<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2017:233</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-22T13:52:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">82566/2017</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2017:233">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2017:233</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-22T13:51:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2017:233 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 14-07-2017 / 82566/2017</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2017:233:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ontslag op staande voet onverwijld</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2017:233:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BESCHIKKING </emphasis>
      </para>
      <para>op verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[verzoekster],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Curaçao, </para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>gemachtigde: mr. B.L. Lie Atjam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Chiu Sung Alcala h.o.d.n. Welcome Shop,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende en gevestigd te Curaçao, </para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.V.G. Rooijer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna respectievelijk [verzoekster] en Welcome Shop genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.  	[</nr>
      <parablock>
        <para> 	[verzoekster] heeft op 24 april 2017 een verzoekschrift met producties ingediend. Het </para>
        <para>verzoek is na uitstel behandeld op 6 juli 2017. Voorafgaand aan de zitting heeft Welcome Shop producties toegestuurd ten behoeve van de behandeling ter zitting. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben de gemachtigden het woord gevoerd aan de hand van  pleitaantekeningen. Welcome Shop heeft camerabeelden getoond. Ter zitting heeft Welcome Shop een voorwaardelijk ontbindingsverzoek gedaan. [verzoekster] heeft daarop verweer gevoerd. Na verder debat is partijen aangezegd dat het Gerecht een beschikking zal geven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para> 	Beschikking is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt.</para>
        <para>Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet dan wel onvoldoende gemotiveerd zijn betwist. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2. 	[</nr>
      <para>verzoekster] is sinds 13 november 1989 in dienst van Welcome Shop tegen een brutoloon van NAf 1.570,60 per maand. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op 13 maart 2017 is [verzoekster] op staande voet ontslagen op grond van diefstal.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 29 maart 2017 heeft [verzoekster] zich beroepen op de nietigheid van het ontslag en zich beschikbaar gehouden om haar werkzaamheden voort te zetten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij brief van 5 april 2017 heeft (de gemachtigde van) Welcome Shop gesteld dat uit onderzoek is komen vast te staan dat er geld ontbrak uit de kassa van [verzoekster]. Uit camerabeelden is volgens Welcome Shop gebleken dat [verzoekster] geld uit de kassa nam, althans de verkoopopbrengst niet op de juiste wijze in de kassa heeft geboekt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering en het verweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verzoek [verzoekster]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1. 	[</nr>
      <para>verzoekster] vordert:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Primair:</emphasis>
        </para>
        <para>Het door gedaagde aan eiseres verleende ontslag op staande voet nietig te verklaren en haar tot de werkplek toe te laten;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Subsidiair:</emphasis>
        </para>
        <para>De arbeidsovereenkomst tussen partijen (voorwaardelijk) te ontbinden wegens gewichtige redenen in de zin van gewijzigde omstandigheden en eiseres naast haar uit de wet voortvloeiende rechten een schadevergoeding toe te kennen van NAf 23.874,20, dan wel tot de dag van de rechtsgeldige beëindiging van voornoemde arbeidsovereenkomst of door een door het Gerecht in goede justitie te bepalen datum met veroordeling van gedaagde in de kosten van de procedure.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.	 [</nr>
