<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2019:21</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-15T13:29:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR201701848</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2019:21">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2019:21</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-15T13:29:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2019:21 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 08-02-2019 / CUR201701848</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2019:21:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Belanghebbende geniet inkomsten uit pensioen, AOW en uit dienstbetrekking. De Inspecteur heeft terecht uitsluitend het pensioeninkomen naar een tarief van 1,5% in de premieheffing AVBZ betrokken, en het overige inkomen, waaronder de AOW-uitkering, naar een tarief van 2%.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2019:21:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 8 februari 2019</para>
    <para>BBZ nr. CUR201701848</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[ X ]</emphasis>, wonende te Curaçao,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, zetelend in Curaçao, </para>
      <para>de Inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende is op 25 november 2016 een definitieve aanslag premie AVBZ voor het jaar 2015 opgelegd naar een premie-inkomen van NAf 76.654, waarbij het bedrag van de premie is vastgesteld op NAf 1.533. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 1 december 2016 bezwaar gemaakt tegen de aanslag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 28 juli 2017 de aanslag verminderd tot een aanslag naar een premie-inkomen van NAf 67.155. Daarbij is het bedrag van de premie vastgesteld op NAf 1.208. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 25 september 2017 beroep ingesteld. Daarbij is NAf 50 aan griffierecht betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 16 januari 2019 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De zitting heeft plaatsgevonden op 30 januari 2019 te Willemstad. Belanghebbende is in persoon verschenen. Namens de Inspecteur is verschenen [ A ]. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Belanghebbende, geboren op [ geboortedatum ], heeft in 2015 de volgende inkomsten genoten:</para>
      <para>- Pensioen van Zwitserleven	NAf 26.973 	(€ 13.656)</para>
      <para>- AOW-uitkering van de SVB Nederland	11.638 	(€ 5.892)</para>
      <para>- Loon uit dienstbetrekking [ Q ]	<emphasis role="underline">29.297</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>Totaal	67.908</para>
        <para>Minus: Persoonlijke lasten	<emphasis role="underline">-/- 753</emphasis></para>
        <para>Premie-inkomen	67.155</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De Inspecteur heeft bij het vaststellen van de aanslag een premiepercentage AVBZ van 1,5% in aanmerking genomen ter zake van het pensioeninkomen, en 2% ter zake van de overige inkomsten. Het bedrag van de premie is als volgt berekend:</para>
      <para>- 1,5% van NAf 26.973	NAf 404</para>
      <para>- 2% van (NAf 67.155 minus NAf 26.973)	<emphasis role="underline">804</emphasis></para>
      <para>Totaal	1.208</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>GESCHIL</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>In geschil is of bij het vaststellen van de aanslag het juiste tarief is toegepast. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend, de Inspecteur bevestigend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Belanghebbende betoogt dat het volledige premie-inkomen van NAf 67.155 naar een tarief van 1,5% in de premieheffing moet worden betrokken. De Inspecteur verdedigt het standpunt dat het tarief van 1,5% alleen geldt voor het pensioeninkomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 21, lid 1, van de Landsverordening AVBZ in samenhang met artikel 1, lid 1, van het Landsbesluit AVBZ-premie 1999, bedraagt het algemene tarief voor de premieheffing AVBZ 2%.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>In uitzondering op voornoemd tarief van 2%, is een tarief van 1,5% van toepassing op pensioeninkomen (artikel 21, lid 3, van de Landsverordening AVBZ in samenhang met artikel 1, lid 3, van het Landsbesluit AVBZ-premie 1999). Onder pensioen wordt verstaan de opbrengst uit een recht op periodieke uitkering, welke ter zake van een vroegere dienstbetrekking wordt ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De Inspecteur heeft uitsluitend het pensioeninkomen naar een tarief van 1,5% in de heffing betrokken, en het overige inkomen, waaronder de AOW-uitkering, naar een tarief van 2%. Dit is in overeenstemming met de hiervoor geschetste wettelijke regeling. In dat verband merkt het Gerecht op dat een AOW-uitkering niet wordt ontvangen ter zake van een vroegere dienstbetrekking. Het beroep van belanghebbende dient derhalve ongegrond te worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT</title>
    <para>Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 8 februari 2019, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noël – van der Biezen BSc.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	            De rechter,	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn per post/ per e-mail op  …………………………  aan partijen verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">HOGER BEROEP</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen <emphasis role="bold">twee maanden</emphasis> na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wilhelminaplein 4</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Willemstad</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Curaçao</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener,</para>
    <para>b. de dagtekening,</para>
    <para>c. waartegen u in beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: <emphasis role="bold">belastinggriffie@caribjustitia.org</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:</para>
      <para>                -natuurlijke personen:                                                            	NAf. 200 </para>
      <para>                -personenvennootschappen en rechtspersonen:             	NAf. 500 </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>