<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2018:301</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-13T17:16:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR201702652</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:301">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:301</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-13T17:16:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2018:301 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 03-12-2018 / CUR201702652</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2018:301:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek is niet gericht tot het verkrijgen van een beschikking in de zin van de Lar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2018:301:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Uitspraak</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>op grond van artikel 79, eerste lid, van de Lar in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[eiser],</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende in Curaçao,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigden: mrs. S.I. Da Costa Gomez en C.A. Peterson, advocaten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Justitie,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. P. Tweeboom, advocaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beroepschrift van 27 november 2017 heeft eiser beroep ingesteld tegen het weigeren van verweerder om te beslissen op zijn verzoek van 7 september 2017 tot teruggave van de door de hoofdinspecteur en brigadier van politie bij Unit Bijzonder Wetten ingenomen vuurwapen (het verzoek).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Lar wordt in deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen verstaan onder beschikking: een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is. Op grond van het tweede lid wordt met een beschikking een weigering om een beschikking te geven gelijk gesteld.</para>
    <parablock>
      <para>	Op grond van artikel 7, eerste lid, kunnen personen, die door een beschikking rechtstreeks in hun belang zijn getroffen, daartegen beroep instellen bij het Gerecht. </para>
      <para>	Op grond van artikel 79, eerste lid, aanhef en onder a, kan het Gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien verdere behandeling van het beroep hem niet nodig voorkomt, omdat het Gerecht onbevoegd is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het Gerecht acht verdere behandeling van het beroep niet nodig, omdat het Gerecht onbevoegd is. Hij overweegt daartoe het volgende.</para>
    <para />
    <para>3. Het verzoek van eiser is niet gericht op het verkrijgen van een beschikking in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Lar. Een wettelijke grondslag voor een dergelijke beschikking bestaat immers niet. Het niet beantwoorden door de minister op het verzoek kan dan ook niet worden aangemerkt als een weigering een beschikking te geven, die op grond van artikel 3, tweede lid, van de Lar zou zijn aan te merken als een beschikking, waartegen artikel 7, eerste lid, van de Lar beroep dan wel bezwaar zou kunnen worden ingesteld dan wel gemaakt. Zo eiser meent door het Land Curaçao op onrechtmatige wijze te zijn behandeld, kan hij ter zake een vordering bij de burgerlijke rechter instellen.</para>
    <para />
    <para>4. Uit het voorgaande volgt dat het Gerecht zich onbevoegd dient te verklaren kennis te nemen van het beroep.</para>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling ziet het Gerecht geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht <emphasis role="underline">verklaart</emphasis> zich <emphasis role="underline">onbevoegd</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus vastgesteld door mr. D. Haan, rechter in het Gerecht, en bekend gemaakt op </para>
      <para>3 december 2018 te Curaçao, in tegenwoordigheid van mr. O.H.M. Leito, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat verzet open binnen <emphasis role="bold">twee weken</emphasis> na de dag van bekendmaking van de uitspraak. Zie artikel 80 van de Lar.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>