<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2018:170</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-06T09:34:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR201801826</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:170">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:170</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T14:46:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2018:170 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 26-06-2018 / CUR201801826</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2018:170:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ontheffing moeder uitzonderingsgrond artikel 268 lid 2 sub a boek 1 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2018:170:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO </bridgehead>
    <para>Afdeling civiel</para>
    <para>Zaaknummer: CUR201801826	</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking d.d. 26 juni 2018 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Inzake: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VOOGDIJRAAD CURAÇAO</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Curaçao,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>hierna ook: de Raad,</para>
      <para>vertegenwoordigd door N. Goeloe, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>waarin als belanghebbenden worden aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>[de minderjarige], </title>
    <parablock>
      <para>hierna ook: de minderjarige,</para>
      <para>wonende in Curaçao.</para>
    </parablock>
    <para>2. [ <emphasis role="bold">[de moeder], </emphasis></para>
    <parablock>
      <para>hierna ook: de moeder, </para>
      <para>wonende in Curaçao. </para>
    </parablock>
    <para>3. [ <emphasis role="bold">[de vader], </emphasis></para>
    <parablock>
      <para>hierna ook: de vader,</para>
      <para>wonende in Curacao. </para>
    </parablock>
    <para>4. [ <emphasis role="bold">[de pleegvader],</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>hierna ook: de pleegvader,</para>
      <para>wonende in Nederland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingediend op 8 juni 2018;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 14 juni 2018, alwaar, de moeder,  de vader en de pleegvader  samen met zijn vrouw mw [naam] in persoon ter zitting zijn verschenen. Ook is namens de Voogdijraad verschenen mw Goeloe. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>-De minderjarige is geboren op [geboortedatum] 2008.</para>
      <para>-Sinds 2009 is de minderjarige onder toezicht (OTS) gesteld en is zij geplaatst bij het pleeggezin waar zij ook nu nog verblijft, bij [pleegvader] en zijn echtgenote.</para>
      <para>-De OTS is sinds 2009 elk jaar met een jaar verlengd met handhaving van de verblijfplaats van de minderjarige bij het pleeggezin.</para>
      <para>-Gedurende de afgelopen 9 jaar heeft de minderjarige haar moeder 2 of 3 keer gezien.</para>
      <para>-Het pleeggezin heeft het voornemen om deze zomer (juli 2018) te verhuizen naar Nederland en wil graag dat de minderjarige mee komt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek en de beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De Raad verzoekt de moeder uit het ouderlijk gezag  te ontheffen  en de pleegvader te belasten met de voogdij over de minderjarige. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De pleegvader en zijn echtgenoot ondersteunen dit verzoek. De vader heeft geen standpunt ingenomen. De moeder heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij haar kind terug wil. Zij wil niet dat de minderjarige naar Nederland verhuist. Ze is bang dat ze haar dan niet meer kan zien.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het Gerecht overweegt als volgt. Op grond van artikel 1: 266 BW kan een ouder van het gezag worden ontheven op grond dat de ouder ongeschikt of onmachtig is. Aangezien de moeder zich hiertegen verzet geldt artikel 1: 268 BW. In lid 1 is bepaald dat bij verzet van de ouder ontheffing niet wordt uitgesproken. In lid 2 is bepaald dat deze regel uitzondering lijdt in de daarna opgesomde gevallen onder a) tot en met d).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De Voogdijraad heeft een beroep gedaan op de uitzonderingsgrond sub d).  