<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2019:96</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-20T10:46:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR201703039 (voorheen EJ 82636 van 2017)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2019:96">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2019:96</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-20T10:45:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2019:96 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 16-05-2019 / CUR201703039 (voorheen EJ 82636 van 2017)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2019:96:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Nietigheid erkenning 25 jaar na dato. Geslaagd beroep op bezit van staat. Artikel 1:209 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2019:96:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO </bridgehead>
    <para>Afdeling civiel</para>
    <para>Zaaknummer: CUR201703039 (voorheen EJ 82636 van 2017)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking d.d. 16 mei 2019 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Inzake: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND</emphasis>, </para>
      <para>zetelend in Curaçao, </para>
      <para>mw L.A. de Leeuw,</para>
      <para>verzoekster (hierna ook: de ambtenaar BS),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>--tegen--</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Verweerster naam 1/ naam 2], </emphasis>
      </para>
      <para>wonend in Curaçao,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:<?linebreak?></para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het inleidend verzoekschrift met producties, op 25 april  2017 ter griffie ingediend;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling op 6 december 2018, alwaar de ambtenaar BS, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet is verschenen en verweerster in persoon is verschenen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de voorgezette mondelinge behandeling op 31 januari 2019, alwaar mw L.A. de Leeuw en verweerster zijn verschenen, verweerster vergezeld van haar moeder en [naam 1] (hierna ook: [naam 1]); </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de rolzitting van 7 maart 2019, waar de ambtenaar BS akte niet dienen is verleend. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De uitspraak is nader bepaald op heden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verweerster is op 15 mei 1983 te Trinidad and Tobago geboren uit [moeder] (hierna: de moeder).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij akte van 24 maart 1993, opgemaakt door de hulpambtenaar van de Burgerlijke Stand van Curaçao, (nr. 175) is verweerster erkend door [NAAM 1].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op een overgelegd “Certificate of Birth” uit de “Register of Births” van de Republic of Trinidad and Tobago, uitgegeven 16 maart 2007, staat als vader van verweerster vermeld [naam 2]. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verzoeker (de ambtenaar BS) heeft verzocht doorhaling van de erkenning van verweerster voorkomende in de registers van erkenning van het jaar 1993 onder nummer 175, omdat zij conform haar geboorteakte al een biologische vader heeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Verweerster heeft verweer gevoerd en beroept zich op bezit van staat als kind van [naam 1]. Zij heeft altijd zijn achternaam gedragen, kent alleen hem als haar vader, is vanaf haar eerste levensjaar door hem opgevoed, eerst in Trinidad en vanaf haar negende op Curaçao, en woont tot op heden bij hem. [naam 2] kent zij niet. Ook iedereen in haar omgeving kent haar als kind van [naam 1], aldus steeds verweerster. Omdat op het huidige uittreksel van de Burgerlijke Stand buiten haar medeweten en instemming haar achternaam is gewijzigd van [naam 1] in [naam 2] en daarop tegenwoordig [naam 2] als haar vader staat vermeld, heeft verweerster als zelfstandig tegenverzoek verzocht om in de basisadministratie persoonsgegevens weer als haar achternaam [naam 1] op te nemen en de naam van [naam 1] bij de vermelding van haar vader op te nemen, en aan haar een aldus luidend uittreksel af te geven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hieronder ingegaan.   </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De moeder van verweerster en [naam 1] hebben het relaas van verweerster omtrent haar opvoeding en haar status/bekendheid als kind van [naam 1] ter zitting beaamd. Haar moeder heeft daaraan nog toegevoegd dat [naam 2] inderdaad de biologische vader van verweerster is, maar dat haar relatie met hem uitging toen verweerster zes maanden oud was en hij toen niets meer met zijn kinderen, waaronder verweerster, te maken wilde hebben en [naam 2] als het ware afstand van verweerster als zijn kind heeft gedaan. Ter ondersteuning van dat betoog is ter zitting overgelegd een “Affidavit” afgelegd voor de “Justice of Peace” van Trinidad and Tobago. Daaruit blijkt dat [naam 2] op 3 februari 1993 tegenover de Justice of Peace heeft verklaard: <emphasis role="italic"> I am giving up all rights and responsibilities for my children to their mother (…) I no longer hold myself responsible or in any way for the said children as they will be taken care of by their mother. </emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Bovenbedoeld Affidavit heeft niet zozeer met vaderschap als wel met gezagsrechten en dergelijke te maken. De stelling van de ambtenaar BS dat verweerster al een vader had en de erkenning daarom nietig is, is daarmee niet ontkracht.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Echter heeft de ambtenaar BS het relaas van verweerster omtrent haar opvoeding en haar status/bekendheid als kind van [naam 1] niet betwist. Dat staat daarmee vast. Op grond van die feiten slaagt verweersters beroep op bezit van staat als kind van [naam 1] ex artikel 1:209 BW. Nu verweerster vanaf haar negende levensjaar tot op heden met een zekere duurzaamheid aan het maatschappelijk verkeer heeft deelgenomen als de dochter van [naam 1], gaat het niet aan om die hoedanigheid/status ruim vijfentwintig jaar na de erkenning te wijzigen en de erkenning door te halen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Uit het bovenstaande volgt dat het verzoek van de ambtenaar BS zal worden afgewezen en het zelfstandige tegenverzoek van verweerster zal worden toegewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">wijst af</emphasis> het verzoek van de ambtenaar van de burgerlijke stand;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">gelast </emphasis>de ambtenaar van de burgerlijke stand in de basisadministratie persoonsgegevens bij de aanduiding van de vader van verweerster de naam [vader NAAM 1] te vermelden en als achternaam van verweerster de naam [NAAM 1] op te nemen, en aan haar een aldus luidend uittreksel af te geven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door  E.M. van der Bunt, rechter, en op 16 mei 2019 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier </para>
      <para>BN/</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>