. Bij vonnis van 11 maart 2019 heeft het gerecht aangegeven dat de beoogde eiswijziging niet voldoet aan het schriftelijkheidsvereiste ex artikel 109 Rv. De toelichting zijdens [eiser] ter comparitie is, mede gelet op de geuite bezwaren van Sehos c.s., daartoe onvoldoende. Bij akte na comparitie heeft het gerecht geen akte eiswijziging aangetroffen. Het gerecht zal daarom op de oorspronkelijk geformuleerde eis recht doen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Inkomen na de medische fout</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Vaststaat dat [eiser] zijn werkzaamheden als lasser c.q. plant mechanic niet meer kon uitoefenen door een medische fout waarvoor Sehos c.s. aansprakelijk is. De schade ingevolge het verlies aan verdienvermogen is dus veroorzaakt door de medische fout. Deze schade heeft zich geconcretiseerd in het feitelijk niet meer ontvangen van loon door [eiser] nadat was gebleken dat hij, ondanks pogingen daartoe, niet meer tot verrichten van zijn eigen en aangepaste werkzaamheden in staat was ten gevolge van het letsel. Het vereiste causaal verband tussen de schade en het ongeval is daarmee gegeven. Voor de begroting van de schade geldt dan ook als uitgangspunt dat het gebrek aan inkomen van [eiser] aan de medische fout moet worden toegerekend</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Sehos c.s. stelt dat zij niet gehouden is de gehele schade van [eiser] te vergoeden, nu [eiser] zich onvoldoende heeft ingespannen om zijn restverdiencapaciteit te benutten. Aldus stelt Sehos c.s. dat [eiser] zijn schadebeperkingsplicht heeft geschonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Bij de beoordeling van de vraag of [eiser] zijn schadebeperkingsplicht heeft geschonden, wordt het volgende voorop gesteld. [eiser] is op grond van artikel 6:101 lid 1 BW gehouden om de schade te beperken voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden verlangd, in die zin dat een schending van die <emphasis role="italic">Obliegenheit </emphasis>hem in het kader van de schadebegroting kan worden tegengeworpen. Of en in hoeverre redelijkerwijs van [eiser] kon worden verlangd dat hij zijn schade zou beperken, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. In deze zaak heeft het gerecht reeds overwogen dat Sehos onvoldoende heeft gemotiveerd dat [eiser] zijn schadebeperkingsplicht heeft geschonden<emphasis role="italic">.</emphasis> Het recente debat tussen partijen over de re-integratie (on)mogelijkheden brengt daarin geen verandering. Daartoe geldt het navolgende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Het uitoefenen van de schadebeperkingsplicht zoals Sehos c.s. die voor ogen staat houdt primair in dat [eiser] zich onder behandeling stelt van een pijnspecialist. Naar het oordeel van het gerecht kan dat niet van [eiser] worden gevergd, niet alleen omdat een medische onderbouwing daarvoor ontbreekt, maar ook omdat het zeer onzeker is of een dergelijke behandeling inderdaad tot beperking van schade zal leiden. Voorts blijkt uit het voorgestelde stappenplan niet of [eiser] bij het volgen daarvan spoedig zou kunnen re-integreren met als gevolg dat hij spoedig loongevende arbeid kan verrichten. Sehos c.s. heeft niet onderbouwd op grond waarvan zij het aannemelijk acht dat [eiser] spoedig zal re-integreren. Aldus is onvoldoende gemotiveerd gebleken dat het niet volgen van het door Sehos c.s. voorgestelde stappenplan een negatieve invloed heeft op de resterende restverdiencapaciteit of de hoogte van de schade. Een schending van de schadebeperkingsplicht is volgens vaste jurisprudentie niet aan de orde wanneer handelen of nalaten de schadelast niet verhoogd. Dat leidt ertoe dat [eiser], door niet mee te willen werken met het re-integratieplan van Sehos c.s., zijn schadebeperkingsplicht niet heeft geschonden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Verlies arbeidsvermogen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Thans ligt de vraag voor naar de omvang van de schade van [eiser]. Bij de bepaling van de hoogte van schade is ter zake het