<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2018:169</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-16T13:55:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR201801569</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:169">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:169</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-16T13:55:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2018:169 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 27-06-2018 / CUR201801569</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2018:169:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>huurovereenkomst met consul of consulaat, geen immuniteit van jurisdictie, consulaat geen rechtspersoonlijkheid en kan niet in rechte optreden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2018:169:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS IN KORT GEDING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[EISERES]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Curaçao, </para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.E. Lovert,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">CONSULAAT-GENERAAL VAN DE VOLKSREPUBLIEK CHINA</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Curaçao,</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. I.F. Moeniralam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres] en het Consulaat genoemd worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift met producties, binnengekomen op 23 mei 2018;</para>
      <para>- de producties van het Consulaat;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 13 juni 2018;</para>
      <para>- de bij die gelegenheid door beide gemachtigden overgelegde pleitaantekeningen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zaak is enige tijd aangehouden voor overleg. Vervolgens is vonnis bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 8 mei 2015 is een huurovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot een aan [eiseres] toebehorend appartement. De huurovereenkomst noemt als verhuurder [eiseres] en als huurder:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Consul of the People’s Republic of China, Mr. [naam], hereinafter referred to as “tenant”, rent for Consul [naam 1].</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder luidt artikel 16 van de huurovereenkomst als volgt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>According to the Vienna Convention on Consular Relations, the tenant enjoys some privileges and immunities. All disputes arising out of this agreement shall be solved through friendly negotiations of both parties.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De huurovereenkomst is aanvankelijk aangegaan voor een periode van één jaar. In april 2016 is de huurovereenkomst verlengd tot en met 30 april 2019 en is een huurprijs afgesproken van NAf 3.500 per maand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In oktober 2017 heeft het Consulaat aan [eiseres] laten weten het contract voortijdig te willen beëindigen. Naar aanleiding van deze mededeling hebben partijen met elkaar gesproken over een minnelijke regeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In de betaling van de verschuldigde huurpenningen is achterstand ontstaan. In juni 2018 is de op dat moment bestaande achterstand van NAf 848 ingelost.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.	[</nr>
      <para>eiseres] vordert dat het gerecht, in kort geding, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, samengevat, </para>
      <para>- het Consulaat veroordeelt tot nakoming van de huurovereenkomst tot 30 april 2019;</para>
      <para>- het Consulaat veroordeelt tot betaling aan [eiseres] van NAf 848;</para>
      <para>- het Consulaat veroordeelt in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het Consulaat heeft verweer gevoerd. Het heeft geconcludeerd tot onbevoegdheid van het gerecht, niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] en tot afwijzing van de vorderingen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het Consulaat heeft een beroep gedaan op immuniteit van jurisdictie op grond van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen. Daaraan verbindt het Consulaat de conclusie dat het gerecht onbevoegd is. Het gerecht verwerpt dit standpunt. Deze zaak gaat over een zakelijk geschil dat voortkomt uit een huurovereenkomst en heeft niets van doen met de uitoefening van consulaire taken. Voor zover nodig wijst het gerecht er nog op dat de huurovereenkomst geen betrekking heeft op het gebouw waarin het consulaat is gevestigd, maar op een woning die ten behoeve van medewerkers van het consulaat is gehuurd. Op grond van artikel 43 van voornoemd verdrag komt het Consulaat in deze omstandigheden geen beroep toe op immuniteit van jurisdictie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het bepaalde in artikel 16 van de huurovereenkomst doet hier niet aan af. Waar op grond van de in dat artikel genoemde verdragsbepalingen geen sprake is van immuniteit, kan dat artikel zelf niet alsnog immuniteit creëren. Overigens blijkt uit de stukken genoegzaam dat [eiseres] heeft geprobeerd via “friendly negotiations” tot een oplossing te komen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>In de tweede plaats heeft het Consulaat zich op het standpunt gesteld dat [eiseres] niet ontvankelijk is in haar vordering, omdat het Consulaat geen rechtspersoonlijkheid heeft en dus niet als procespartij in een civiele procedure kan optreden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Dit betoog slaagt. Een consulaat als zodanig heeft geen rechtspersoonlijkheid en heeft daarom geen procesbevoegdheid in een civiele procedure. Wil een partij handelen of nalaten van (medewerkers van) een consulaat aan de civiele rechter voorleggen, dan zal zij de desbetreffende vreemde staat in rechte moeten betrekken. In dit geval is dat de Volksrepubliek China. Waar uitdrukkelijk het Consulaat in het verzoekschrift als verwerende partij wordt genoemd, kan niet gezegd worden dat het Consulaat het verzoekschrift zo had moeten begrijpen dat [eiseres] bedoeld heeft de Volksrepubliek China zelf in het geding te betrekken. In dit verband is ook van belang dat niet duidelijk is geworden dat [eiseres] die bedoeling daadwerkelijk heeft gehad. Ter zitting heeft zij dit immers niet aangevoerd, maar betoogd dat naar haar mening wel degelijk het Consulaat in rechte kan worden betrokken. Ook heeft zij – subsidiair – betoogd dat als het Consulaat niet in rechte kan optreden dat dan de vordering geacht moet worden te zijn gericht tegen de consul, te weten degene die als huurder de huurovereenkomst is aangegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Het gerecht concludeert enerzijds dat de in rechte betrokken partij niet als zodanig kan optreden, terwijl uit het verzoekschrift en de uitlatingen van [eiseres] niet kan worden afgeleid wie zij dan wel in rechte heeft willen betrekken. Hieruit volgt dat [eiseres] niet-ontvankelijk is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Gelet op dit oordeel kan in het midden blijven wie onder de huurovereenkomst als huurder heeft te gelden en of [eiseres] voldoende spoedeisend belang heeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eiseres] worden veroordeeld in de proceskosten.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <bridgehead role="underline">Het Gerecht:</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rechtdoende in kort geding:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar vordering;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van het Consulaat, begroot op NAf 1.000 aan salaris.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis in kort geding is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar </para>
        <para>uitgesproken op 27 juni 2018.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>