<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2017:65</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-14T10:51:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-06-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BBZ nr. CUR201500565</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2017:65">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2017:65</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-06-14T10:50:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2017:65 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 07-06-2017 / BBZ nr. CUR201500565</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2017:65:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vereenvoudigd uitspraak: de aanslag is teruggebracht naar nihil dat betekent dat belanghebbende geen belang meer heeft bij het beroep. In zoverre is het beroep kennelijk niet- ontvankelijk. Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om kosten vergoeding van de bezwaarfase is kennelijk ongegrond, omdat in de bezwaarfase niet verzocht is om een kostenvergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2017:65:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 7 juni 2017</para>
    <para>BBZ nr. CUR201500565</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na vereenvoudigde behandeling van het beroep in de zin van artikel 7a van de </para>
      <para>Landsverordening op het beroep in Belastingzaken in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[ X ] N.V.</emphasis>, gevestigd in Curaçao,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, gevestigd in Curaçao,</para>
      <para>de Inspecteur,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Aan belanghebbende is op 30 september 2014 een naheffingsaanslag </para>
        <para>omzetbelasting opgelegd over de maand januari 2014 van Naf. 60.426.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende is op 12 november 2014 tegen de aanslag in bezwaar gekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <parablock>
        <para>De Inspecteur heeft op 10 september 2015 uitspraak op bezwaar gedaan en de</para>
        <para>aanslag gehandhaafd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <parablock>
        <para>Belanghebbende is op 9 november 2015 in beroep gekomen tegen de uitspraak</para>
        <para>Op bezwaar.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <parablock>
        <para>De Inspecteur heeft een schermprint overgelegd, waaruit blijkt dat de</para>
        <para>naheffingsaanslag omzetbelasting over de maand januari 2014 is verminderd naar nihil. Een kopie van de schermprint is als bijlage bij deze uitspraak gevoegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>BEOORDELING VAN HET BEROEP</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 7a, onderdeel b LBB kan het Gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien het beroep kennelijk niet- ontvankelijk is dan wel kennelijk ongegrond is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beschikking van 11 februari 2016 is de naheffingsaanslag omzetbelasting</para>
        <para>verminderd naar nihil. In zoverre is het beroep, nu gegrondbevinding niet tot een voor</para>
        <para>belanghebbende gunstiger resultaat kan leiden, kennelijk niet- ontvankelijk.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Belanghebbendes verzoek om vergoeding van de kosten van de bezwaarfase wordt afgewezen, nu zij daar, anders dan artikel 32a, lid 2 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen voorschrijft, niet in de bezwaarfase om heeft verzocht. In zoverre is het beroep kennelijk ongegrond.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep niet- ontvankelijk voor zover het betrekking heeft op de aanslag;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond voor zover het betrekking heeft op de kostenvergoeding in de bezwaarfase.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.M. de Werd, voorzitter, mr. D.J. Jansen en mr. W.C.E. Winfield, leden en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juni 2017, in tegenwoordigheid van de griffier, N.N. Noël van der Biezen BSc.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,								De voorzitter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzonden op:  ……………………..</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen schriftelijk verzet doen bij het Gerecht in eerste aanleg (artikel 7b, lid 1 LBB). </para>
      <para>De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt overeenkomstig art. 7b, lid 2 LBB twee maanden genomen vanaf de datum van toezending van de uitspraak aan partijen. </para>
      <para>Is het Gerecht in eerste aanleg van oordeel dat het verzet gegrond is, dan vervalt deze uitspraak en wordt de zaak alsnog in behandeling genomen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>