uitgangspunt dat de schadevergoeding de schuldeiser zoveel mogelijk in de toestand moet brengen waarin hij zou verkeren indien de onrechtmatige daad niet zou hebben plaatsgevonden. Dit beginsel brengt mee dat de omvang van de schade wordt bepaald door een vergelijking van de toestand zoals deze in werkelijkheid is met de toestand zoals die (vermoedelijk) zou zijn geweest indien het schadeveroorzakende feit niet zou hebben plaatsgevonden (HR 26 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0539, RvdW 2010/468). Voor de vaststelling van de door [eiser] als gevolg van de het ongeval geleden schade dient derhalve een vergelijking te worden gemaakt tussen de feitelijke situatie na het ongeval en de hypothetische situatie bij het wegdenken daarvan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Ten aanzien van het bestaan en de omvang van de schade gelden in beginsel de gewone bewijsregels, maar daarbij is de rechter ingevolge art. 6:97 BW bevoegd de schade te begroten op de wijze die met de aard van deze schade in overeenstemming is, of de schade te schatten indien deze niet nauwkeurig kan worden vastgesteld (HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1483, NJ 2017/262). Deze bepaling geeft de rechter de vrijheid om bij de begroting van de schade van de gewone regels van stelplicht en bewijslast af te wijken, maar belet hem geenszins bij een geschil over feiten die in het debat over de schadeomvang worden gesteld en die hij relevant acht voor de schadebegroting, de gewone regels van stelplicht en bewijslast toe te passen (HR 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH5410, NJ 2009/257).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>De stelplicht en bewijslast van het bestaan en de omvang van de schade liggen in beginsel op de benadeelde. Aan [eiser] mogen in dit verband echter geen strenge eisen worden gesteld; het is immers Sehos c.s. die aan hem de mogelijkheid heeft ontnomen om zekerheid te verschaffen omtrent hetgeen in die hypothetische situatie zou zijn geschied. Bij de beoordeling van de hypothetische situatie komt het dan ook aan op hetgeen hieromtrent redelijkerwijs te verwachten valt (HR 15 mei 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2654, NJ 1998/624 en HR 14 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4277, NJ 2000/437). In dat verband dienen de goede en kwade kansen te worden afgewogen, bij welke afweging de rechter een aanzienlijke mate van vrijheid heeft (vergelijk HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:273, NJ 2017/115).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Vaststaat dat [eiser] thans geen inkomen genereert. De stelling dat [eiser] met het uitvoeren kleine klusjes een beperkt inkomen zou verdienen, is onvoldoende gemotiveerd. Ten aanzien van de hypothetische situatie zonder de medische fout heeft het gerecht reeds bij vonnis van 11 maart 2019 overwogen dat ervan dient te worden uitgegaan dat [eiser] als lasser zou hebben doorgewerkt tot het bereiken van de voor hem geldende pensioengerechtigde leeftijd. Tussen partijen staat de hoogte van het loon waarvan bij de begroting van de schade dient te worden uit gegaan ter discussie. [eiser] gaat uit van een maandloon inclusief overwerk van NAf 3.271,37 netto per maand. Sehos c.s. stelt onder verwijzing naar het door [eiser] ingevulde letselformulier dat zijn loon maximaal NAf 1.875 netto per maand betrof. Het gerecht oordeelt ter zake als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Uit de door [eiser] overgelegde salarisbrief volgt dat zijn laatst genoten brutoloon in 2014 een bedrag van NAf 3.012,04 bruto betrof. Weliswaar betreft dat het loon van de aangepaste functie, echter dat bedrag verschilt nauwelijks van het loon dat [eiser] als plant mechanic verdiende voor het ongeval en zoals volgt uit zijn loonstrook. Een jaarlijkse verhoging van het maandloon is ook niet ongebruikelijk, zodat aangenomen kan worden dat [eiser] ook zonder ongeval in zijn toenmalige functie dat loon zou hebben genoten. Voorts volgt uit de overgelegde loonstroken dat [eiser] naast