      <para>verzoekster] stelt dat het gegeven ontslag op staande voet nietig is nu er geen dringende reden was voor het ontslag, althans dat de opgegeven reden vals is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Welcome Shop betwist het vorenstaande en voert gemotiveerd verweer. Welcome Shop concludeert tot afwijzing van het verzoek. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verzoek Welcome Shop </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Welcome Shop verzoekt dat het Gerecht, voor het geval het Gerecht mocht oordelen dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog steeds bestaat, de arbeidsovereenkomst tussen partijen per onmiddellijk voor ontbonden te verklaren, zonder toekenning van een vergoeding, zulks onder veroordeling van [verzoekster] in de proceskosten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In beide verzoeken</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verzoek [verzoekster]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het gaat in deze zaak in de eerste plaats om de vraag of het door Welcome Shop op 13 maart 2017 gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven dan wel nietig moet worden verklaard onder veroordeling van Welcome Shop tot doorbetaling loon. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet is nodig dat sprake is van een dringende reden. Voor de werkgever worden als dringende redenen beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de arbeider, die ten gevolge hebben dat van een werkgever redelijkerwijze niet kan gevergd worden de dienstbetrekking te laten voortduren. Daarnaast is nodig dat de reden voor het ontslag onverwijld aan de wederpartij is medegedeeld. Bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van het ontslag dienen alle omstandigheden van het geval, inclusief de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, in onderling verband en samenhang in aanmerking te worden genomen. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van het bestaan van een dringende reden liggen bij de werkgever (HR 24 oktober 1986, NJ 1987,126). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Vast staat dat Welcome Shop eerst op 13 maart 2017 is overgegaan tot een ontslag op staande voet wegens de diefstal op 21 januari 2017 en in de maand december 2016. Vast staat verder dat verweerder verzoekster op 31 januari 2017 heeft medegedeeld dat de totale schade zeker een bedrag van ongeveer NAf. 10.000,= bedroeg. Gelet op het vorenstaande was verweerder zeker op 31 januari 2017 bekend met de omvang en ernst van de verzoekster verweten handeling(en). Door evenwel meerdere weken te laten verstrijken zonder over te gaan tot een ontslag op staande voet en na te laten een (redelijke) verklaring voor dit tijdsverloop te geven, dient te worden geconcludeerd dat Welcome Shop niet onverwijld is overgegaan tot mededeling van (de dringende reden voor) het ontslag op staande voet. Gelet daarop kan het ontslag op staande voet geen stand houden. Het op 13 maart 2017 gegeven ontslag op staande voet is derhalve nietig, hetgeen meebrengt dat de loonbetalingsverplichting vanaf 13 maart 2017 is blijven bestaan. Het Gerecht zal Welcome Shop veroordelen tot betaling daarvan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verzoek Welcome Shop</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Tegenover het verzoek van [verzoekster] om weder te werk te worden gesteld heeft Welcome Shop ter zitting verzocht om, indien het Gerecht zou oordelen dat de arbeidsovereenkomst nog bestaat, de arbeidsovereenkomst per direct te ontbinden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Ingevolge lid 1 van artikel 7A:1615w BW kunnen partijen de rechter verzoeken de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen ontbonden te verklaren. Het tweede lid van artikel 7A:1615w BW bepaalt dat als gewichtige redenen worden beschouwd, onder meer, veranderingen in de omstandigheden van dien aard dat de dienstbetrekking billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Naar het Gerecht begrijpt stelt Welcome Shop dat sprake is van veranderingen in de omstandigheden in de zin van een verstoorde arbeidsrelatie c.q. een verlies aan vertrouwen in werkneemster wegens diefstal. Welcome Shop wijst in dit kader op het financiële onderzoek voor de maand december 2016, de camerabeelden en de ter zitting uiteengezette bevindingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.	[</nr>
      <para>verzoekster] betwist dat sprake is van diefstal en meent dat, indien de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, haar een beëindigingsvergoeding dient te worden toegekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Het Gerecht overweegt in dit kader als volgt. [verzoekster] heeft niet betwist dat de Heavenly Flowershop op 21 januari 2017 om ongeveer 10.00 uur voor een bedrag van NAf 179,94 aan artikelen had gekocht. Op de camerabeelden is te zien dat wordt betaald met briefgeld. Niet betwist is dat de eigenaar van Welcome Shop heeft gezien dat verzoekster in plaats van NAf 179,94, een bedrag van NAf 20,06 heeft aangeslagen. Dit blijkt ook uit de overgelegde bon ad NAf 20,06 van 10.02 uur. Logischerwijs had controle van het cash geld een overschot van ongeveer NAf 