<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2018:249</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-08T23:27:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR201701331</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2019/305 met annotatie van A. Detweiler</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:249">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:249</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-10T14:23:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2018:249 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 04-10-2018 / CUR201701331</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2018:249:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In het verweerschrift heeft de Inspecteur aangegeven dat de naheffingsaanslag en verzuimboete ten onrechte zijn opgelegd. Het belang aan deze beroepsprocedure komt te ontvallen. In het belang van een efficiënte afdoening van de onderhavige procedure gaat het Gerecht echter niet over tot een niet-ontvankelijkverklaring, maar tot een gegrondverklaring van het beroep. Het Gerecht vernietigt de naheffingsaanslag en verzuimboete en kent een proceskostenvergoeding toe voor zowel de bezwaar- als beroepsfase.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2018:249:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 4 oktober 2018</para>
    <para>BBZ nr. CUR201701331</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURACAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[ X ]</emphasis>, gevestigd te Curaçao,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, zetelend te Curaçao, </para>
      <para>de Inspecteur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende is op 30 juni 2016 een naheffingsaanslag in de winstbelasting voor het jaar 2014 opgelegd ten bedrage van NAf 55.638. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van NAf 2.500 vanwege het niet (tijdig) betalen van de verschuldigde belasting. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 25 juli 2016 daartegen bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 30 juni 2017 de naheffingsaanslag en de verzuimboete gehandhaafd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 29 augustus 2017 beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 150. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 14 september 2018 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Beide partijen hebben het Gerecht toestemming gegeven om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op voorlopige aangifte op 23 maart 2015 winstbelasting over het jaar 2014 voldaan ten bedrage van NAf 55.638.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op 30 juni 2016 een naheffingsaanslag winstbelasting over het jaar 2014 opgelegd van NAf 55.638, vanwege het niet (tijdig) betalen van de verschuldigde winstbelasting. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Belanghebbende heeft daartegen bezwaar en beroep ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De Inspecteur heeft in het verweerschrift van 14 september 2018 aangegeven dat de betaling van NAf 55.638 op 23 maart 2015 foutief is verwerkt en dat de onderhavige naheffingsaanslag en verzuimboete daarom moeten worden vernietigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Belanghebbende heeft verzocht om een proceskostenvergoeding voor zowel de bezwaar- als beroepsfase.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>GESCHIL</title>
    <para>Tussen partijen is niet langer in geschil dat de naheffingsaanslag en verzuimboete moeten worden vernietigd. Wel houdt partijen nog verdeeld de toe te kennen proceskostenvergoeding voor de bezwaar- en beroepsfase. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>In het verweerschrift heeft de Inspecteur aangegeven dat de onderhavige naheffingsaanslag en verzuimboete ten onrechte zijn opgelegd. Daarmee komt het belang aan deze beroepsprocedure te ontvallen (vgl. HR 8 september 2006, nr. 41.568, ECLI:NL:HR:2006:AU4755; HR 3 december 2010, nr. 09/04397, ECLI:NL: HR:2010:BO5988; HR 10 augustus 2012, nr. 11/03216, ECLI:NL:HR:2012:BX4045). Nu belanghebbende geen belang meer heeft bij een uitspraak op het beroep, dient dit beroep blijkens voornoemde jurisprudentie niet-ontvankelijk te worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>In het belang van een efficiënte afdoening van de onderhavige procedure gaat het Gerecht echter niet over tot een niet-ontvankelijkverklaring, maar tot een gegrondverklaring van het beroep. Een andere benadering zou immers meebrengen dat indien de Inspecteur nadien zijn toezegging dat de naheffingsaanslag en verzuimboete zullen worden vernietigd, niet gestand zou doen, belanghebbende voor afdwinging van de toezegging zich tot de (burgerlijke) rechter dient te wenden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT</title>
    <bridgehead role="italic">Proceskosten bezwaar</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 32a, lid 1 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) worden, op verzoek van de belastingplichtige, de kosten die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken vergoed voor zover de aanslag door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is opgelegd. Het verzoek moet worden gedaan voordat de Inspecteur op het bezwaar heeft beslist (artikel 32a, lid 2 ALL). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft in haar bezwaarschrift verzocht om een kostenvergoeding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Het Gerecht is van oordeel dat belanghebbende recht heeft op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. Belanghebbende heeft immers tijdig de voorlopige en definitieve aangifte winstbelasting ingediend en betaald. Door een foutieve verwerking van deze betalingen heeft de Inspecteur desondanks onderhavige naheffingsaanslag en verzuimboete opgelegd. Derhalve kan worden gezegd dat de naheffingsaanslag en verzuimboete door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht zijn opgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Het Gerecht stelt de proceskosten, op de voet van artikel 6.4 van de Ministeriele regeling formeel belastingrecht, vast op NAf  50 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, met een waarde per punt van NAf 100, en een wegingsfactor van 0,5 (betreft redressering betaling)). </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten beroep</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>Het Gerecht ziet eveneens aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten voor de beroepsfase.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <para>In artikel 15, lid 2, Landsverordening op het beroep in belastingzaken (hierna: LBB) is bepaald dat de regels over de (hoogte van de) proceskostenvergoeding bij of krachtens landsbesluit worden vastgesteld. Dat is nog niet gebeurd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7</nr>
      <para>Het Gerecht zal daarom aansluiten bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, PB 2001, no. 127 (vgl. GHvJ 21 juni 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54). In artikel 1 van dit Besluit zijn de kosten vermeld die voor vergoeding in aanmerking komen, waaronder de kosten van door een derde beroepsmatig verleende bijstand. Deze kosten kunnen worden berekend op NAf 350 (1 punt voor beroepschrift, waarde per punt NAf 700, wegingsfactor 0,5 (betreft redressering betaling)). </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Griffierecht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8</nr>
      <para>Verder dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 5 LBB het betaalde griffierecht van NAf 150 aan belanghebbende te vergoeden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt de uitspraken op bezwaar;</para>
    <para>- vernietigt de naheffingsaanslag;</para>
    <para>- vernietigt de verzuimboete;</para>
    <para>- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van NAf 400; en</para>
    <para>- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 150 te vergoeden.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter in dit gerecht, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 oktober 2018, in tegenwoordigheid van de griffier N.N. Noël - van der Biezen BSc.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,			  De rechter,	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Afsc</para>
    <parablock>
      <para>hriften zijn per post/ per e-mail op  …………………………  aan partijen verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">HOGER BEROEP </emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen <emphasis role="bold">twee maanden</emphasis> na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wilhelminaplein 4</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Willemstad</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Curaçao</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener,</para>
    <para>b. de dagtekening,</para>
    <para>c. waartegen u in beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:</para>
      <para>                -natuurlijke personen:                                                                	 	NAf  200 </para>
      <para>                -personenvennootschappen en rechtspersonen:             		NAf  500 </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>