<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2019:362</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-19T16:14:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">500.00311/18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2019:362">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2019:362</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-19T16:14:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2019:362 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 23-01-2019 / 500.00311/18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2019:362:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>medeplegen van invoer van cocaine</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2019:362:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>Parketnummer: 500.00311/18</title>
    <para>Uitspraak:	23 januari 2019		Tegenspraak</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis van dit Gerecht </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[VERDACHTE],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op (geboortedatum) 1981 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende in (woonplaats),</para>
      <para>thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 4 januari 2019. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.C. Vaders, advocate in Curaçao.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. R.A. Koert, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zijn vordering behelst voorts de verbeurdverklaring van de in beslag genomen boot.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft primair bepleit dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Subsidiair heeft zij bepleit dat de verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. Meer subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>dat hij op of omstreeks <emphasis role="bold">15 september 2018</emphasis>, althans op een tijdstip in of omstreeks de maand september 2018 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend, ongeveer <emphasis role="bold">340.660  gram cocaïne</emphasis>, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende <emphasis role="bold">cocaïne</emphasis>, althans enige bereiding van <emphasis role="bold">cocaïne</emphasis>, zijnde <emphasis role="bold">cocaïne</emphasis> (een) middel(en) als  bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(Artikel 3 j◦ 11-1 Opiumlandsverordening 1960)</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Formele voorvragen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>dat hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 15 september 2018<emphasis role="strike-through">, althans op een tijdstip in of omstreeks de maand september 2018</emphasis> in Curaçao, tezamen en in vereniging met <emphasis role="strike-through">een ander of</emphasis> anderen, <emphasis role="strike-through">althans alleen, al dan niet</emphasis> opzettelijk heeft ingevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumlandsverordening 1960 <emphasis role="strike-through">en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis>vervoerd, <emphasis role="strike-through">in elk geval in zijn bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft aangewend,</emphasis> ongeveer 340.660 gram cocaïne,<emphasis role="strike-through"> in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende </emphasis><emphasis role="bold strike-through">cocaïne</emphasis><emphasis role="strike-through">, althans enige bereiding van </emphasis><emphasis role="bold strike-through">cocaïne</emphasis>, zijnde <emphasis role="bold">cocaïne </emphasis><emphasis role="strike-through">(</emphasis>een<emphasis role="strike-through">)</emphasis> middel<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960 <emphasis role="strike-through">en/of in de Beschikking van de Minister van Volksgezondheid van 6 januari 2005 (P.B. 2005 no. 13)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en die redengevend zijn voor de bewezenverklaring.<footnote-ref linkend="_9be76afd-c67b-4ed2-8eda-cf89b9e3d7c9" /> De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen niet steeds een (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Op 15 september 2018 omstreeks 03:55 uur, werden de verbalisanten van de Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied </para>
