<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2016:76</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-22T15:56:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BBZ nr. 50743 van 2010</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2016:76">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2016:76</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-22T15:56:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2016:76 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 26-07-2016 / BBZ nr. 50743 van 2010</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2016:76:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Belanghebbende heeft in 2006 zowel progressief belaste binnenlandse inkomsten als buitenlandse inkomsten die onder de penshonado-regeling, vallen genoten. </para>
        <para>Het Gerecht oordeelt dat belanghebbende terecht op het gedeelte van haar wereldinkomen dat niet onder de penshonado- regeling valt de basiskorting in aanmerking heeft genomen. </para>
        <para>Het buitenlands inkomen van belanghebbende bestaat uit Nederlandse huuropbrengsten, inkomsten uit Nederlandse spaartegoeden en rente- inkomsten waarbij Curaçao ingevolge de Belastingregeling voor het Koninkrijk aangewezen is aftrek ter voorkoming van dubbele belastingheffing te verlenen over de Nederlandse huuropbrengsten. Deze aftrek is juist berekend door de Inspecteur.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2016:76:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Uitspraak van 26 juli 2016 </para>
    <para>BBZ nr. 50743 van 2010</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">X</emphasis>, woonachtig in Curaçao,</para>
      <para>belanghebbende</para>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN</emphasis>, zetelend in Curaçao,</para>
      <para>de Inspecteur,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende is op 16 mei 2008 een aanslag inkomstenbelasting over het jaar 2006 opgelegd naar een belastbaar inkomen van Naf 74.710. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft op 26 mei 2008 tijdig bezwaar aangetekend tegen de aanslag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Belanghebbende is op 22 februari 2010 tijdig tegen de fictieve weigering van de Inspecteur in beroep gekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Met dagtekening 14 mei 2010 heeft de Inspecteur alsnog uitspraak gedaan op het bezwaar en de aanslag conform verzoek verminderd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Op 19 februari 2014 heeft de Inspecteur een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Ter zitting van 25 maart 2014 te Willemstad is namens de Inspecteur verschenen drs. A. Belanghebbende is niet verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>Op 18 december 2015 heeft de Inspecteur een aanvulling op het verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8</nr>
      <para>Partijen zijn overeenkomstig artikel 10 Landsverordening op het beroep in belastingzaken (hierna: LBB) opgeroepen tot het verstrekken van inlichtingen (hierna: comparitie). In dat verband zijn op 24 februari 2016 te Willemstad namens de Inspecteur verschenen mr. B en namens belanghebbende mr. C. Partijen hebben schriftelijk toestemming gegeven om zonder nadere mondelinge behandeling uitspraak te doen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>FEITEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door één van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Belanghebbende is een belastingplichtige op wie de penshonado-regeling van artikel 23b Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (hierna: LIB 1943) van toepassing is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Belanghebbende heeft in 2006 het volgende inkomen genoten:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Binnenlands inkomen </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">(in Naf.)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Huuropbrengsten Penstraat			29.445</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoonlijke lasten </emphasis>
          <emphasis role="underline">  1.641-/-</emphasis>
        </para>
        <para>									27.804</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Buitenlands inkomen </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">(in Naf.)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Spaarrekeningen				26.397</para>
        <para>Rente D				  	6.239</para>
        <para>Huuropbrengsten NL				<emphasis role="underline">14.270</emphasis></para>
        <para>									46.906</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De Inspecteur heeft op basis van dit inkomen een aanslag inkomstenbelasting opgelegd. Daarbij heeft hij geen rekening gehouden met het verzoek van belanghebbende om in aanmerking te komen voor de penshonado-regeling. Hiertegen heeft belanghebbende bezwaar gemaakt. Bij uitspraak op bezwaar van 14 mei 2010 heeft de Inspecteur de penshonado-regeling alsnog toegepast en de aanslag verminderd tot een bedrag aan verschuldigde belasting van Naf. 5.246. De Inspecteur heeft het bedrag van de verschuldigde belasting in zijn aanvulling op het verweerschrift van 16 december 2015 berekend op Naf. 6.277. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De berekening luidt als volgt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Binnenlands inkomen (progressief belast)			27.804	</para>
        <para>inkomstenbelasting								3.069.</para>
        <para>Buitenlands inkomen (belast tegen 10%)			<emphasis role="underline">46.906</emphasis></para>
        <para>te betalen inkomstenbelasting 					<emphasis role="underline">4.690</emphasis></para>
        <para>Belastbaar inkomen (27.804+ 46.906)			74.710	</para>
        <para>inkomstenbelasting						7.759</para>
        <para>Aftrek ter voorkoming van dubbele belasting: </para>
        <para>(14.270*/74.710**) x 7.759				<emphasis role="underline">1.482 -/-</emphasis></para>
        <para>verschuldigde inkomstenbelasting						6.277</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>* inkomsten uit in Nederland gelegen onroerende zaak</para>
        <para>** wereldinkomen</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In geschil is of de Inspecteur de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting (hierna atvvdb) op juiste wijze heeft toegepast en of belanghebbende recht heeft op toepassing van (een gedeelte van) de basiskorting. De Inspecteur hanteert bij de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belastingheffing als voorkomingsbreuk het buitenlands inkomen uit de in Nederland gelegen onroerende zaak in verhouding tot het wereldinkomen. Belanghebbende hanteert als voorkomingsbreuk het binnenlands inkomen in verhouding tot het wereldinkomen. </para>