een vast maandloon ook structureel een overwerkvergoeding genoot. Dat past ook bij de functies de [eiser] uitvoerde. De hoogte van de overwerkvergoeding wisselt aanzienlijk per maand. [eiser] heeft niet toegelicht waarin die wisselende overwerkuren zijn gelegen. Voorts heeft [eiser] ten aanzien van de situatie van voor het ongeval slechts twee loonstroken overgelegd. Het gerecht zal de overwerkvergoeding daarom schatten op een bedrag van NAf 500 netto per maand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>Bij de begroting van de schade zal het gerecht, uitgaande van een maandloon van NAf 3.012,04 bruto, rekenen met een nettoloon van NAf 2.000 (2/3 van het brutoloon), te vermeerderen met een netto overwerkvergoeding van NAf 500 per maand. Het gerecht zal de verschenen schade berekenen tot en met 31 december 2019, hetgeen neerkomt op een bedrag van NAf 165.000 (66 maanden x NAf 2.500).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>Tussen partijen staat niet ter discussie dat [eiser] restverdiencapaciteit heeft. Bij de berekening van de toekomstige schade zal het gerecht er dan ook rekening mee houden dat [eiser] restverdiencapaciteit heeft die nog kan worden omgezet in loonvormende arbeid. Het feit dat het re-intergratietraject thans (nog) niets heeft opgeleverd, staat daar niet aan in de weg. Het gerecht gaat er van uit dat [eiser], gelet op zijn leeftijd, de functies die hij volgens [naam] zou kunnen uitvoeren, de omscholingsmogelijkheden en een krappe arbeidsmarkt, over zes jaar een inkomen zou kunnen genereren ter hoogte van het minimumloon. Dat leidt tot de volgende schadeberekening. [eiser] is thans 47 jaar. Tot pensioengerechtelijke leeftijd (65 jaar) is de looptijd van de schade nog 18 jaar. Daarbij past een kapitalisatiefactor van 15.9305. De komende zes jaar betreft de maandschade nog NAf 2.500, hetgeen neerkomt op een schadebedrag van NAf 159.306 (NAf 2.500 x 12 = 30.000 x 5,3102 (1/3 van 15.9305)). Nadien zal de maandschade worden verminderd met het minimumloon ad NAf 1.300, hetgeen neerkomt op een maandschade van NAf 1.200. De totale restschade betreft dan NAf 152.932,32 (NAf 1.200 x 12 x 10,6203 (2/3 van 15.9305)). De totale toekomstige schade resulteert in een bedrag van NAf 312.238,32.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17</nr>
      <para>Het voorgaande leidt ertoe dat de totale schade wegens verlies arbeidsvermogen wordt begroot op NAf 477.238,32. Sehos c.s. zal hoofdelijk worden veroordeeld tot de betaling daarvan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Verlies zelfwerkzaamheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18.</nr>
      <para>De gevorderde schade wegens verlies zelfwerkzaamheid zal worden afgewezen. [eiser] heeft na de operatie bij zijn ouders en zijn broer gewoond. Thans is [eiser] weer verhuisd naar een appartement. Onvoldoende gesteld en gebleken is dat het appartement waar [eiser] nu woont een tuin heeft die zodanige onderhoud vergt dat [eiser] dat niet zelf kan uitvoeren. Immers, gebleken is dat [eiser] ook met zijn klachten en beperkingen wel ADL zelfstandig is en huishoudelijke taken kan uitvoeren. Het had op de weg van [eiser] gelegen gemotiveerd aan te geven dat het appartement waar hij nu woont zodanige tuinwerkzaamheden vergt dat hij die, gelet op zijn beperkingen, niet zelf kan uitvoeren. [eiser] heeft dat nagelaten.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Transportkosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.19.</nr>
      <para>De gevorderde transportkosten ad NAf 200 zullen worden toegewezen, aangezien het gebruikelijke kosten zijn in geval van letselschade en het bedrag aansluit bij de aard en omvang van het letsel. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Immateriële schade</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.20.	[</nr>
