<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAC:2015:19</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T11:08:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEAC" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Curaçao</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-10-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">500.00200/15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2015:19">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2015:19</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T11:04:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-11-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAC:2015:19 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 30-10-2015 / 500.00200/15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAC:2015:19:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van het uitvoeren van cocaïne, hij is een first offender waarmee de rechter rekening houdt, maar met zijn verblijf in de politiecel in Barber houdt de rechter geen rekening omdat hij daar op eigen verzoek verbleef.</para>
        <para>Hij krijgt conform de eis 12 maanden GS</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAC:2015:19:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>S T R A F V O N N I S</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [datum] 1974 te Port au Prince, Haïti,</para>
      <para>wonende te Curaçao, </para>
      <para>thans alhier gedetineerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2015. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. H. Alejandra.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. G. Rip, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van feit 2 te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden, met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft verschillende verweren gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:…</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Geldigheid van de dagvaarding</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bevoegdheid van het Gerecht</emphasis>
        </para>
        <para>Krachtens de wettelijke bepalingen is het Gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft namens de verdachte een beroep op de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie gedaan. Volgens de raadsman was er tijdens de telefoontaps gedurende onderzoek Magnus/Maximus geen strafvorderlijke reden om een inbreuk op de privacy van de verdachte te dulden en had de vergaarde informatie vernietigd moeten worden. Bovendien had het openbaar ministerie bij de verlenging van de machtiging moeten aangeven dat er sprake was van een verdenking van overtreding van de Opiumlandsverordening, aldus de raadsman. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft aangevoerd dat hij de zaaksofficier van justitie in beide zaken is en er geen sprake is van handelen waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. </para>
        <para>Het Gerecht verwerpt het verweer. Uit de summiere reactie van de officier van justitie valt af te leiden dat hij toestemming voor het gebruik van de tapgegevens van onderzoek Magnus/Maximus voor onderzoek Rizinia heeft gegeven. Hetgeen de raadsman heeft aangevoerd kan naar het oordeel van het Gerecht niet leiden tot de slotsom dat sprake is van een normschending waardoor met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft voorts betoogd dat de verdachte na het eerste verhoor geen advocaat heeft kunnen raadplegen alsmede verwezen naar de artikelen 6 en 8 EVRM. Naar het oordeel van het Gerecht behoeft dit betoog geen verdere bespreking, nu het niet een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt betreft.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht stelt vast dat het openbaar ministerie ook overigens ontvankelijk is in zijn vervolging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Redenen voor schorsing van de vervolging</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Bewijsbeslissingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">4A. Vrijspraak ten aanzien van feit 1 (zaaksdossier 3, uitvoer van cocaïne in maart 2013)</emphasis>
      </para>
