<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2017:131</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-27T11:14:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-09-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">KG 83260/2017</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2017:131">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2017:131</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-27T11:13:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2017:131 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 21-09-2017 / KG 83260/2017</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2017:131:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verwijzing in kort geding naar gewone zitting op eenparig verzoek partijen. Art. 228 Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2017:131:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">in kort geding </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Eiseres],</emphasis>
      </para>
      <para>wonend in Nederland,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. B.J. Rollings,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Gedaagde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonend te Curaçao, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. S. Da Costa Gomez.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft op 12 juli 2017 een verzoekschrift ingediend. Het kort geding is na uitstelverzoek behandeld op 5 september 2017. Partijen zijn verschenen, vergezeld van hun gemachtigden. De gemachtigden hebben de zaak bepleit, waarna een regeling minnelijke oplossing is besproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij e-mail van 6 september 2017 heeft de rechter de gemachtigden van partijen een voorstel gedaan voor een in een vonnis neer te leggen regeling. Na enige verdere e-mailcorrespondentie is over de tekst daarvan overeenstemming bereikt. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Partijen zijn broer en zus. Zij zijn samen, ieder voor de onverdeelde helft, rechthebbende met betrekking tot het perceel [adres te Curaçao] en het daarop gebouwde huis. Tussen hen zijn meningsverschillen ontstaan over onder meer de financiering van de bouw en het gebruik van het huis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Eiseres heeft in dit kort geding onder meer gevorderd dat gedaagde haar de toegang tot een deel van het huis verschaft. Gedaagde heeft verweer gevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Ter zitting is gebleken dat partijen uiteindelijk tot een verdeling (uitkoop) willen komen en is een tijdelijke regeling besproken vooruitlopend op een dergelijke afwikkeling. Ter zitting en in de e-mailcorrespondentie na de zitting is die regeling uitgewerkt. Partijen zijn het eens geworden over het volgende:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Partijen komen ter beslechting van hun geschil in dit kort geding – onder voorbehoud van alle rechten voor het overige – het volgende overeen:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. <emphasis role="italic">Partijen treffen een tijdelijke regeling die bedoeld is om de periode te overbruggen die het duurt om (in een bodemprocedure of in overleg) tot een definitieve oplossing te komen van hun geschillen over onder meer ieders bijdrage aan de kosten van de bouw van het huis en over ieders aanspraken op het gebruik van het huis.</emphasis></para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">2.    Met ingang van heden tot en met 31 augustus 2019 geldt dat eiseres de benedenverdieping zal kunnen gebruiken en/of verhuren (met uitsluiting van gedaagde) en gedaagde de bovenverdieping (met uitsluiting van eiseres). Eiseres is voornemens de benedenverdieping aan mw. [naam] te verhuren. Gedaagde wil de bovenverdieping laten bewonen door mw. [naam] en eventueel zelf gaan bewonen. </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Partijen zullen over en weer toestaan dat bezoekers van de benedenverdieping respectievelijk de bovenverdieping vrije toegang tot de beneden- c.q. bovenverdieping hebben. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het is partijen niet toegestaan het huis af te breken, verbouwingen dan wel andersoortige wijzigingen aan te brengen anders dan het gebruiksklaar maken van het huis voor verhuur of bewoning.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. <emphasis role="italic">Met ingang van 1 september 2017 worden de kosten van erfpacht en de onroerende zaak-belasting door partijen ieder voor de helft betaald. Eiseres zal haar helft aan gedaagde betalen - zonder verrekening, dus echt betalen - binnen veertien dagen nadat gedaagde aan eiseres bewijs heeft gemaild dat hij deze kosten heeft voldaan.  </emphasis></para>
      <para />
      <para>4. <emphasis role="italic">Gedaagde zal Aqualectra nog deze week verzoeken zo spoedig mogelijk aparte meters te plaatsen voor elektriciteit en water van de bovenverdieping, zodat het verbruik van de beide verdiepingen en de aansluitingen apart worden geregistreerd. Eiseres zal zich onthouden van het gebruik van elektriciteit en water van de bovenverdieping en gedaagde zal zich onthouden van het gebruik van elektriciteit en water van de benedenverdieping.</emphasis></para>
      <para />
      <para>5. <emphasis role="italic">Voor de benedenverdieping wordt het eerste jaar (tot en met 31 augustus 2018) gebruik gemaakt van de achteringang van het erf en voor de bovenverdieping van de vooringang. Per 1 september 2018 tot en met 31 augustus 2019 geldt het omgekeerde.</emphasis></para>
      <para />
      <para>6. <emphasis role="italic">Partijen verzoeken de rechter deze regeling op te nemen in een vonnis en daaraan (voor ieder van hen) een passende dwangsom te verbinden. Voor wat betreft hun geschil over de scheiding en deling van het huis en de onderlinge afrekening verzoeken partijen dat de zaak (voor zover mogelijk) wordt verwezen naar de bodemprocedure voor conclusie van eis zijdens eiseres.</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Artikel 228 Rv bepaalt dat de rechter in kort geding, in plaats van de voorziening te weigeren, op eenparig verzoek van partijen de zaak kan verwijzen naar de gewone terechtzitting. Deze zaak leent zich daarvoor. Gelet daarop en gelet op de tussen partijen getroffen voorlopige regeling, zal als volgt worden beslist.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rechtdoende in kort geding</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>veroordeelt ieder van partijen de hiervoor onder 2.3 opgenomen regeling na te komen, zulks op straffe van een ten behoeve van de ander te verbeuren dwangsom  van NAf 100 voor iedere dag dat zij na een week na betekening van dit vonnis  daarmee in gebreke blijven, met een maximum van NAf 10.000;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>verwijst de zaak voor het overige op de voet van art. 228 Rv naar de gewone zitting van maandag 20 november 2017 voor conclusie van eis aan de zijde van eiseres.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter in dit gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken door mr. MW. Scholte op 21 september 2017.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>