Deze grond geldt in onderhavig geval niet omdat de moeder nimmer heeft ingestemd met het plaatsen van de minderjarige bij het pleeggezin, voor zover het Gerecht kan overzien.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De Voogdijraad heeft ter zitting de grondslag voor haar verzoek aangevuld om het bepaalde onder artikel 1: 268 lid 2 onder a). Van een uitzonderingsgrond onder a) is sprake als er na een OTS  gegronde vrees bestaat dat deze maatregel (OTS) - door ongeschiktheid / onmacht van de ouder om zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen - onvoldoende is om het kind voor zedelijke of lichamelijke ondergang te behoeden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Het Gerecht komt tot het oordeel dat deze uitzonderingsgrond geldt. Er is sprake van ongeschiktheid / onmacht van de moeder. In de eerste plaats geldt dat in 2009 tot ondertoezichtstelling is besloten omdat in die tijd sprake was van een zeer instabiele situatie. De moeder zwierf met haar kinderen op straat en er was sprake van huiselijk  geweld. Ook ontbraken opvoedkundige vaardigheden bij de moeder. De Voogdijraad heeft zich in het verzoekschrift op het standpunt gesteld dat de situatie, hoewel verbeterd ten opzichte van het verleden, nog altijd niet veilig is voor de minderjarige bij de moeder.  Het Gerecht acht dit aannemelijk. Ook al lijkt de moeder een stabieler leven te hebben dan voorheen, de gezinsvoogd heeft volgens het rapport aangegeven dat er sprake is van wisselende partners, een verstandelijke beperking, onveilige woonsituaties en het onmachtig zijn als opvoeder. Het Gerecht ziet een bevestiging van dat laatste in het gegeven dat de moeder ter zitting liet weten dat het voor haar niet uitmaakt wat de wens is van de minderjarige over bij wie zij woont. Toen haar werd gevraagd of zij nog steeds vindt dat de minderjarige bij haar moet komen wonen als zou vaststaan dat de minderjarige dat niet wenst, antwoordde de moeder bevestigend. Ook is het opmerkelijk dat de moeder kennelijk de gedachte heeft dat het voor de minderjarige beter is om bij haar te komen wonen, terwijl er nauwelijks sprake is van een band tussen hen nu zij elkaar tot op heden bijna nooit zagen in de afgelopen jaren. Dit alles in combinatie met het verleden waarin de moeder zodanig met haar kinderen omging dat die allen uit huis zijn geplaatst, maakt dat het Gerecht concludeert dat de moeder ook nu nog ongeschikt / onmachtig is om haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De maatregel OTS biedt in de huidige situatie dus onvoldoende bescherming aan de minderjarige. Voor de minderjarige is het immers goed als zij bij haar pleegouders kan blijven, aan wie zij is gehecht. De minderjarige is gelukkig in haar pleeggezin en zij ontwikkelt zich goed. De minderjarige wil graag mee naar Nederland. De moeder kan het meegaan naar Nederland evenwel tegengaan, aangezien zij het gezag heeft. Doorgeredeneerd zou dit betekenen dat als de OTS maatregel wordt gehandhaafd, zonder een andere gezagsvoorziening te treffen, de minderjarige gedwongen zou zijn om bij haar moeder te gaan wonen. Het Gerecht vreest voor zedelijke of lichamelijke ondergang van de minderjarige in dat geval. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Voorgaande leidt tot de beslissing zoals hieronder is verwoord.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">ontheft</emphasis> de moeder <emphasis role="bold">[de moeder] </emphasis>geboren op [geboortedatum] geboortejaar te Curaçao uit het ouderlijk gezag over de minderjarige <emphasis role="bold">[de minderjarige] </emphasis>geboren op [geboortedatum] geboortejaar in Curaçao;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">benoemt</emphasis> [<emphasis role="bold">pleegvader] </emphasis>geboren op [geboortedatum] geboortejaar te Heerenveen, Nederland, wonende in Curaçao, tot voogd over de minderjarige;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">beveelt</emphasis> dat de minderjarige aan de benoemde voogd zal worden afgegeven voor zover zij zich niet in de feitelijke macht van de voogd bevindt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">verklaart</emphasis> deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. S.E. Sijsma, rechter in voormeld gerecht, en op 26 juni 2018 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.</para>
        <para>JIC/</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>