<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2018:121</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T14:43:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CUR201800553</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:121">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2018:121</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-04T13:54:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2018:121 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 25-05-2018 / CUR201800553</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2018:121:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>CUR201800553 arbeidsovereenkomst - collectief ontslag - bedrijfseconomische redenen - LIFO-beginsel - uitwisselbaarheid functie (1)   --- beslissing 2 mei 2018</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2018:121:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO </emphasis>
    </para>
    <para>Afdeling civiel</para>
    <para>Zaaknummer: CUR201800553</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking d.d. 25 mei 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap INSEL AIR INTERNATIONAL B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Curaçao,</para>
      <para>verzoekende partij, </para>
      <para>gemachtigde: mr. L.N. Asjes,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[VERWERENDE PARTIJ],  </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Curaçao,</para>
      <para>verwerende partij, </para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Insel en [verwerende partij] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij tussenbeschikking van 2 mei 2018 is bepaald dat de mondelinge behandeling van 18 april 2018 zal worden voortgezet. De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 mei 2018, tegelijk met de behandeling van de ontbindingsverzoeken met betrekking tot andere piloten van Insel. Insel heeft nog (nadere) producties in het geding gebracht. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de gemachtigden van Insel het woord gevoerd aan de hand van de door haar overgelegde pleitnotities. Partijen is aangezegd dat het Gerecht een beschikking zal geven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Ingevolge de tussenbeschikking heeft Insel nadere stukken in het geding gebracht, waaronder een verklaring van de bewindvoerder waaruit volgt dat hij op de hoogte is van de door Insel ingediende ontbindingsverzoeken en zich daartegen niet verzet. Bovendien is de bewindvoerder tijdens de voortgezette behandeling ter zitting verschenen en heeft hij dat laatste bevestigd. Nu aldus (e[verwerende partij]pliciet) van de instemming van de bewindvoerder ten aanzien van het onderhavige ontbindingsverzoek is gebleken, zal het niet-ontvankelijkheidsverweer van [VERWERENDE PARTIJ] worden gepasseerd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De bedrijfseconomische grondslag</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Ten eerste dient door het Gerecht te worden beoordeeld of de door Insel gestelde bedrijfseconomische situatie een zodanige verandering in de omstandigheden vormt, dat sprake is van een gewichtige reden op grond waarvan de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden dient te worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Insel heeft in dit kader verwezen naar de in 2017 aan haar verleende surséance van betaling en stelt dat haar financiële situatie inmiddels precair is geworden. Zij stelt dat zij, teneinde het bedrijf opnieuw rendabel te maken en de continuïteit van de onderneming te waarborgen, samen met haar bewindvoerder en de rechter-commissaris eind januari 2018 heeft besloten de MD-operatie te staken omdat deze voor de toekomst niet meer economisch verantwoord is, en dat als gevolg daarvan (onder meer) de arbeidsplaatsen van de op dat toestel ingezette piloten, waaronder die van [verwerende partij] zijn komen te vervallen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het Gerecht is van oordeel dat, zoals namens de piloten is aangevoerd, de onderbouwing van de financiële situatie mager is. Het had namelijk op de weg van Insel gelegen (geconsolideerde) jaarstukken in het geding te brengen, waardoor haar vermogenspositie beter uit de verf had kunnen komen. Gelet op verslagen van de bewindvoerder waarnaar is verwezen en de ter zitting gegeven toelichting daarop, haar voorlopige bedrijfsresultaten en prognoses, in combinatie met het feit dat zij de MD-operatie heeft gestaakt, heeft Insel echter in voldoende mate aangetoond dat zij moet reorganiseren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Aldus is voldoende aannemelijk geworden dat Insel zich in een slechte financiële situatie bevindt, dat het aantal medewerkers moet worden verminderd en dat daarbij de ontbinding van de arbeidsovereenkomsten van meerdere medewerkers noodzakelijk is. Daarbij wordt opgemerkt dat het Insel in principe vrij staat om te bepalen op welke wijze zij haar organisatie wil inrichten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het LIFO-beginsel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Zoals in de tussenbeschikking is overwogen dient bij een (collectief) ontbindingsverzoek wegens bedrijfseconomische omstandigheden in beginsel te worden getoetst of het zogenaamde LIFO-beginsel is gehanteerd bij het selecteren van de voor ontslag in aanmerking komende werknemers. Daarbij geldt als vuistregel dat bij uitwisselbare functies de werknemers met het kortste dienstverband als eerste voor ontbinding van hun arbeidsovereenkomst in aanmerking komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Insel stelt primair dat het LIFO-beginsel in dit geval niet hoeft te worden toegepast, omdat alle arbeidsplaatsen voor de functie van MD80-piloot zijn komen te vervallen. Subsidiair, zo begrijpt het Gerecht, heeft Insel zich op het standpunt gesteld dat zij gegronde redenen heeft, gelegen in de financiële situatie waarin zij verkeert, om van het LIFO-beginsel af te wijken. