<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2018:376</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-20T09:42:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR201803221</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:376">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:376</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-20T09:42:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2018:376 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 29-10-2018 / CUR201803221</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2018:376:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>incasso erkend - afwijzing beslag kosten</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2018:376:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para>Afdeling civiel</para>
    <para>Zaaknummer: CUR201803221</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis in kort geding d.d. 29 oktober 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de naamloze vennootschap GOMEZ SHIPPING N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Curaçao,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.B. Wilsoe,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[GEDAAGDE] h.o.d.n. ROYAL IMPORT CURACAO,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Curaçao,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>procederende in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Gomez en [gedaagde] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Gomez heeft op 26 september 2018 een verzoekschrift ingediend. Vervolgens heeft op 15 oktober 2018 de mondelinge behandeling plaatsgevonden waarbij de gemachtigde van Gomez haar standpunten heeft toegelicht aan de hand van overgelegde schriftelijke pleitaantekeningen. Tijdens de zitting is [gedaagde] in persoon verschenen. Hij heeft producties in het geding gebracht en het woord gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen zijn een vervoersovereenkomst aangegaan op basis waarvan Gomez voor [gedaagde] motorvoertuigen van de Verenigde Staten naar Curaçao heeft vervoerd.  Uit hoofde hiervan is [gedaagde] een bedrag van NAf 21.053,76 aan Gomez verschuldigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] zijn betalingsverplichtingen niet is nagekomen heeft Gomez hem bij brief van 23 april 2018 gesommeerd tot betaling van de vrachtkosten ten bedrage van NAf 21.053,76, vermeerderd met (boete) rente en kosten. In deze brief biedt Gomez [gedaagde] de mogelijkheid aan om middels haar gemachtigde een minnelijke regeling te beproeven. Partijen zijn sedert begin juli 2018 met elkaar in overleg omtrent een minnelijke regeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Gomez heeft na bekomen verlof hiertoe op 29 augustus 2018 conservatoir derdenbeslag gelegd onder de naamloze vennootschap Riffort Village N.V. ten laste van [gedaagde] en daarnaast conservatoir beslag gelegd op diens motorvoertuig.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 26 september 2018 heeft Gomez bij dit Gerecht de eis in de hoofdzaak ingesteld. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Gomez vordert dat het Gerecht, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt om bij wijze van voorschot te betalen de hoofdsom van NAf 21.053,76, te vermeerderen met de overeengekomen boeterente van 2%, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 29 april 2018 tot en met de dag van algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met 15% aan buitengerechtelijk kosten en de beslagkosten, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.	[</nr>
      <para>Gedaagde] erkent de verschuldigde hoofdsom, maar betwist de gevorderde beslagkosten. Hij betoogt – naar het Gerecht begrijpt – dat het beslag voorbarig is gelegd omdat partijen reeds overeenstemming hadden bereikt omtrent een regeling en dat deze regeling alleen nog schriftelijk moest worden vastgelegd. [gedaagde] meent dan ook dat  de door Gomez gelegde beslagen onnodig waren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Tussen partijen staat vast dat Gomez de motorvoertuigen in opdracht en op kosten van [gedaagde] heeft vervoerd. Over het hoofdsom van NAf 21.053,76, te vermeerderen met de overeengekomen boeterente van 2%, zoals door Gomez in rekening gebracht, bestaat geen discussie. De erkende hoofdsom is daarom toewijsbaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.	[</nr>
      <para>Gedaagde] heeft de gevorderde buitengerechtelijke kosten niet betwist. In afwijking van de  gevorderde 15% aan buitengerechtelijke incassokosten, zal conform hetgeen in het Procesreglement 2018 is geregeld, een bedrag van NAf 1.500,00 te weten 1½ punt van tarief 4, worden toegewezen. Dit bedrag is gebaseerd op de toegewezen hoofdsom.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het Gerecht oordeelt voorts dat [gedaagde] middels de door hem overgelegde e-mailcorrespondentie voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat partijen in ieder geval in een zover gevorderd stadium van onderhandeling over een minnelijke regeling waren dat Gomez te voorbarig beslagen heeft gelegd. De stelling van Gomez dat hij [gedaagde] telefonisch heeft geadviseerd om, ondanks het ontbreken van een vaststellingsovereenkomst, meteen de overeengekomen bedragen te betalen is, gezien de onderbouwde betwisting van [gedaagde], niet komen vast te staan. De kosten van het beslag zullen daarom worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.	[</nr>
      <parablock>
        <para>Gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van Gomez tot op heden begroot op NAf 998,50 aan verschotten (NAf 750.- aan griffierechten daarin begrepen) en </para>
        <para>NAf 1.000,- aan gemachtigdensalaris.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rechtdoende in kort geding:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">veroordeelt</emphasis> [gedaagde] om aan Gomez tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen NAf 21.053,75, te vermeerderen met 2% overeengekomen boeterente over dit bedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 april 2018 tot de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met </para>
        <para>NAf 1.500,- aan buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">veroordeelt </emphasis>[gedaagde] in de aan de zijde van Gomez gemaakte proceskosten, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op NAf 1.000,- aan gemachtigdensalaris, NAf 248,50 aan verschotten en NAf 750,- aan griffierechten;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">verklaart</emphasis> dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">wijst</emphasis> het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Christiaan, rechter, en op 29 oktober 2018 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>