<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2018:59</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-08T22:23:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BBZ nr. CUR201700095</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2018/1416 met annotatie van mr. T.A.D. van Wordragen</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:59">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:59</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-25T14:20:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2018:59 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 23-04-2018 / BBZ nr. CUR201700095</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2018:59:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De geestelijke stoornis van belanghebbende vormt geen bijzondere omstandigheid die de tijdige indiening van het beroep verhindert.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2018:59:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 23 april 2018</para>
    <para>BBZ nr. CUR201700095</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[ X ]</emphasis>, wonende in Curaçao,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, zetelend in Curaçao,</para>
      <para>de Inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Aan belanghebbende is op 24 maart 2016 over het jaar 2014 een aanslag </para>
        <para>premies AOV/AWW opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende is op 25 augustus 2016 tegen de aanslag in bezwaar gekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <parablock>
        <para>De Inspecteur heeft op 25 november 2016 uitspraak op bezwaar gedaan en het </para>
        <para>bezwaar niet- ontvankelijk verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <parablock>
        <para>Belanghebbende is op 6 februari 2017 in beroep gekomen tegen de</para>
        <para>uitspraak op bezwaar.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Partijen zijn opgeroepen tot het bijwonen van een zitting. In dat verband is op 16 maart 2018 te Willemstad namens de Inspecteur verschenen [ A ] en belanghebbende is in persoon verschenen. Zij werd vergezeld door haar vader.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>BEOORDELING VAN HET BEROEP</title>
    <bridgehead role="italic">Ontvankelijkheid beroep</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>In artikel 31, lid 1 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) is bepaald dat de belanghebbende binnen twee maanden na dagtekening van de uitspraak op bezwaar in beroep kan komen bij het Gerecht. De uitspraak op bezwaar heeft als dagtekening 25 november 2016. Het beroep is ingediend op 6 februari 2017, dat is na de termijn van  twee maanden. Het beroep is dus te laat ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Ingevolge artikel 5, lid 4 van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) is die termijn niet verbindend als ten genoegen van het Gerecht wordt aangetoond dat de overschrijding daarvan door bijzondere omstandigheden is verhinderd. Belanghebbende heeft er in dat verband op gewezen dat zij sinds 2014 meerdere klachten van manische depressiviteit heeft gehad en daardoor ontregeld was in haar dagelijkse gang van zaken of om die reden opgenomen was. Als bewijs hiervoor heeft ze brieven bijgevoegd van behandelend artsen. Hieruit blijkt onder meer dat ze een bipolaire, schizo-affectieve stoornis heeft en als gevolg van crisissituaties sinds 2011 vier keer in [ KC] is opgenomen voor periodes van ca 1 tot 3 maanden: eenmaal in 2011, tweemaal in 2014 en in 2017 van 13 februari tot 7 april. In deze situatie is naar het oordeel van het Gerecht geen sprake van een bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 5, lid 4 LBB. De genoemde oorzaken van de termijnoverschrijding doen zich volgens belanghebbende reeds gedurende langere tijd voor. Belanghebbende had dan ook tijdig maatregelen kunnen treffen ter behartiging van haar belangen en om die overschrijding te voorkomen. De eigen verantwoordelijkheid staat daarbij voorop. Belanghebbende had gedurende de ziekte iemand anders kunnen verzoeken om haar zaken te behartigen en voor haar een beroepschrift in te dienen of ze had zelf een pro forma beroepschrift in kunnen dienen. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij daartoe niet in staat is geweest. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Nu het beroepschrift te laat is ingediend en van een bijzondere omstandigheid die de te late indiening rechtvaardigt geen sprake is, is het beroep niet-ontvankelijk. Het Gerecht komt niet toe aan een inhoudelijke behandeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>PROCESKOSTENVERGOEDING</title>
    <para>Het Gerecht acht geen termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de door belanghebbende gemaakte proceskosten. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vorenstaande leidt ertoe dat als volgt moet worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart het beroep niet- ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.M. de Werd rechter in dit Gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2018, in tegenwoordigheid van de griffier, M.M.M. Faro MSc.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,								De rechter, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat om </para>
      <para>de uitspraak te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………….. aan partijen verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 17a, eerste lid Landsverordening op het beroep in belastingzaken).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht overeenkomstig artikel 14, derde lid. De instelling van het hoger beroep geschiedt door persoonlijke indiening bij dan wel toezending aan de griffier van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 17b, tweede lid Landsverordening op het beroep in belastingzaken).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>