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Aan Insel kan worden toegegeven dat geen LIFO-beginsel hoeft te worden toegepast wanneer gelijke of uitwisselbare functies komen te vervallen. De vraag ligt dan ook voor of binnen de organisatie van Insel sprake is van een met de functie van MD80-piloot uitwisselbare functie. Insel stelt dat geen sprake is van uitwisselbaarheid, omdat een MD80-piloot eerst een omscholing nodig heeft door het behalen van een type rating voor het andere type toestel waarmee Insel thans vliegt, de Fokker 50, alvorens hij daarop kan worden ingezet. [verwerende partij] meent dat het feit dat die omscholing nodig is niet de conclusie rechtvaardigt dat de functie van piloot op een MD80-toestel niet uitwisselbaar is met de functie van piloot op een Fokker 50-toestel.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Voor het antwoord op de vraag of de functie van piloot op het MD80-toestel en op het Fokker 50-toestel uitwisselbaar is zoekt het Gerecht, bij gebreke van een regeling daaromtrent hier te lande, aansluiting bij de definitie van uitwisselbare functies als bepaald in artikel 13 van de Nederlandse Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 tot vaststelling van regels met betrekking tot ontslag en de transitievergoeding. Daaruit volgt, voor zover hier van belang, dat een functie uitwisselbaar is met een andere functie, indien de functies vergelijkbaar zijn voor zover het betreft de inhoud van de functie, de voor de functie vereiste kennis, vaardigheden en competenties, en waarbij het niveau van de functie en de bij de functie behorende beloning gelijkwaardig zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Insel heeft niet (voldoende gemotiveerd) gesteld – bijvoorbeeld aan de hand van een functiebeschrijving – dat de functies van MD80-piloot en Fokker 50-piloot voor wat betreft de inhoud, de vereiste kennis, vaardigheden, competenties en niveau niet gelijkwaardig zijn. Door [verwerende partij] en de overige piloten is aangevoerd dat Insel bij een eerdere reorganisatie toen eveneens een bepaald type vliegtuig is afgestoten, het LIFO-beginsel heeft toegepast op het gehele pilotenbestand. Dit is door Insel onvoldoende gemotiveerd weersproken. Zij stelt weliswaar dat destijds geen piloten gedwongen zijn afgevloeid, maar weerspreekt niet dat bij die reorganisatie ontslagregelingen zijn getroffen met de piloten die anders conform het LIFO-beginsel - dat dus is gehanteerd ten aanzien van het gehele pilotenbestand - voor ontslag zouden zijn voorgedragen. Hieruit maakt het Gerecht op dat Insel in feite, evenals [verwerende partij], ook zelf de opvatting is toegedaan dat de functies uitwisselbaar zijn. Gesteld noch gebleken is dat dit destijds wezenlijk anders was dan in de nu voorliggende situatie. Daarbij komt dat is gebleken dat de piloten in de onderhavige zaken door Insel vaak meerdere malen na een omscholing van een paar weken werden ingezet op een ander type vliegtuig. Dat [verwerende partij] (opnieuw) een type rating moet behalen om te kunnen worden ingezet op een ander type vliegtuig, maakt dus op zichzelf niet dat de functies niet uitwisselbaar zijn.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Insel heeft zich niet uitgelaten over de bij de functies behorende beloning, laat staan dat zij een overzicht van het binnen Insel gehanteerde functiehuis met salarisschalen heeft overgelegd. Daardoor kan niet worden vastgesteld dat de functies in een verschillende salarisschaal zijn ingedeeld, hetgeen een aanwijzing had kunnen zijn dat de functies niet gelijkwaardig zijn. Daarentegen is tijdens de behandeling gebleken, zoals ook volgt uit de door Insel overlegde pilotenlijst, dat thans piloten werkzaam zijn op het Fokker 50-toestel met e[verwerende partij]act hetzelfde salaris als [verwerende partij]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Uit voorgaande rechtsoverwegingen volgt dat Insel in onvoldoende mate aannemelijk heeft gemaakt dat de functie van MD80-piloot en die van piloot op het type toestel waarmee Insel thans nog vliegt, de Fokker 50, niet (in beginsel) als onderling uitwisselbaar moeten worden beschouwd. Dit betekent dat het enkele vervallen van de MD80-vloot niet zonder meer meebrengt dat alle piloten die laatstelijk werkzaam waren op dat type toestel in aanmerking komen voor ontslag. Bij de selectie van voor ontslag voor te dragen piloten had Insel (in beginsel) het LIFO-beginsel ten aanzien van het gehele pilotenbestand dienen te