<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2018:257</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T08:11:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Cur201703567 (voorheen EJ 81893/2017)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2018/420</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:257">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:257</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-29T15:44:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2018:257 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 18-10-2018 / Cur201703567 (voorheen EJ 81893/2017)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2018:257:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>leegstaand pand/chollhouse geen langdurig onverdeelde boedel in de zin van artikel 3:200a e.v. BW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2018:257:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO </bridgehead>
    <para>Afdeling civiel</para>
    <para>Zaaknummer: Cur201703567 (voorheen EJ 81893/2017)</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking d.d. 18 oktober 2018  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[VERZOEKER],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Curaçao,</para>
      <para>hierna ook te noemen: verzoeker,</para>
      <para>gemachtigde: mr. L.L.A. Davelaar,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. <emphasis role="bold">[VERWEERDER SUB 1]</emphasis>,</para>
      <para>2. <emphasis role="bold">[VERWEERDER SUB 2]</emphasis>,</para>
      <para>3. <emphasis role="bold">[VERWEERDER SUB 3]</emphasis>,</para>
      <para>allen zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats hier te lande of elders,</para>
      <para>hierna ook te noemen: verweerders,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het procesverloop blijkt uit:</para>
        <para>       -	het inleidend verzoekschrift met producties, ingediend ter griffie op 8 februari 2017;</para>
        <para>       -	de beschikking van dit Gerecht van 18 juni 2018, waarin is bepaald dat verweerders voor de behandeling van deze zaak door middel van publicatie dienen te worden opgeroepen;</para>
        <para>       -	het exploot van de oproeping van verweerders d.d. 22 juni 2018, met bijlagen;</para>
      </parablock>
      <para>- de mondelinge behandeling op 20 september 2018. Verschenen zijn verzoekster in persoon en bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd, aanwezig waren [naam 1], dochter, [naam 2], zus      [naam 3], zus, [naam 4], echtgenote en [naam 5], schoonzoon.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verzoeker verzoekt, samengevat:</para>
      <para>a. om de Stichting Afwikkeling Nalatenschappen (hierna: de Stichting) conform artikel 4:204 lid 1 onder a BW te benoemen tot vereffenaar van de nalatenschap van verweerder sub 3; en </para>
      <para>b. toekenning ex artikel 3:200f BW aan de Stichting van het perceel (met opstal) te De [adres b] (achterste gedeelte) behorende tot verweerders sub 1 en 2.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Verzoeker legt daaraan het volgende ten grondslag. Blijkens inzage in het Kadaster staat een opstal te [adres a] /De [adres b] gedeeltelijk op een perceel grond groot 147 m², gelegen in het Stadsdistrict van Curaçao, met het daarop gebouwde voorheen bekend als [adres a] thans genummerd [nummer], kadastraal bekend als Afdeling Stadsdistrict Sectie B, nummer 2013, welk registergoed door verweerder sub 3 in eigendom is verkregen door de inschrijving ten hypotheekkantore alhier, op 12 juli 1968 in Register C, deel 261, nummer [nummer]. Voorts staat bedoeld opstal voor een ander deel op een perceel grond groot 107 m², gelegen in het Stadsdistrict van Curaçao, met het daarop gebouwde plaatselijk bekend als De [adres b] , kadastraal bekend als Afdeling I, Sectie B, nummer [nummer], welk registergoed door verweerders sub 1 en 2 in eigendom is verkregen door de inschrijving van de akte van verkoop ten hypotheekkantore alhier op 29 oktober 1952 in Register C, deel 140, nummer 35.