    <para>[verbalisant 1], [verbalisant 2], [verbalisant 3], [verbalisant 4] en [verbalisant 5] naar aanleiding van een melding van het Rescue Coordination Center (hierna: het RCC) gedirigeerd naar een waargenomen onverlicht contact op zee ter hoogte van [naam baai 1] dat vanuit het oostpunt richting [naam baai 2] aan het varen was met twee personen aan boord. Zij hebben het volgende gerelateerd:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Wij, verbalisanten, hadden het radarcontact visueel op het radarscherm van ons vaartuig. Vervolgens naderden wij, verbalisanten, het onverlichte contact, dat al gestrand bleek. Het aangetroffen verlaten vaartuig bleek later te zijn [naam boot], voorzien van registratieletters en - [registratienummer boot]. Bij onderzoek van het vaartuig troffen wij, verbalisanten, 11 verpakte ballen aan. De ballen werden door ons in beslag genomen. Vervolgens kregen wij, verbalisanten, een melding van het RCC, dat de twee personen die aan boord waren van het onverlichte vaartuig, zich op 30 meter van waar het vaartuig verlaten was, bevonden. Wij, verbalisanten, hebben deze twee personen verscholen in een mangrove aan het oosten van </emphasis>[naam baai 2]<emphasis role="italic"> aangetroffen en aangehouden. Zij gaven onderstaande namen aan:</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">[verdachte] en [medeverdachte].”</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_e11d27b8-3ef6-42b5-956f-880968fd17ab" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Bij het Maritiem Informatie Knooppunt van de Kustwacht in het Caribisch gebied (hierna: het MIK) is door senior radaranalist [radaranalist] een radaranalyse rapport opgemaakt. Hij heeft bij die gelegenheid onder de vermelding: “Case 15 september 2018”, de volgende analyse uitgevoerd:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Om 00:10 uur is radarcontact (nr. 01) zichtbaar op het radarscherm nabij </emphasis>[naam baai 2]<emphasis role="italic"> richting het oospunt.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Om 01:45 uur heeft radarcontact (nr. 01) een zuidelijke koers richting de territoriale wateren grens op een afstand van ± 1.9 Nm zuidwest van Klein Curaçao.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Om 01:55 uur wordt een tweede radarcontact (nr. 02) zichtbaar in de territoriale wateren van Curaçao komende vanuit het zuiden. Het radarcontact (nr. 02) trekt met een noordelijke koers richting radarcontact (nr. 01).</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Rond 02:05 uur komt radarcontact (nr. 01) langszij radarcontact (nr.02).</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Om 02:08 uur verlaten radarcontact (nr.01) en radarcontact (nr. 02) elkaar. Radarcontact (nr. 01) trekt terug met een noordelijke koers richting Curaçao en radarcontact (nr. 02) trekt met een zuidelijke koers terug richting de territoriale wateren grens.”</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_e699799a-546a-43e4-9e06-772fadade3fc" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Verbalisanten [verbalisant6]) en [verbalisant 7] hebben een onderzoek ingesteld naar de in beslag genomen verpakte ballen. Verbalisant [verbalisant 6] heeft bij die gelegenheid het volgende gerelateerd:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“De 11 in beslag genomen verpakte ballen, inhoudende in totaal 305 met plastic bewerkte pakken, elk inhoudende een hoeveelheid samengeperste witachtige poeder, bleken een gezamenlijk brutogewicht van 340.660 gram te hebben.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Door mij, verbalisant, werd vanuit 21 van de reeds omschreven pakken, afzonderlijk een geringe hoeveelheid witachtig poeder als monster genomen en in 21 afzonderlijke plastic potjes gedaan, voorzien van het opschrift 87/2018 code II-B-1 tot en met II-B-21. De potjes werden in een verzegeld envelop op 15 september 2018 ter beschikking gesteld aan de afdeling Toxicologie van het Analytisch Diagnostisch Centrum N.V. (hierna: het ADC).”</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_225ca653-31d5-4eac-8e88-922195f50cdd" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. De apotheker van het ADC, drs. [apotheker ADC], heeft de op 15 september 2018 aangeboden monsters, voorzien van opschrift 87/II-B-1 t/m II-B-21, op 2 november 2018 ontvangen en onderzocht. Hij heeft de volgende verklaring opgesteld:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Uit de verkregen resultaten moet de conclusie worden getrokken dat het materiaal cocaïne bevat.”</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_349e80b4-f86b-4dc4-8278-578a66b1de26" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Het klopt dat ik op 15 september 2018 met [medeverdachte] (het Gerecht begrijpt: [medeverdachte]) in de boot was. Wij zijn in de richting van Klein Curaçao gevaren. Het klopt dat er een boot is gekomen die de pakketen heeft gebracht. Het klopt ook dat wij hierna naar Curaçao zijn teruggevaren.”</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_07b4d5d6-45a7-4771-9e27-49a24c3e3ee9" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Bewijsoverwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe aangevoerd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>het proces-verbaal van wegen, testen en opsturen van monsters, in </para>
        <para>combinatie met het ADC-rapport, niet kan bijdragen tot het bewijs, omdat niet kan worden vastgesteld dat de door het ADC onderzochte monsters afkomstig zijn van de onder verdachte in beslag genomen partij verpakte ballen; </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>verdachte niet wist wat de inhoud van de ballen was.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ad I.</para>