hanteren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Na de tussenbeschikking heeft Insel een lijst overgelegd met namen, functies, geboortedata, data indiensttreding en salaris van de thans in dienst zijnde piloten. Daaruit volgt dat de arbeidsovereenkomst van [verwerende partij], evenals de arbeidsovereenkomsten van de overige piloten wiens zaken tegelijkertijd zijn behandeld, bij toepassing van het LIFO-beginsel geen van allen voor ontbinding in aanmerking zouden komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Ter onderbouwing van haar – naar het door het Gerecht aldus begrepen – standpunt dat zij gegronde redenen heeft om van het LIFO-beginsel af te wijken, heeft Insel aangevoerd dat er geen geld is voor de vereiste omscholing van [verwerende partij], en dat zij thans voldoende “geschoolde” Fokker 50-piloten heeft die zonder e[verwerende partij]tra kosten op dat toestel kunnen worden ingezet. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>Uit de eerdergenoemde lijst blijkt dat na de brief van 31 januari 2018 waarin de beëindiging van het dienstverband met [verwerende partij] is aangezegd, door Insel vier piloten in dienst zijn genomen. Dat er geen vacatures waren voor de functie van piloot op een ander type vliegtuig kan aldus niet worden gezegd. De personeelskosten van deze nieuwe piloten zouden hoe dan ook tot aan de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomsten van de MD80-piloten, bovenop de – toen in ieder geval nog enkele maanden doorlopende – salarissen van de MD80-piloten komen, evenals op de met die eventuele ontbinding gepaard gaande kosten. Dat de later in dienst genomen piloten een lager salaris ontvangen dan [verwerende partij], hetgeen aldus op termijn een kostenbesparing oplevert ten opzichte van het in dienst houden van [verwerende partij] is in beginsel geen gegronde reden om van het LIFO-beginsel af te wijken. Dit beginsel beoogt immers juist mede te voorkomen dat duurdere krachten worden ingewisseld tegen goedkopere, omdat oudere (vaak meer verdienende) werknemers veelal in een ongunstigere positie verkeren bij het zoeken naar vervangend werk. Hier komt bij dat Insel de door haar gestelde hoogte van de omscholingskosten – tegenover hetgeen de piloten in het kader daarvan hebben aangevoerd – onvoldoende nader heeft toegelicht. In het licht van de gemotiveerde betwisting van de door Insel gestelde kosten van de simulator, had van haar mogen worden verwacht dat zij bijvoorbeeld een offerte zou overleggen ter onderbouwing van haar standpunt en niet zou volstaan met de verwijzing naar een e-mailbericht van een van haar medewerkers. Bovendien heeft Insel niet met de piloten persoonlijk gesproken om – ter voorkoming van beëindiging van het dienstverband – bijvoorbeeld een tijdelijke salarisverlaging voor de bekostiging van de omscholing te bespreken. Gezien het voorgaande heeft Insel onvoldoende gemotiveerd gesteld dat sprake is van gegronde redenen om van het LIFO-beginsel af te wijken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>In dit kader wordt voorts overwogen dat uit de door Insel zelf overgelegde productie A blijkt dat Insel voornemens is om op korte termijn haar vloot uit te breiden, terwijl niet is gesteld of gebleken dat de onderhavige piloten in dat geval de kans zal worden geboden de arbeidsrelatie te hervatten. Een dergelijke voorwaarde kan in een ontbindingsprocedure bij het Gerecht niet worden opgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat Insel onvoldoende heeft gesteld om te kunnen concluderen dat zij het LIFO-beginsel niet heeft hoeven toepassen bij de selectie van voor ontslag voor te dragen piloten, terwijl vast staat dat zij dit beginsel niet heeft gehanteerd. Aldus kan (vooralsnog) niet worden vastgesteld dat de arbeidsovereenkomst met [verwerende partij] voor ontbinding in aanmerking komt. Het verzoek daartoe zal dan ook worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18.</nr>
      <para>Dat [verwerende partij] zich bereid heeft verklaard in te stemmen met ontbinding van de arbeidsovereenkomst tegen betaling van een redelijke vergoeding maakt het voorgaande niet anders. Insel heeft ter zitting immers kenbaar gemaakt dat een eventuele ontbindingsvergoeding door de SVB slechts zal worden voldaan voor zover het betreft het bedrag van de aan [verwerende partij] toekomende cessantia-uitkering en dat voor het overig verwerende partij e een vordering resteert op het in surséance van betaling verkerende Insel. Aan de door [verwerende partij] gestelde voorwaarde voor instemming is aldus niet voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.19</nr>
      <para>Insel zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [verwerende partij]. Deze worden tot op heden begroot op nihil. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">wijst </emphasis>het verzoek af;</para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">veroordeelt</emphasis> Insel tot betaling van de proceskosten, tot aan deze beslissing aan de zijde van [verwerende partij] begroot op nihil.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gewezen door mr. N.M. Martinez, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en op 25 mei 2018 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>