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Verzoeker voert verder aan dat uit het stamboomonderzoek blijkt dat verweerders sub 1 en 2 de twee enige kinderen (samen eigenaar van het perceel De [adres b]) zijn van verweerder sub 3 (eigenaar perceel [adres a]). Deze percelen grenzen aan elkaar, de voorkant is gelegen aan de [adres a] [nummer] en de achterkant aan De [adres b]. Het bedoelde pand is dus gebouwd voor een deel op het perceel aan De [adres a] en voor een deel op het perceel aan De [adres b]. Verweerders zijn op 18 mei 1949 uitgeschreven naar New York, Verenigde Staten, en zijn onvindbaar. Verweerder sub 3 is waarschijnlijk is overleden gezien zijn geboortedatum. Verweerders sub 1 en 2 zijn de enige erfgenamen van verweerder sub 3. Het is onbekend of zij nog in leven zijn en of zij erfgenamen hebben. Genoemde percelen zijn niet van elkaar afgescheiden, maar vormen één geheel waar het pand op staat. Het pand staat al jaren leeg en onbeheerd. De nalatenschap van verweerder sub 3 is aldus onbeheerd en is niet onder het voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Verzoeker woont naast dat leegstaande pand, welke situatie met zich brengt dat hij overlast ondervindt door verval, chollerbezoek, instortingsgevaar en waardevermindering van de belendende percelen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verweerders zijn bij deurwaardersexploot van 20 juni 2018 opgeroepen. Zij zijn niet in rechte verschenen en hebben dus geen verweer gevoerd tegen het verzochte.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Ten aanzien van het onder a verzochte geldt het volgende. Gezien zijn geboortedatum van [geboortedatum] 1901 en de door verzoeker overgelegde informatie van het internet van de “Social Security Death Index” van de Verenigde Staten van Amerika, is het voldoende aannemelijk dat verweerder sub 3 is overleden. Er is dus sprake van een nalatenschap en het is uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting duidelijk geworden dat die nalatenschap, althans het perceel aan de [adres a] [nummer], onbeheerd wordt gelaten. Nu de erfgenamen niet allen bekend zijn en de nalatenschap deels onbeheerd wordt gelaten, is verzoeker bevoegd om ex artikel 4:204 lid 1 onder a BW te verzoeken om benoeming van een vereffenaar. De Stichting is bereid om tot vereffenaar te worden benoemd. Het verzoek sub a is aldus gedaan overeenkomstig de wettelijke voorschriften en is toewijsbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Ten overvloede wijst het Gerecht de vereffenaar erop dat de vereffening van  nalatenschappen wettelijk is geregeld en dat zij tot wettelijke taak heeft de gehele nalatenschap te vereffenen. Het als een goed vereffenaar afwikkelen van de nalatenschap is te beschouwen als de hoofdtaak van de vereffenaar, waarbij de belangen van alle schuldeisers in acht dienen te worden genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Ten aanzien van het onder b verzochte geldt het volgende. Het perceel van verweerders sub 1 en 2, waarop het achterste gedeelte van het meergenoemde pand staat, is niet te beschouwen als een langdurig onverdeeld gebleven gemeenschap, bestaande uit een onroerende zaak in de zin van artikel 3:200a e.v. BW. In de eerste plaats is niet bekend of verweerders sub 1 en 2 zijn overleden en verder staat (hun deel van) het pand leeg en is er dus geen sprake van ”gebruikers” zoals bedoeld in artikel 3:200a BW. Gelet hierop zal dit gedeelte van het verzoek worden afgewezen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">	benoemt </emphasis>de Stichting Afwikkeling Nalatenschappen, gevestigd in Curaçao aan de Van Eyck van Voorthuyzenweg 10, tot vereffenaar van de onbeheerde nalatenschap van verweerder sub 3;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">	draagt </emphasis>de griffier op de benoeming van de vereffenaar onverwijld in het boedelregister in te schrijven;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">	draagt </emphasis>de vereffenaar op om haar benoeming te publiceren in het van overheidswege verschijnende blad De Curaçaosche Courant, alsmede in de in Curaçao verschijnende dagbladen Extra en Amigoe;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">	verklaart </emphasis>deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">	wijst af </emphasis>het meer of anders verzochte.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. E.M. van der Bunt, rechter in voormeld Gerecht, en op 18 oktober 2018 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier. </para>
        <para>Bn/</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>