      <para>eiser] vordert voorts immateriële schadevergoeding. Naar het oordeel van het gerecht bestaat er grond voor toekenning van een dergelijke schadevergoeding. Het gerecht zal bij het bepalen van het bedrag rekening houden met het feit dat [eiser] twee keer is geopereerd, dat hij aanhoudende pijnklachten heeft en hij zijn rechterhand niet op effectieve wijze meer kan inzetten, dat hij niet meer in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren en dat hij beperkt is het uitoefenen van zijn hobby’s. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.21.</nr>
      <para>Sehos c.s. heeft gemotiveerd aangegeven dat [eiser] zijn immateriële schade in 2015 heeft begroot op NAf 14.000. Thans vordert [eiser] NAf 28.719,76. Het had op de weg van [eiser] gelegen gemotiveerd aan te geven waarin een bijna verdubbeling van zijn immateriële schade is gelegen. [eiser] heeft dat nagelaten. Het gerecht zal de immateriële schade, gelet op het voor overwogene, begroten daarom op een bedrag van NAf 14.000. Naar het oordeel van het gerecht is dat bedrag, gelet op de omstandigheden voornoemd, passend en redelijk.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Buitengerechtelijke incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.22.	[</nr>
      <para>eiser] vordert ten slotte nog een bedrag van NAf 14.310,00 aan buitengerechtelijke kosten. De herkomst van de kosten zijn verantwoord in een overzicht. Gelet op aard van de zaak en de wijze waarop het schaderegelingstraject is verlopen, acht het gerecht de kosten niet onredelijk. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.23.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de totale schade kan worden begroot op:                                                                                                                                                               -verschenen verlies arbeidsvermogen 		NAf 165.000                                                       -toekomstige schade verlies arbeidsvermogen 	NAf 312.238,32                                                        -transportkosten 					NAf 200,00                                                                -immateriële schade	 				NAf 14.000                                                         -buitengerechtelijke incassokosten 			NAf 14.310,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.24.</nr>
      <para>Aldus resulteert dat in een totale schade van NAf 491.438,32. Nu Sehos c.s. reeds een bedrag van NAf 172.000 aan voorschotten heeft voldaan, resulteert dat in een restschade van NAf 319.438,32. Sehos c.s. zal hoofdelijk tot de betaling daarvan worden veroordeeld, vermeerderd met de wettelijke rente over de immateriële schade vanaf 15 mei 2012 tot aan de dag der algehele voldoening en over de materiele schade vanaf 22 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad NAf 14.310,00.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.25.</nr>
      <para>Sehos c.s. zal als de (grotendeels) in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten van [eiser] worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>explootkosten 		NAf  683,70</para>
        <para>griffierecht 			NAf  7.500</para>
        <para>salaris gemachtigde 	<emphasis role="underline">NAf  10.000 (NAf 4.000 x 2,5)   +</emphasis></para>
        <para>totaal:		 NAf  18.183,70. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt Sehos c.s. hoofdelijk, des de ene betaald de andere zal worden bevrijd, om aan [eiser] te betalen het bedrag van NAf 319.438,32, te vermeerderen  met de wettelijke rente over de immateriële schade (ad NAf 14.000) vanaf 15 mei 2012 tot aan de dag der algehele voldoening en over de materiele schade (ad NAf 305..438,32) vanaf 22 maart 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede het bedrag van NAf 14.310,00 aan buitengerechtelijke kosten;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Sehos c.s. hoofdelijk, des de ene betaald de andere zal worden bevrijd, in de proceskosten aan de zijde van [eiser], welke tot op heden zijn begroot op een bedrag van NAf 18.183,70;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorbaard;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Christiaan, rechter, en op 10 februari 2020  uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>