<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2019:290</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-24T12:59:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR201803811</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2019:290">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2019:290</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-24T12:59:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2019:290 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 20-12-2019 / CUR201803811</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2019:290:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Belanghebbende is ingezetene van Curaçao en geniet arbeidsinkomen uit Aruba. Aruba is heffingsbevoegd over dit inkomen, maar Curaçao kan dit inkomen in de heffingsgrondslag van de inkomstenbelasting betrekken. Om dubbele belasting te voorkomen, moet Curaçao een tegemoetkoming (belastingvermindering) verlenen op de in artikel 24, lid 1 Belastingregeling voor het Koninkrijk voorgeschreven wijze. </para>
        <para>Belanghebbende heeft verzocht om een proceskostenvergoeding. Het Gerecht ziet echter geen aanleiding de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten. Belanghebbende is namelijk bijgestaan door haar moeder die beroepsmatig rechtsbijstand pleegt te verlenen. Het Gerecht oordeelt dat in dit geval de rechtsbijstand echter niet op zakelijke basis is geschied.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2019:290:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 20 december 2019</para>
    <para>BBZ nr. CUR201803811</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">X</emphasis>, wonende te Curaçao,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, zetelend in Curaçao, </para>
      <para>de Inspecteur</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende is met dagtekening 24 november 2017 een aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2014 naar een belastbaar inkomen van NAf 197.000. Verder is een verzuimboete van NAf 500 opgelegd wegens het niet tijdig doen van aangifte. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 4 december 2017 bezwaar gemaakt tegen de aanslag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 19 oktober 2018 de aanslag verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van NAf 195.588, resulterend in een verschuldigd belastingbedrag van NAf 66.522. De verzuimboete is gehandhaafd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 12 november 2018 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor NAf 50 aan griffierecht betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 10 december 2019 een verweerschrift ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De zitting heeft plaatsgevonden op 11 december 2019 te Willemstad. Namens belanghebbende is verschenen haar moeder A, werkzaam bij Y  NV. Namens de Inspecteur is zonder voorafgaande kennisgeving niemand verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>Na sluiting van het onderzoek ter zitting is op 12 december 2019 een nader stuk van belanghebbende bij het Gerecht binnengekomen. Het Gerecht heeft hierin geen aanleiding gezien het onderzoek te heropenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Belanghebbende is ingezetene van Curaçao.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft in het onderhavige jaar 2014 voor een bedrag van NAf 43.846 aan inkomsten genoten uit het verrichten van werkzaamheden in dienstbetrekking als belastingadviseur in Aruba. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Bij het vaststellen van de aanslag heeft de Inspecteur geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleend voor de uit Aruba genoten inkomsten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>In geschil is of de Inspecteur de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting op juiste wijze heeft berekend. Beide partijen beantwoorden deze vraag ontkennend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Beide partijen concluderen tot vermindering van de aanslag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Belanghebbende heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat de verzuimboete niet in geschil is.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>BEOORDELING VAN HET BEROEP</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>In het onderhavige geval is het uit Aruba genoten arbeidsinkomen ook in Aruba aan de belastingheffing onderworpen zodat een situatie ontstaat van dubbele belastingheffing. De Belastingregeling voor het Koninkrijk (hierna: BRK) bevat regels ter voorkoming van dubbele belasting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat de heffing over het uit Aruba genoten arbeidsinkomen ingevolge artikel 15 BRK toekomt aan Aruba. Dit laat onverlet dat Curaçao dit inkomen in de heffingsgrondslag van de inkomstenbelasting kan begrijpen. Om dubbele belasting te voorkomen moet van de zijde van Curaçao een tegemoetkoming (belastingvermindering) worden verleend. De wijze van tegemoetkoming is geregeld in artikel 24, lid 1, BRK. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De verschuldigde inkomstenbelasting over het wereldinkomen van belanghebbende van NAf 195.588 bedraagt NAf 66.522. Van de zijde van Curaçao moet op de voet van artikel 24, lid 1, BRK een belastingvermindering worden verleend ter zake van het uit Aruba genoten arbeidsinkomen van NAf 43.846. Deze vermindering bedraagt (NAf 43.846 : NAf 195.588) x NAf 66.522, ofwel NAf 14.913. De verschuldigde inkomstenbelasting na de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting en de aftrek van de basiskorting van NAf 1.997 bedraagt alsdan NAf 66.522 minus NAf 14.913 minus NAf 1.997, ofwel NAf 49.612. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Het Gerecht ziet geen aanleiding om de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten. Belanghebbende is bijgestaan door haar moeder die beroepsmatig rechtsbijstand pleegt te verlenen. Haar moeder heeft ter zitting verklaard dat zij geen factuur heeft gestuurd of zal sturen aan belanghebbende en dat belanghebbende op een andere wijze een wederdienst aan haar zal verlenen. Gehoord de toelichting ter zitting acht het Gerecht niet aannemelijk dat op enig moment een vergoeding betaald zal gaan worden voor de door de moeder verleende rechtsbijstand. Gelet op het vorenstaande wordt ervan uitgegaan dat in dit geval de rechtsbijstand niet op zakelijke basis is geschied.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Wel dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 5, Landsverordening op het beroep in belastingzaken, het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt de uitspraak op bezwaar; </para>
    <para>- vermindert de aanslag inkomstenbelasting 2014 tot een bedrag van NAf 49.612 voor de verrekening van de loonbelasting;</para>
    <para>- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 50 te vergoeden.  </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 20 december 2019, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De rechter,	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn per post/ per e-mail op  …………………………  aan partijen verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOGER BEROEP</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen <emphasis role="bold">twee maanden</emphasis> na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wilhelminaplein 4</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Willemstad</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Curaçao</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener,</para>
    <para>b. de dagtekening,</para>
    <para>c. waartegen u in beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">belastinggriffieCUR@caribjustitia.org</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:</para>
    </parablock>
    <para>- natuurlijke personen: 	NAf 200 </para>
    <para>- personenvennootschappen en rechtspersonen: 	NAf 500 </para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>