<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2016:178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-21T14:50:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">79770/2016</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2016:178">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2016:178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-21T14:50:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2016:178 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 10-11-2016 / 79770/2016</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2016:178:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EJ 79770 van 2016 cessantia</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2016:178:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold"> GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[VERZOEKSTER],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Curaçao,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.M. Bloem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap, </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">MATERIEEL VERHUUR CURAÇAO N.V.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Curaçao,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>vertegenwoordigd door dhr. [naam].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [verzoekster] en MVC genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij inleidend verzoekschrift met bewijsstukken, dat op 2 augustus 2016 ter griffie is ingekomen, heeft [verzoekster] een verzoek ingediend. De zaak is behandeld ter zitting van 6 oktober 2016. [verzoekster] is in persoon verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd. Namens MVC is dhr. [naam] (directeur) verschenen die verweer heeft gevoerd overeenkomstig de door hem overgelegde pleitaantekeningen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Beschikking is bepaald op heden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, alsmede op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud van overgelegde producties, staat het volgende vast:</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2	[</nr>
      <para>verzoekster] is op 4 januari 2008 in dienst getreden van MVC, als kraandrijver, tegen een brutosalaris van laatstelijk NAf 2.500,00 per maand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De tussen partijen geldende arbeidsovereenkomst is op 14 augustus 2015, door opzegging door MVC, geëindigd. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Bij brief van 3 mei 2016 heeft de gemachtigde van [verzoekster] MVC verzocht om over te gaan tot uitbetaling van de aan hem toekomende cessantia uitkering en is zij in gebreke gesteld voor het geval niet binnen 2 weken – 18 mei 2016 - zou zijn betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Betaling door MVC is uitgebleven. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1	[</nr>
      <para>verzoekster] heeft het Gerecht - kort samengevat - verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, MVC te veroordelen om NAf 5.000,00 aan cessantia-uitkering, althans een uitkering, althans een vergoeding c.q. schadevergoeding aan hem te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2015 tot de dag der algehele voldoening, dit met veroordeling van MVC in de kosten van de procedure. Voorts heeft [verzoekster] verzocht om kosteloos te mogen procederen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2	[</nr>
      <para>verzoekster] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd, kort weergegeven, dat hij op grond van artikel 3 van de Cessantia Landsverordening aanspraak heeft op de daarin bedoelde eenmalige cessantia-uitkering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Kort en zakelijk weergegeven voert MVC als verweer aan dat zij momenteel niet in staat is om aan [verzoekster] een cessantia-uitkering te voldoen en dat [verzoekster] geen recht heeft op de door hem verzochte cessantia-uitkering omdat hij het laatste anderhalf jaar van zijn dienstverband arbeidsongeschikt is geweest. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de te nemen beslissing van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Uit het overgelegde bewijs van onvermogen blijkt genoegzaam van het onvermogen van [verzoekster], zodat hem toestemming zal worden verleend om kosteloos te mogen procederen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Artikel 3 lid 1 van de cessantia Landsverordening bepaalt dat “de werknemer wiens dienstbetrekking eindigt, anders dan door zijn schuld of tengevolge van een aan hem toe te rekenen omstandigheid, wordt door de werkgever een eenmalige uitkering, gebaseerd op het laatstgenoten loon, toegekend (…)”. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Nu vast staat dat de beëindiging van het dienstverband niet het gevolg is van een omstandigheid die voor rekening en risico van [verzoekster] komt, dient het verzoek tot uitbetaling van de cessantia-uitkering te worden toegewezen. Dat MVC momenteel niet over voldoende financiële middelen beschikt om de cessantia-uitkering uit te betalen maakt dit niet anders. Ook de omstandigheid dat [verzoekster], voor zover al juist, tijdens zijn dienstverband voor lange periodes arbeidsongeschikt is geweest, geeft geen aanleiding tot een ander oordeel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Gelet op het vorenstaande zal de cessantia-uitkering ad NAf 5.000,00 (8 x het weekloon ad NAf 625,00) worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2016, zijnde de dag waarop de MVC in verzuim raakte, tot de dag der voldoening.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>MVC zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [verzoekster] worden tot op heden begroot op NAf 1.000,00 aan salaris voor de gemachtigde en NAf 50,00 aan griffierechten.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para>-	<emphasis role="bold">verleent</emphasis> [verzoekster] toestemming om kosteloos te procederen;</para>
    <para />
    <para>-	<emphasis role="bold">veroordeelt</emphasis> MVC tegen bewijs van kwijting aan [verzoekster] te betalen ten aanzien van uitkering op grond van de Cessantia Landsverordening een bedrag groot <?linebreak?>NAf 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 18 mei 2016 tot de dag der algehele voldoening;</para>
    <para />
    <para>-	<emphasis role="bold">veroordeelt</emphasis> MVC in de proceskosten, aan de zijde van [verzoekster] tot op heden</para>
    <para>begroot op NAf 1.000,00 aan gemachtigdensalaris;</para>
    <para />
    <para>-	<emphasis role="bold">veroordeelt</emphasis> MVC aan de griffier van dit Gerecht te betalen de in debet gestelde griffierechten van NAf 50,00;</para>
    <para />
    <para>-	<emphasis role="bold">verklaart</emphasis> deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. S.E. Sijsma, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 november 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>