      <para>Het Gerecht heeft, evenals het openbaar ministerie en de raadsman, uit het onderzoek op de terechtzitting en door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder feit 1 tenlastegelegde heeft begaan. Medeverdachte [V] heeft verklaard dat zij in maart 2013 een envelop met geld aan de verdachte heeft gegeven. Dat heeft ze gedaan nadat ze cocaïne van Curaçao naar Nederland had vervoerd voor medeverdachte [F] en wijlen [L]. Uit de enkele omstandigheid dat [V] een envelop met geld aan de verdachte heeft gegeven, kan niet worden afgeleid dat hij als medepleger bij het cocaïnetransport betrokken is geweest. De verdachte zal derhalve wegens gebrek aan bewijs van dit feit worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">4B. Redengevende feiten en omstandigheden ten aanzien van feit 2</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_926f70c1-05d6-4ac4-98e1-1e8f2a5661e7" />
      </para>
      <para>Het Gerecht komt tot bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde feit op grond van het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemeen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Telecomgegevens</emphasis>
      </para>
      <para>In het onderzoek Rizinia zijn verschillende telefoonnummers naar voren gekomen. Het Gerecht schrijft de volgende telefoonnummers aan de volgende (mede)verdachten toe:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>telefoonnummer 5999-[   ] - verdachte [verdachte]<footnote-ref linkend="_ae472370-73fe-4156-80b8-23b8695d1495" />;</para>
      <para>telefoonnummer 5999-[   ] - medeverdachte [C]<footnote-ref linkend="_6e122d45-7584-4b8f-a4d4-91ce0fb17dcd" />;</para>
      <para>telefoonnummer +5999-[  ] medeverdachte [D]<footnote-ref linkend="_5f1357cc-caf4-4224-8c0e-8b802466918c" />;</para>
      <para>telefoonnummer [   ] - medeverdachte [E]<footnote-ref linkend="_55c98628-4f2c-40f7-aa0f-ced2c2afd11f" />;</para>
      <para>telefoonnummer 5999-[   ] - medeverdachte [V]<footnote-ref linkend="_9a14a741-364d-4c8f-a7b6-0c47f4a9ba0a" />.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bijnamen</emphasis>
      </para>
      <para>In de tapgesprekken en de verklaringen van de verdachten in het onderzoek Rizina is veelvuldig gebruik gemaakt van bijnamen voor verschillende verdachten. Het Gerecht stelt vast dat met na te noemen bijnamen steeds de volgende personen worden bedoeld:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[  ]- verdachte [verdachte]<footnote-ref linkend="_22c4f403-481c-4f65-93e1-9bc39a6f6859" />;</para>
      <para>[F] - medeverdachte [F] [F]<footnote-ref linkend="_4cdef5a2-21d7-4b97-bf75-618ff913fda7" />; </para>
      <para>[D] - [D]<footnote-ref linkend="_123d4648-11be-4d2e-b17e-a84ce808a598" />;</para>
      <para>[V]/[V] - [V];</para>
      <para>[L]/[L] - wijlen [L];</para>
      <para>[R] - wijlen [R].<footnote-ref linkend="_6de880b0-058c-4af1-8cdc-2b2ef129c9c5" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Zaaksdossier 4, medeplegen uitvoer van 587,10 gram cocaïne op 3 augustus 2013</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 4 augustus 2013 arriveert [V] (hierna ook: [V]) met een vlucht vanuit Curaçao in Nederland. [V]wordt aangehouden.<footnote-ref linkend="_44b713ec-3ffa-4321-8e8e-c949a8a9457e" /> Bij haar worden verschillende duwersbollen aangetroffen die zij inwendig vervoerde. De inhoud van de bollen is gewogen en onderzocht. Het betreft ongeveer 587,10 gram van een materiaal bevattende cocaïne.<footnote-ref linkend="_420cf6fd-df95-4c51-a780-ef1724384393" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[V]verklaart dat ze samen met haar moeder, [M] (hierna ook: [M]), cocaïne naar Nederland zou brengen. De drugs waren van [F]. Het drugstransport was voor [F]. Op de dag van vertrek, 3 augustus 2013, hebben ze  [verdachte] ontmoet. [verdachte] had hen gevraagd of ze er klaar voor waren.<footnote-ref linkend="_10876f91-ac69-4ac2-b1a2-99a20eae15b4" /> [verdachte] heeft de drugs aan [M]gegeven. [V]heeft contact met [verdachte] gehad over aan wie zij de drugs in Nederland moest geven.<footnote-ref linkend="_983cf0ff-925f-4239-9e78-020c8ebbd956" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[M]wordt op 3 augustus 2013 aangehouden in verband met een andere zaak. Ze is op dat moment samen met [V]onderweg naar Nederland en voert inwendig een hoeveelheid cocaïne met zich. Ze weet dat haar dochter ook verdovende middelen bij zich heeft.