        <para>De raadsvrouw heeft betoogd dat met het proces-verbaal van wegen, testen en opsturen van monsters d.d. 15 september 2018, in combinatie met het ADC-rapport, niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de door drs. [apotheker ADC onderzochte monsters afkomstig zijn van de onder verdachte in beslag genomen ballen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Zij voert daartoe aan dat genoemd proces-verbaal niet door de verbalisanten is ondertekend, zodat niet vastgesteld kan worden dat er op 15 september 2018 monsters zijn genomen van de onder verdachte in beslag genomen ballen, terwijl voorts uit het rapport van ADC blijkt dat de door hem onderzochte monsters (pas) op 2 november 2018 door hem zijn ontvangen. Nu juist in de tijd tussen 15 september en 2 november 2018 een roof van verdovende middelen uit de politiewacht aan de [adres] heeft plaatsgevonden, waaronder zich volgens de raadsvrouw de onder verdachte in beslag genomen partij ballen bevond, bestaat er twijfel over de vraag of de monsters wel zijn afgenomen van die partij. Bij gebreke van andere bewijsmiddelen betreffende de inhoud van de onder verdachte in beslag genomen partij ballen kan daarom niet worden bewezen dat deze ballen cocaïne hebben bevat.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht overweegt als volgt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting een door verbalisant [verbalisant 6] ondertekend exemplaar van het proces-verbaal van weging, testen en opsturen van monsters naar het laboratorium d.d. 15 september 2018 in het geding gebracht. Het Gerecht baseert hierop de conclusie dat, zoals in dat proces-verbaal is vermeld, op 15 september 2018, uit de onder verdachte in beslag genomen partij ballen, de monsters met nummers 87/2018 code II-B-1 tot en met II-B-21 zijn genomen, en dat deze monsters op diezelfde dag ter beschikking zijn gesteld van de afdeling Toxicologie van het ADC. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht constateert voorts dat drs. [apotheker ADC], apotheker bij het [ADC], in de aanhef van zijn rapport onder het kopje: “onderwerp” vermeldt: “87/II-B-1 t/m II-B-21 d.d. 15 september 2018”, zijnde dezelfde datum en dezelfde monsternummers als door verbalisant [verbalisant 6] genoemd. Drs. [apotheker ADC] verwijst in de tekst van het rapport voorts naar: “het bij Uw bovenvermelde brief aangeboden materiaal”, terwijl aan het rapport is gehecht een brief van verbalisant [verbalisant 6] van 15 september 2018, waarin deze het (bedrijf) verzoekt 21 potjes met wit poeder, genummerd 87/II-B-1 t/m II-B-21, te onderzoeken, welke brief op 20 november 2018 ook nog door drs. [apotheker ADC] is geparafeerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van het bovenstaande staat naar het oordeel van het Gerecht vast dat de door drs. (naam) onderzochte monsters, die alle cocaïne blijken te bevatten, afkomstig zijn uit de op 15 september 2018 onder verdachte in beslag genomen partij ballen, zodat het verweer wordt verworpen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ad II.</para>
        <para>Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte niet wist wat de inhoud van de verpakte ballen was. Het Gerecht is evenwel van oordeel dat verdachte, gelet op de feitelijke gang van zaken, te weten: het op verzoek van hem verder onbekende Colombianen samen met een medeverdachte in de nacht in een onverlicht vaartuig in de richting van Klein Curaçao varen, op zee verpakte ballen in ontvangst nemen en naar Curaçao terugvaren - waar zij zich samen na aankomst van de boot verwijderden en zich schuil hielden -, minst genomen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er drugs in de ballen zouden zitten. Ook dit verweer wordt dus verworpen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, aanhef, onder c en A en B, van de Opiumlandsverordening en strafbaar gesteld in artikel 11, eerste lid, aanhef, onder a, van die verordening. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het wordt als volgt gekwalificeerd:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder A en B van de Opiumlandsverordening.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvolging. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte het transport in kwestie heeft verricht onder dwang en ernstige bedreiging van een aantal Colombianen. Hij is hiertoe overgegaan omdat hij vreesde voor zijn eigen leven en voor dat van zijn familieleden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat er sprake was van dwang van dien aard dat verdachte daaraan redelijkerwijs geen weerstand kon en behoefde te bieden. Daarbij geldt dat de door verdachte gegeven lezing van de bedreiging/dwang geen concrete aanknopingspunten bevat op grond waarvan die lezing aannemelijk zou moeten worden geacht of aan de hand waarvan de juistheid van die verklaring zou kunnen worden onderzocht. Hij heeft geen namen, woon- of verblijfplaats van de Colombianen genoemd, noch heeft hij enige concrete invulling gegeven aan het verhaal over zijn ontvoering. Maar zelfs als, met verdachte, zou moeten worden aangenomen dat er van enige dreigende situatie en/of dwang sprake is geweest, is niet aannemelijk geworden dat verdachte geen andere keuze had dan het plegen van het bewezenverklaarde feit, bijvoorbeeld door contact op te nemen met de politie. Het verweer wordt dan ook verworpen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Er zijn overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Oplegging van straf </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het Gerecht neemt daarbij het volgende in aanmerking.