159,= moeten laten zien. Zulks bleek evenwel niet het geval. Bij een controle tussen de middag van het cash geld in de kassa, was geen sprake van een overschot. In plaats daarvan kwam het cash geld in de kassa overeen met de aangeslagen bedragen. Op de camerabeelden van het begin van de pauze, rond 12.30 uur, is te zien dat [verzoekster] geld pakt uit het linkerdeel van de kassa waarin de NAf 100,= en NAf 50,= biljetten liggen. Deze biljetten worden door haar in de grote groene zak gedaan waarin rollen muntgeld bewaard worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Gelet op het feit dat het pauze was, was zonder nadere onderbouwing welke ontbreekt, niet aannemelijk dat op dat moment wisselgeld nodig was. Daarbij is niet betwist dat, in geval van wisselen, een aan het (munt)wisselgeld gelijk bedrag aan briefgeld in de grote groene zak wordt gedaan. Op de beelden is te zien dat [verzoekster] slechts 1 rol met muntgeld uit de zak gehaald terwijl zij meerdere biljetten van NAf 100,= dan wel NAf 50,= uit de kassa had gepakt. Nu het bij wisselgeld naar haar aard om kleinere bedragen gaat, zal het uitzondering zijn dat met het wisselgeld groot briefgeld gemoeid is. [verzoekster] heeft in dit kader gesteld dat zij een rol van 20 x NAf 5,= had gepakt. Welcome Shop heeft dit betwist stellende dat een NAf 5,=  rol hooguit 10 muntstukken bevat. Gelet op deze betwisting en bij gebreke aan nadere onderbouwing van haar standpunt, wordt [verzoekster] niet gevolgd in haar stelling dat de rol muntgeld in waarde gelijk was aan het briefgeld dat zij in de grote groene zak deed. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Het Gerecht houdt het er op basis van al het vorenstaande voor dat [verzoekster] zich op 21 januari 2017 geld heeft toegeëigend uit de kassa. Op grond van de beelden van de middag van 21 januari 2017, het die middag geconstateerde overschot van ongeveer NAf 110,71, het niet aanslaan van het gepinde bedrag van NAf 110,71, het financiële onderzoek van december 2016 en het uit het overzicht van 24 december 2016  blijkende (zeer) regelmatig aanslaan van (zeer) kleine bedragen op de kassa waar verzoekster geen aannemelijk verklaring voor heeft, acht het Gerecht het aannemelijk dat dit handelen van verzoekster van 21 januari 2017 niet op zichzelf stond maar een (meer) structureel karakter had. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Aldus is genoegzaam gebleken dat door de gedragingen c.q. handelingen van [verzoekster] sprake is van een vertrouwensbreuk. Een zinvolle en vruchtbare voortzetting van de arbeidsovereenkomst behoort daardoor niet meer tot de reële mogelijkheden. Dit leidt tot de slotsom dat sprake is van veranderingen in de omstandigheden, die een gewichtige reden vormen, welke van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst op korte termijn behoort te eindigen. Het Gerecht zal de arbeidsovereenkomst tussen partijen per heden (voorwaardelijk) ontbinden zonder toekenning van een vergoeding, nu in het voor overwogene ligt besloten dat die veranderingen in de omstandigheden aan [verzoekster] te wijten zijn. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In beide verzoeken</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>In het feit dat beide partijen over en weer in het (on) gelijk gesteld alsmede gelet op de (gewezen) arbeidsrelatie, ziet het Gerecht aanleiding om de proceskosten te compenseren, in de zin dat ieder de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verzoek [verzoekster]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">verklaart</emphasis> het gegeven ontslag op staande voet nietig;</para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">veroordeelt</emphasis> Welcome Shop om Hart het loon en emolumenten vanaf 13 maart 2017 tot en met heden te betalen; </para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">verklaart</emphasis> deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">wijst af</emphasis> het meer of anders gevorderde.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verzoek Welcome Shop</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">ontbindt</emphasis> de arbeidsovereenkomst tussen Welcome Shop en [verzoekster], voor het geval komt vast te staan dat deze nog bestaat na 13 maart 2017, met ingang van heden.</para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">verklaart</emphasis> deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">wijst af</emphasis> het meer of anders gevorderde.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In beide verzoeken</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">compenseert</emphasis> de proceskosten in die zin dat partijen hun eigen kosten dragen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Scholte, lid van voormeld Gerecht, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>