<footnote-ref linkend="_c09db48a-7657-4ed3-bd8b-c8d2e7f68bad" /> [M]verklaart dat [verdachte] de drugs voor haar heeft geregeld.<footnote-ref linkend="_56ba9154-02f5-4290-8592-9f958f9f6797" /> [verdachte] en [M]hebben hierover op 31 juli 2013 telefonisch contact gehad. Die dag heeft [M]omstreeks 20:58 uur met [verdachte] gebeld. [verdachte] zegt: Ik heb de dingen thuis. [M]zegt: De dingen van Sinterklaas? Ze spreken af elkaar te ontmoeten.<footnote-ref linkend="_20d038b0-d4a8-4e3b-b4e4-a0541b6fc0db" /> [verdachte] verklaart dat met de dingen van Sinterklaas pakketten cocaïne wordt bedoeld. Sint-Nicolaas was een codewoord, versluierde taal. Het gesprek gaat over twee pakketten cocaïne. [verdachte] bevestigt dat hij de pakketten drugs aan [M]heeft gegeven. Ze moest ze meenemen naar Nederland.<footnote-ref linkend="_262d6ce3-97ab-4d5a-874c-e165dcf8f0df" /> [M]verklaart dat met Sinterklaas “[F]” wordt bedoeld. Volgens [M]noemt [verdachte] hem [F].<footnote-ref linkend="_dc8a770e-1ac5-4958-9ba8-67c6dd96c680" /> [V]weet dat [M][F] Sinterklaas noemt. Zijzelf noemt hem gewoon [F]. Ze bedoelt hiermee [F].<footnote-ref linkend="_baab51aa-6a18-4b46-8897-db70df1bf537" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dag waarop [V]en [M]samen naar Nederland zouden reizen, 3 augustus 2013, vinden verschillende telefooncontacten plaats tussen verschillende personen. Zo belt [M]op 3 augustus 2013 omstreeks 14:35 uur naar [verdachte]. [M]zegt dat [F] op een man in Nederland moet drukken. Ze bedoelt hiermee dat die man een gedeelte van de drugs bij haar moest komen kopen.<footnote-ref linkend="_7c96a070-a097-48ea-944d-618031ebfdad" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ongeveer een half uur later, omstreeks 15:10 uur, belt medeverdachte [C] naar een Nederlands telefoonnummer en zegt tegen een man dat hij de vriend van [D] is en hij naar zijn app moet kijken. Op de achtergrond is de stem van een andere man te horen. De verbalisant hoort dat [F] op de achtergrond [C] instructies geeft wat hij moet zeggen. Hij herkent de stem van [F] aan zijn manier van spreken. Ook de stem van [C] wordt herkend. De tolk herkent de stem van de man die belt eveneens als die van [C] en de stem van degene die [C] instructies geeft als die van [F].<footnote-ref linkend="_a93f4aa4-c861-4e46-9385-c409df97260a" /> [E] verklaart dat hij degene is met wie [C] omstreeks 15:10 uur belt. [E] luister naar het opgenomen tapgesprek en verklaart dat hij [F] op de achtergrond hoort. Hij herkent de stem van [F]. [F] heeft hem gebeld en gezegd dat [M]met haar dochter naar Nederland zou komen. [F] vroeg of [E] hen zou ophalen op Schiphol. Sinds de zaak van Wiels gebeurd is hoort [E] hem meestal op de achtergrond. Daarvoor belde hij gewoon. Hij bedoelt [F].<footnote-ref linkend="_177f44f7-4ba2-4b4e-b751-12b752be5a2c" /> [E] is een keer gepakt met drugs van [F]. [F] had hem de drugs zelf gegeven. Het betrof bolletjes.<footnote-ref linkend="_ed19f4b8-453e-4309-b754-ae8624f1679c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omstreeks 15:12 uur belt [V]met [verdachte] en zegt dat de politie haar moeder heeft meegenomen en dat zij zelf wel in het vliegtuig is gestapt.<footnote-ref linkend="_2db3674c-eb86-4839-bfff-9a75aad4c4c9" /> Vervolgens wordt [V]omstreeks 15.15 uur gebeld door het telefoonnummer van [C]. Aan de stem is te horen dat [verdachte] aan de andere kant van de lijn met [V] aan het praten is. [verdachte] vraagt aan [V] “of zij doorgaat”. Hij zegt dat hij later zal zien hoe het is verlopen.<footnote-ref linkend="_720ba8d0-526f-4524-bc94-99d04a454e70" /> Twee minuten later, omstreeks 15:17 uur, ontvangt [V]een sms van het mobiele telefoonnummer van [C] met als inhoud een Nederlands telefoonnummer, dat zij moet bellen bij aankomst.<footnote-ref linkend="_35e18f6f-003c-4424-8e3c-fdf9ace2a139" /> Het betreft het nummer van medeverdachte [E].