<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2018:382</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-22T13:15:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR201801896</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:382">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:382</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-22T13:14:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2018:382 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 19-12-2018 / CUR201801896</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2018:382:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vaststellingsovereenkomst - onvoldoende nagekomen - geen nadere proceskosten</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2018:382:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis in kort geding </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar het recht van Venezuela</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">SUMINISTRO DE CAPITAL HUMANO ETT S.A. (SUCHETT S.A.)</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Venezuela,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. H.W. Braam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BANCO DEL ORINOCO</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Curaçao,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigden: mr. T.E. Matroos.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Suchett en BdO genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Suchett heeft op 14 juni 2018 een kort geding verzoekschrift met producties ingediend. De mondelinge behandeling van 9 juli 2018 is op verzoek van partijen aangehouden teneinde een minnelijke regeling te beproeven. Partijen hebben na verschillende aanhoudingen een regeling bereikt. Nadien is de zaak nogmaals een aantal keer aangehouden ter uitvoering van de regeling. Bij e-mailbericht van 24 november 2018 heeft mr. Braam om vonnis gevraagd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij e-mail van haar gemachtigde van 24 november 2018 heeft Suchett laten weten dat BdO haar inmiddels overeenkomstig de regeling heeft betaald, met dien verstande dat daarvan een bedrag van US$ 50.801,70 onbetaald is gebleven. Suchett heeft haar eis verminderd tot dit bedrag en heeft verzocht BdO te veroordelen tot betaling van dit bedrag vermeerderd met rente en kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>BdO heeft deze verminderde hoofdsom niet betwist. Het Gerecht acht de gewijzigde vordering dan ook als voldoende onderbouwd en niet weersproken toewijsbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Nu BdO in het ongelijk wordt gesteld, bestaat in beginsel grond voor haar veroordeling in de proceskosten. BdO heeft bij e-mail van 26 november 2018 aangegeven dat partijen in de vaststellingsovereenkomst reeds hebben voorzien in een vergoeding van rente en kosten, zodat geen aanleiding bestaat voor een restantvordering met rente en een afzonderlijke proceskostenveroordeling. Suchett heeft daar niet (meer) op gereageerd. Het Gerecht volgt BdO in haar betoog dat de rente en de gemaakte proceskosten redelijkerwijs geacht moeten worden te zijn verdisconteerd in de tussen partijen overeengekomen regeling. Gesteld noch is gebleken dat er nadien nog (proces)kosten zijn gemaakt die voor rekening van BdO zouden moeten komen. Nu niet bekend is wanneer de regeling tussen partijen tot stand is gekomen, kan evenmin worden vastgesteld of Suchett rente toekomt, en zo ja vanaf wanneer.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <bridgehead role="underline">Het Gerecht:</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>rechtdoende in kort geding:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">veroordeelt </emphasis>BdO om een bedrag van US$ 50.801,70 aan Suchett te betalen; </para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">verklaart</emphasis> het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">wijst af</emphasis> het meer of anders gevorderde.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis in kort geding is gewezen door mr. S.M. Christiaan, rechter in voormeld Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>19 december 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>