<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2019:103</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T15:05:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Lar CUR201702036</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2019:103">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2019:103</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-03T14:20:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2019:103 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 24-05-2019 / Lar CUR201702036</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2019:103:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om toekenning schadeloosstelling. Er is geen zelfstandig schadebesluit. Het bezwaar tegen de afwijzing wordt alsnog niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2019:103:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Uitspraak</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[eiser],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend in Curaçao,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.J. Maduro,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Sociale Verzekeringsbank,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>verweerster,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Bonafasia, werkzaam bij verweerster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 4 april 2017 heeft verweerster op een verzoek van eiser van 17 maart 2017 (het verzoek) beslist dat hem niet met ingang van 1 juni 2014 een ouderdomspensioen van NAf 3.000,- per maand wordt toegekend en verder dat een rechter moet oordelen over de vaststelling van de beweerdelijke schuld en gevraagde schadeloosstelling daarvoor (de afwijzing)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beroepschrift van 14 september 2017, bij het Gerecht ingediend op 16 oktober 2017, heeft eiser beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op het door hem tegen de afwijzing ingediende bezwaar (de fictieve weigering).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 4 oktober 2017, per aangetekende post verzonden op 18 oktober 2017 (het bestreden besluit), heeft verweerster het bezwaar van eiser alsnog (kennelijk) ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 22 februari 2018 heeft eiser gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid om de gronden van zijn beroep, dat op grond van artikel 9c, eerste lid, van de Lar mede betrekking heeft op het bestreden besluit, aan te vullen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerster heeft een verweerschrift en nadere stukken ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De openbare behandeling ter zitting van het Gerecht heeft plaatsgevonden op 10 april 2019. Eiser is daar verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Het verzoek ziet op het verhaal van schade die volgens eiser zou zijn ontstaan als gevolg van de onrechtmatige toepassing begin mei 2014 door verweerster van de haar op grond van artikel 5.4, derde lid, van de Landsverordening basisverzekering ziektekosten (de Lbvz) toekomende bevoegdheid tot medische uitzending, zoals daarvan blijkt uit het inspectie rapport van 26 oktober 2016 van de Inspectie voor de Volksgezondheid (het inspectie rapport).</para>
    <para />
    <para>2. Ter zitting heeft eiser zijn vordering wat betreft de toekenning van het ouderdomspensioen ingetrokken, zodat thans nog in geding is de schadeloosstelling van NAf 538.000,-, te vermeerderen met rente en de kosten voor rechtskundige bijstand. </para>
    <para />
    <para>3. Het Gerecht stelt voorop dat indien het beroep is gericht tegen een besluit op bezwaar van een bestuursorgaan, de Lar-rechter bevoegd is van het beroep kennis te nemen, maar dat het bezwaar slechts ontvankelijk is indien tegen de beweerdelijke schadeveroorzakende uitoefening van de publiekrechtelijke bevoegdheid zelf ook bezwaar en beroep openstond op grond van de Lar (‘processuele connexiteit’).</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het Gerecht stelt vervolgens vast dat de grondslag voor de vordering tot schadevergoeding van appellant niet een voor onrechtmatig te houden beschikking betreft die verweerster zou hebben genomen op de voet van vermelde bepaling van de Lvbz, maar het aan verweerster toe te rekenen beweerdelijk onrechtmatig handelen van de medisch adviseur, zoals geëvalueerd in het inspectie rapport.</para>
        <para>	Tegen dat beweerdelijk onrechtmatig handelen stond geen bezwaar of beroep op grond van de Lar open, zodat niet werd voldaan aan de eis van processuele connexiteit. De bestuursrechtelijke weg van het zelfstandig schadebesluit voor het verkrijgen van schadevergoeding stond hier derhalve niet open, wat verweerster bij de afwijzing ook met juistheid aannam door voor het schadeverhaal te verwijzen naar de rechter, waarmee kennelijk gedoeld werd op de civiele rechter.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Verweerster heeft evenwel bij het bestreden besluit niet onderkend dat tegen de afwijzing wat betreft de schadeloosstelling geen bezwaar openstond, zodat zij het bezwaar daartegen niet-ontvankelijk had moeten verklaren.</para>
      <para />
      <para>4. De slotsom is dat het beroep tegen het bestreden besluit gegrond is en dat het bestreden besluit moet worden vernietigd. Het Gerecht zal zelf in deze zaak voorzien door het bezwaar tegen de afwijzing voor zover nog in het geding, alsnog niet-ontvankelijk te verklaren. Gegeven deze uitkomst heeft eiser geen belang meer bij een beoordeling in rechte van de fictieve weigering, zodat het beroep in zoverre niet-ontvankelijk kan worden verklaard.</para>
      <para />
      <para>5. Het Gerecht ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling ten gunste van eiser, omdat niet is gebleken van voor vergoeding in aanmerking komende, aan zijn zijde gevallen kosten. Daartoe merkt het Gerecht op dat de gemachtigde van eiser in verband met zijn royement als advocaat niet wordt aangemerkt als een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.</para>
      <para />
      <para>6. Wél zal het Gerecht verweerster opdragen aan eiser het door hem voor de behandeling van dit beroep betaalde griffierecht te vergoeden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">verklaart</emphasis> het beroep voor zover gericht tegen de fictieve weigering <emphasis role="underline">niet-ontvankelijk</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">verklaart</emphasis> het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit <emphasis role="underline">gegrond</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">vernietigt</emphasis> het bestreden besluit, voor zover nog aangevochten;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">verklaart</emphasis> het bezwaar tegen de afwijzing wat betreft de schadeloosstelling alsnog <emphasis role="underline">niet-ontvankelijk;</emphasis></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">bepaalt</emphasis> dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit; en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="underline">draagt</emphasis> verweerster <emphasis role="underline">op</emphasis> het betaalde griffierecht van NAf 150,- (zegge: honderdvijftig Nederlands-Antilliaanse guldens) aan eiser te vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus vastgesteld door mrs. D. Haan, voorzitter, en J. Sybesma en L.C. Hoefdraad, leden, en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2019, in tegenwoordigheid van mr. O.H.M. Leito, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen <emphasis role="bold">zes weken</emphasis> na kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Lar.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>