<footnote-ref linkend="_99499b66-1e7a-49e3-86ae-bd4992227ef9" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarna wordt [V]nog driemaal gebeld door [C]. In het eerste gesprek omstreeks 15:19 uur is op de achtergrond de stem van [F] [F] te horen, terwijl hij tweemaal iets tegen [C] zegt. Om 15:41 uur belt [C] weer naar [V]. [C] vraagt aan [V]hoe ze gekleed is. Op de achtergrond is de stem van [F] hoorbaar, die iets onverstaanbaars tegen [C] zegt. Om 15:45 uur belt [C] naar [V]. Op de achtergrond is de stem van [F] te horen, die iets onverstaanbaars tegen [C] zegt om door te geven aan  ([V]). De stem van [F] is herkend aan zijn intonatie en zijn manier van spreken. Ook de stemmen van [C] en [V]zijn herkend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omstreeks 15:47 uur belt [C] met een onbekend gebleven man met een Nederlands telefoonnummer ([nr]). Het gesprek wordt verbroken. De man belt omstreeks 15:48 uur terug naar het nummer van [C]. [F] maakt gebruik van de telefoon van [C]. De man zegt: “Ik kan ook die dingen van jullie gaan nemen” en “hij heeft mij gezegd om de ding voor hem aan de andere kant te gaan nemen en wanneer hij aankomt praten we hier buiten”. [F] zegt: “Morgen moet je die boodschap doen, en nu dat was zodat je je vriend een boodschap geeft zoals je die dag deed een beetje meer, begrijp je?”.<footnote-ref linkend="_9902376d-e405-4daa-a3e1-d8b2ad613115" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewijsoverweging</emphasis>
      </para>
      <para>Het Gerecht acht, de tapgesprekken en verklaringen in onderling verband en samenhang bezien, bewezen dat sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking tussen [F] [C] en [verdachte], gericht op de uitvoer van ongeveer 587,1 gram cocaïne door [V]. [verdachte] heeft de cocaïne aan [M]geleverd, contact onderhouden met zowel [M]als [V]en met de contactpersoon in Nederland. Het Gerecht acht de verklaring van [verdachte] dat hij niet wist dat [V]drugs zou uitvoeren, gezien de bewijsmiddelen niet aannemelijk. De bijdrage van [verdachte] is significant en cruciaal te noemen. Hij is derhalve als medepleger aan te merken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">4C. Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2:</para>
      <para>Hij op 3 augustus 2013 te Curaçao tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk heeft uitgevoerd ongeveer 587,10 gram cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen aan verdachte onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Kwalificatie en strafbaarheid van het feit</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2:</para>
      <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder A van de Opiumlandsverordening 1960.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid van de verdachte </title>
    <para>De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering van de sanctie</title>
    <para>Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft het Gerecht zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft het Gerecht het volgende in aanmerking genomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft, kort samengevat, samen met anderen cocaïne uitgevoerd. De cocaïne was kennelijk bestemd voor de verdere verspreiding en handel. De rol van de verdachte hierbij is van groot belang. Met zijn handelen vormt de verdachte een belangrijke schakel bij de handel in cocaïne. Cocaïne is een verslavende stof en schadelijk voor de gezondheid, met alle gevolgen voor de gebruikers en de maatschappij van dien. De verspreiding van en handel in verdovende middelen gaan gepaard met andere vormen van criminaliteit, waaronder het plegen van strafbare feiten van uiteenlopende aard door de gebruikers, ter financiering van hun behoefte aan het door hen gebruikte middel. De verdachte heeft zich hiervan geen rekenschap gegeven en zich kennelijk uitsluitend laten leiden door persoonlijk financieel gewin.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht rekent de verdachte zijn handelen zwaar aan en is op grond van de aard en de ernst daarvan van oordeel dat slechts een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt, als passende straf in aanmerking komt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het voordeel van de verdachte wordt rekening gehouden met het feit dat hij niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht houdt geen rekening, in strafverminderende zin, met de detentie-omstandigheden van de verdachte. De verdachte verblijft immers op eigen verzoek in een politiecel te Barber.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De door de officier van justitie gevorderde straf doet naar het oordeel van het Gerecht recht aan de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het is begaan. Het Gerecht ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen aanleiding hiervan af te wijken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegende is het Gerecht van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>artikel 1:123 en 1:224 van het Wetboek van Strafrecht;</para>