      <para>Met betrekking tot de basiskorting stelt de Inspecteur dat een belastingplichtige waarvoor de penshonado-regeling geldt geen recht heeft op toepassing daarvan. Belanghebbende stelt dat een gedeelte van zijn inkomsten niet onder de penshonado-regeling valt en dat voor dat gedeelte de basiskorting dient te worden toegepast. De Inspecteur concludeert dat de aanslag eerder te laag dan te hoog is.</para>
      <para>Volgens belanghebbende bedraagt het bedrag aan  verschuldigde belasting Naf 4.690.   </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>BEOORDELING VAN HET GESCHIL</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vooraf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De penshonado-regeling van artikel 23B LIB 1943 houdt in dat de belastingplichtige die in Curaçao woonachtig is onder bepaalde voorwaarden kan verzoeken dat over zijn inkomen genoten uit buitenlandse bronnen een belastingtarief van 10 percent, opcenten daarbij inbegrepen, wordt toegepast. Partijen zijn het erover eens dat het inkomen dat belast moet worden naar het 10% tarief Naf. 46.906 bedraagt en het inkomen dat naar het progressieve tarief moet worden belast Naf. 27.804 bedraagt.   </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toepassing van de basiskorting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 23E, lid 4 LIB 1943, blijft bij de toepassing van de penshonado-regeling de basiskorting buiten aanmerking. Dat wil naar het oordeel van het Gerecht echter niet zeggen dat in het geval belanghebbende naast buitenlandse inkomensbestanddelen die onder de penshonado-regling vallen andere inkomensbestanddelen heeft, de basiskorting ook ter zake van deze inkomensbestanddelen geen toepassing vindt (vergelijk uitspraak Raad van Beroep voor Belastingzaken van 28 juli 2011, ECLI:NL:ORBBNAA:2011:BR5481). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De basiskorting moet aldus toegepast worden ter zake van het binnenlands inkomen ofwel Naf. 27.804. De over dit inkomen verschuldigde belasting voor toepassing van de basiskorting bedraagt volgens belanghebbende en volgens de Inspecteur in zijn aanvulling op het verweerschrift Naf. 3.069. Ter zitting heeft de Inspecteur toegelicht dat dit bedrag onjuist is omdat daarbij ten onrechte de opcenten (30%) niet zijn meegenomen. Het bedrag van Naf. 3.069 moet volgens de Inspecteur dan ook gewijzigd worden in Naf. 3.069 +/+  0,3 x Naf. 3.069. = Naf. 3.989. Het Gerecht acht dit juist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>De berekening van de verschuldigde belasting vóór toepassing van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting luidt dan:</para>
        <para>Inkomstenbelasting over 27.804: 				3.989</para>
        <para>Basiskorting							<emphasis role="underline">1.548	-/-</emphasis></para>
        <para>								2.441</para>
        <para>Echter, in artikel 23E, lid 9, LIB 1943 is bepaald dat over de  progressief belaste inkomsten minimaal 10% belasting geheven wordt, dus in casu: Naf. 2.780. Dat betekent dat van de basiskorting Naf. 1.209 in aanmerking genomen kan worden. De in totaal verschuldigde belasting, voor toepassing van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting bedraagt dan: Naf. 2.780 +/+ 4.690 = 7.470. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toepassing van de aftrek ter voorkoming van dubbele belastingheffing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Het buitenlands inkomen van belanghebbende bestaat uit Nederlandse huuropbrengsten (Naf. 14.270), inkomsten uit Nederlandse spaartegoeden (Naf. 26.397) en rente- inkomsten van een lening van belanghebbende aan D (Naf. 6.239). De Nederlandse huuropbrengsten worden ingevolge artikel 4 van de Belastingregeling voor het Koninkrijk (hierna: BRK) voor de heffing van inkomstenbelasting aan Nederland toegewezen en rente inkomsten op grond van artikel 13 BRK aan Curaçao. Dat betekent dat Curaçao atvvdb moet verlenen over de Nederlandse huurinkomsten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Artikel 24, lid 1 BRK voorziet in deze voorkoming van dubbele belastingheffing.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 24, lid 1 van de BRK kan het land van inwoning (Curaçao) in het inkomen of vermogen begrijpen, de bestanddelen welke mogen worden belast in een van de andere landen (Nederland) met dien verstande, dat op de berekende belasting (Naf. 7.470) een vermindering wordt toegepast welke gelijk is aan het bedrag dat tot die belasting in dezelfde verhouding staat als het totaal van de bestanddelen, welke in laatstbedoeld land (Nederland) mogen worden belast (Naf. 14.270), staat tot het totale belastbare inkomen of vermogen (Naf. 74.710). </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het bedrag van de atvvdb = (14.270/74.710)*7.470 = 1.426. De verschuldigde belasting bedraagt dan 7.470 -/- 1.426 = 6.044. Nu de Inspecteur de aanslag reeds verminderd heeft naar Naf 5.246, handhaaft het Gerecht de aanslag.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Gelet op hetgeen vermeld is in 1.3 is het beroep gegrond.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>BESLISSING</title>
    <para>Het Gerecht </para>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep gegrond voor zover het ziet op het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar; </para>
    <para>- verklaart het beroep voor het overige ongegrond.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.M. de Werd, voorzitter, mr. W.J. Noordhuizen en mr. D.J. Jansen leden van het Gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juli 2016, in tegenwoordigheid van de griffier, M.M.M. Faro MSc.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,								De voorzitter, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 17a, eerste lid Landsverordening op het beroep in belastingzaken).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht overeenkomstig artikel 14, derde lid. De instelling van het hoger beroep geschiedt door persoonlijke indiening bij dan wel toezending aan de griffier van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 17b, tweede lid Landsverordening op het beroep in belastingzaken). </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>