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft samen met anderen een hoeveelheid van ruim 340 kilo cocaïne ingevoerd. Deze hoeveelheid is zo groot, dat deze alleen bestemd kan zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne vormt een ernstige bedreiging voor de samenleving door de criminaliteit en overlast die daarmee gepaard gaat. Ook levert dit verdovende middel grote gevaren op voor de gezondheid van gebruikers. Dit alles heeft de verdachte er niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen. Het Gerecht rekent de verdachte zijn handelen zwaar aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten nadele van de verdachte houdt het Gerecht voorts rekening met het feit hij in 2016 ook is veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens een soortgelijk strafbaar feit, alsook met het feit dat hij in 2005 is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een reisverbod wegens overtreding van de Opiumlandsverordening. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht is, na dit alles te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van 5 jaren passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De aangevoerde persoonlijke omstandigheden van de verdachte nopen naar het oordeel van het Gerecht niet tot een andere of lagere straf.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beslag</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Onder de verdachte is een boot, genaamd [naam boot], onder registratieletters en -nummers [registratienummer boot] in beslag genomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht is van oordeel dat de boot vatbaar is voor verbeurdverklaring. Het Gerecht stelt in dat verband vast dat het bewezen verklaarde met behulp van deze boot is begaan. Het Gerecht zal daarom de verbeurdverklaring gelasten, zoals door de officier van justitie gevorderd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:67, 1:68 en 1:123 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een<emphasis role="bold"> gevangenisstraf </emphasis>voor de <emphasis role="bold">5 (vijf) jaren</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een op 15 september 2018 in beslag genomen boot met (vals) registratienummer [registratienummer boot] [naam boot].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door de rechter mr.mr.drs. S.M. van Lieshout, bijgestaan door R.A. Caupain, (zittingsgriffier), en op 23 januari 2019 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraakgriffier:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9be76afd-c67b-4ed2-8eda-cf89b9e3d7c9" label="1">
    <para>Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het relaas proces-verbaal van het Korps Politie Curaçao (Divisie Georganiseerde Criminaliteit) d.d. 29 oktober 2018, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 20181029.1450 en de onderzoeksnaam “PIP”. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e11d27b8-3ef6-42b5-956f-880968fd17ab" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aanhouding d.d. 15 september 2018, pagina 1-2. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e699799a-546a-43e4-9e06-772fadade3fc" label="3">
    <para> Schriftelijk bescheid, te weten een radaranalyse rapport, d.d. 3 oktober 2018, pagina 55-65. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_225ca653-31d5-4eac-8e88-922195f50cdd" label="4">
    <para> Proces-verbaal van weging, testen en opsturen van monsters d.d. 15 september 2018opgemaakt door [verbalisant 6] en [verbalisant 7], beiden hoofdagenten van politie bij het Korps Politie Curaçao, en ondertekend door [verbalisant 6] voornoemd. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_349e80b4-f86b-4dc4-8278-578a66b1de26" label="5">
    <para> Schriftelijk bescheid, te weten een rapport van drs. [apotheker ADC], apotheker bij het Analytisch Diagnostisch Centrum in Curaçao, d.d. 19 november 2018.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_07b4d5d6-45a7-4771-9e27-49a24c3e3ee9" label="6">
    <para> Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 4 januari 2019, zoals die eventueel later - indien tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld - in het proces-verbaal van die terechtzitting zal worden weergegeven.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>