      <para>artikel 3 en 11 van de Opiumlandsverordening 1960.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde zoals in rubriek <emphasis role="bold">4C</emphasis> omschreven, heeft begaan; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 2 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dat het bewezen verklaarde feit het in rubriek 5 genoemde strafbare feit oplevert;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte wegens dit feit tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">12 (twaalf) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. I.H. Lips en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 30 oktober 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.<inlinemediaobject><imageobject><imagedata align="center" scale="100" fileref="bd738112-1c0d-414a-b5a0-5a3af9e7883d" depth="1088" width="3" format="image/png" /></imageobject></inlinemediaobject></para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_926f70c1-05d6-4ac4-98e1-1e8f2a5661e7" label="1">
    <para> De door het Gerecht in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. Bij onderstaande bewijsmiddelen wordt, tenzij anders vermeld, verwezen naar het einddossier inzake het onderzoek Rizinia d.d. 31 augustus 2015.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ae472370-73fe-4156-80b8-23b8695d1495" label="2">
    <para> Proces-verbaal Identificatie d.d. 25 februari 2015, p. 4192-4194</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6e122d45-7584-4b8f-a4d4-91ce0fb17dcd" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen GSM (nummer)’s in gebruik bij [C] d.d. 29 juni 2015, p. 4195-4197, een en ander voor zover het het telefoonnummer +5999-[   ] betreft; Proces-verbaal stemherkenning  [F] en  [C] d.d. 9 februari 2015, p. 4094-4096</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5f1357cc-caf4-4224-8c0e-8b802466918c" label="4">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen Identificatie [D] d.d. 27 oktober 2014 voor zover het +5999-[   ] betreft, p. 1071-1072</para>
  </footnote>
  <footnote id="_55c98628-4f2c-40f7-aa0f-ced2c2afd11f" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor  [E] d.d. 22 juli 2015, p. 4104 8e alinea</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9a14a741-364d-4c8f-a7b6-0c47f4a9ba0a" label="6">
    <para>Proces-verbaal vaststelling gebruiker d.d. 10 november 2013, p. 4259-4260</para>
  </footnote>
  <footnote id="_22c4f403-481c-4f65-93e1-9bc39a6f6859" label="7">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte  [verdachte] d.d. 11 juni 2015, persoonsdossier 6, p. 17 5e alinea</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4cdef5a2-21d7-4b97-bf75-618ff913fda7" label="8">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [v] d.d. 28 augustus 2013, p. 4025 antwoord op de 8e vraag met de bijlage op p. 4029; Geschrift, te weten Foto van verdachte [F], persoonsdossier 2, p. 1; Eigen waarneming van de rechter dat foto 5 op p. 4029 de foto van verdachte [F] betreft; Proces-verbaal van verhoor . [E] d.d. 22 juli 2015, p. 5128 antwoord op de laatste twee vragen; Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 17 februari 2015, p. 17 antwoord op de laatste vraag; Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 18 juli 2015, p. 5163 antwoord op de 1e en 6e vraag</para>
  </footnote>
  <footnote id="_123d4648-11be-4d2e-b17e-a84ce808a598" label="9">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte .[D] d.d. 19 mei 2015, p. 6020 6e alinea</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6de880b0-058c-4af1-8cdc-2b2ef129c9c5" label="10">
    <para> Proces-verbaal van Relaas zaaksdossier 3 d.d. 27 augustus 2015, p. 3002 2 t/m 4e alinea </para>
  </footnote>
  <footnote id="_44b713ec-3ffa-4321-8e8e-c949a8a9457e" label="11">
    <para> Proces-verbaal van aanhouding en bevindingen d.d. 4 augustus 2013, p. 4145-4149</para>
  </footnote>
  <footnote id="_420cf6fd-df95-4c51-a780-ef1724384393" label="12">
    <para> Geschrift, te weten Rapport gewichtsbepaling van drugs van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 30 augustus 2013, p. 4173-4177; Proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 12 augustus 2013, p. 4185-4188</para>
  </footnote>
  <footnote id="_10876f91-ac69-4ac2-b1a2-99a20eae15b4" label="13">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [V] d.d. 28 augustus 2013, p. 4026 5e en laatste alinea, 4027 antwoord op de 2e vraag</para>
  </footnote>
  <footnote id="_983cf0ff-925f-4239-9e78-020c8ebbd956" label="14">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [V] d.d. 16 februari 2015, p. 4046 antwoord op de 4e vraag</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c09db48a-7657-4ed3-bd8b-c8d2e7f68bad" label="15">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [M] d.d. 16 augustus 2013, p. 4087, 4089 1e alinea</para>
  </footnote>
  <footnote id="_56ba9154-02f5-4290-8592-9f958f9f6797" label="16">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [M] d.d. 16 augustus 2013, p. 4019 een na laatste alinea, p. 4020 3e alinea</para>
  </footnote>
  <footnote id="_20d038b0-d4a8-4e3b-b4e4-a0541b6fc0db" label="17">
    <para> Geschrift, te weten verslag tapgesprek 366, p. 4017</para>
  </footnote>
  <footnote id="_262d6ce3-97ab-4d5a-874c-e165dcf8f0df" label="18">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 11 juni 2015, persoonsdossier 6, p. 39 12e en 13e alinea, 40 2e, 4e, 8e en 13e alinea, 41 een na laatste alinea</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dc8a770e-1ac5-4958-9ba8-67c6dd96c680" label="19">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [M] d.d. 10 september 2013, p. 4037 een na laatste alinea</para>
  </footnote>
  <footnote id="_baab51aa-6a18-4b46-8897-db70df1bf537" label="20">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [V] d.d. 16 februari 2015, p. 4047 antwoord op de derde vraag; Proces-verbaal van verhoor verdachte [V] d.d. 28 augustus 2013, p. 4025 antwoord op de 8e vraag met de bijlage op p. 4029; Geschrift, te weten Foto van verdachte [F], persoonsdossier 2, p. 1</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7c96a070-a097-48ea-944d-618031ebfdad" label="21">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [M] d.d. 10 september 2013, p. 4038 2e, 3e en 4e alinea; Geschrift, te weten verslag tapgesprek 204, p. 4085</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a93f4aa4-c861-4e46-9385-c409df97260a" label="22">
    <para> Proces-verbaal stemherkenning  [F] en  [C] d.d. 9 februari 2015, p. 4094-4096</para>
  </footnote>
  <footnote id="_177f44f7-4ba2-4b4e-b751-12b752be5a2c" label="23">
    <para> Proces-verbaal van verhoor  [E] d.d. 22 juli 2015, p. 4104 9e, 10e, 11e en 13e alinea, 4105 4e en 5e alinea, 4100 laatste 2 alinea’s</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed19f4b8-453e-4309-b754-ae8624f1679c" label="24">
    <para>Proces-verbaal van verhoor  [E] d.d. 22 juli 2015, p. 4098 3e en 4e alinea, 4101 3e regel, 4105 16e en 17e alinea</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2db3674c-eb86-4839-bfff-9a75aad4c4c9" label="25">
    <para> Geschrift, te weten verslag tapgesprek, p. 4115</para>
  </footnote>
  <footnote id="_720ba8d0-526f-4524-bc94-99d04a454e70" label="26">
    <para>Geschrift, te weten verslag tapgesprek, p. 4116</para>
  </footnote>
  <footnote id="_35e18f6f-003c-4424-8e3c-fdf9ace2a139" label="27">
    <para> Geschrift, te weten verslag sms-bericht, p. 4118</para>
  </footnote>
  <footnote id="_99499b66-1e7a-49e3-86ae-bd4992227ef9" label="28">
    <para> Proces-verbaal van verhoor  [E] d.d. 22 juli 2015, p. 4104 8e alinea</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9902376d-e405-4daa-a3e1-d8b2ad613115" label="29">
    <para> Proces-verbaal “ [F] op achtergrond” d.d. 2 maart 2015, p. 4119-4122; Geschriften, te weten verslagen van de tapgesprekken, p. 4123-4132</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>