<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEABES:2025:79</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-25T16:16:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEABES" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BON202500296</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2025:79">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2025:79</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-25T16:15:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEABES:2025:79 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 17-09-2025 / BON202500296</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEABES:2025:79:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing eenhoofdig gezag</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEABES:2025:79:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Registratienummer: BON202500296</para>
      <para>Datum beschikking: 17 september 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BESCHIKKING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[de vrouw],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Bonaire,</para>
      <para>hierna: de vrouw,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[de man],</emphasis>
        <?linebreak?>wonende te Bonaire<emphasis role="bold">,</emphasis></para>
      <para>hierna: de man,<?linebreak?>in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met betrekking tot de minderjarige: <emphasis role="bold">[minderjarige]</emphasis>, geboren te Nederland (Amersfoort) op [geboortedatum] 2010, hierna de minderjarige.</para>
      <para>In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES is in de procedure gekend: de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna de Voogdijraad).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw is ingekomen op 16 juni 2025.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Voorafgaande aan de mondelinge behandeling is de minderjarige in een kindgesprek gehoord.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 september 2025. <?linebreak?>Daarbij zijn verschenen de vrouw vergezeld van haar gemachtigde en de man in persoon. Tevens was aanwezig [medewerker Voogdijraad] namens de Voogdijraad.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De beschikking is bepaald op heden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>
      <?linebreak?>2.	Verzoek en beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verzoek van de vrouw strekt tot beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag over de minderjarige en dat er wordt bepaald dat zij voortaan met het eenhoofdig gezag over de minderjarige zal worden belast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vrouw heeft daartoe aangevoerd dat uit het inmiddels ontbonden huwelijk van partijen twee dochters zijn geboren. Een dochter is onlangs meerderjarig geworden en de andere is nog minderjarig. Na ontbinding van het huwelijk hebben beide partijen het gezamenlijk gezag over hen behouden. De vrouw heeft nog een andere dochter. Het overleg en de communicatie tussen partijen over de minderjarige en haar net meerjarige zus is al jarenlang volledig afwezig. De man is in 2017 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor het meermalen plegen van ontucht met zijn minderjarige stiefdochter, de andere dochter van de vrouw. Door de beladen feiten en omstandigheden tussen partijen is er sindsdien niet of nauwelijks enig contact meer tussen hen geweest. Dit geldt ook voor het contact tussen de man en de toen nog twee dochters en de stiefdochter. Het gerecht heeft bij beschikking van 24 juni 2020 (BON201900726) de man het recht op omgang met de twee dochters ontzegd, omdat de rechter van oordeel was dat er ernstige aanwezige bezwaren waren in de zin van art. 1:377a lid 3 sub c BW BES en dat een omgangsregeling ernstig nadeel zou opleveren voor hun geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. Onder de geschetste omstandigheden is het gezamenlijk ouderlijk gezag volgens de vrouw niet in het belang van de minderjarige. Zij en de man kunnen geen enkel overleg voeren over bijvoorbeeld  het inschrijven op een school, het aanvragen van een nieuw paspoort, het verkrijgen van toestemming voor het uitreizen van de minderjarige en/of voor het verkrijgen van medische en/of psychische behandeling. Jarenlang heeft zij en de dochters daarom geen buitenlandse reis gepland. Onlangs heeft dit volgens de vrouw tot een pijnlijke situatie geleid. Een van de dochters moet worden behandeld door en psychologe en de behandelende instantie vereiste daarvoor toestemming van de man in verband met het gezamenlijk gezag. Dit was pijnlijk omdat de man na zijn strafrechtelijke veroordeling zelf pertinent heeft geweigerd zich onder psychologische behandeling te stellen, ondanks de aanbeveling daartoe van de reclassering en van de rechter in de beschikking van 24 juni 2020.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De man voert verweer tegen het verzoek omdat hij handhaving van het gezamenlijk gezag ondanks zijn langdurige niet-betrokkenheid belangrijk vindt, want de minderjarige blijft ondanks alles toch zijn dochter. Ook voert hij aan dat de vrouw hem nooit heeft geïnformeerd over de (na)schoolse activiteiten van de kinderen en hun over hun gezondheid, zoals door de rechter bij beschikking van 24 juni 2020 is bevolen. De man erkent dat er al heel lang geen of nauwelijks overleg of communicatie tussen partijen mogelijk is over de verzorging en de opvoeding van de kinderen en wijt dit grotendeels aan de vrouw. Hij zou desgevraagd zijn toestemming voor de psychologische behandeling van de dochter niet hebben geweigerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het ouderlijk gezag omvat op grond van artikel 1:247 BW BES de plicht en het recht van de ouder om zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden. Onder verzorging en opvoeding wordt mede verstaan de zorg en verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind, alsmede het bevorderen van de ontwikkeling en haar persoonlijkheid. Het ouderlijk gezag brengt een aantal bevoegdheden met zich die nodig zijn voor de in voormeld kader te nemen beslissingen en te verrichten (rechts)handelingen, waarbij gedacht moet worden aan zaken als schoolkeuze en de inschrijving bij een school, medische behandeling, levensbeschouwelijke aangelegenheden, het aanvragen van een paspoort, het afsluiten van een (ziektekosten)verzekering of het maken van een buitenlandse reis. In geval van gezamenlijk gezag dienen de ouders dergelijke beslissingen in onderling overleg te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Voor gezamenlijk gezag is dan ook vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke uitoefening van dat gezag en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind(eren) in onderling overleg kunnen nemen, althans ten minste in staat zijn om vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond hun kin(eren) voordoen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 1:253n lid 1 BW BES kan de vrouw de rechter verzoeken om haar voortaan met het eenhoofdig gezag over de minderjarige te belasten. Dit verzoek komt voor toewijzing in aanmerking indien de rechter dit in het belang van het kind wenselijk oordeelt (art. 1:253c lid 2 BW BES).</para>
        <para>Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat partijen in het geheel niet in staat zijn om met elkaar op constructieve wijze te communiceren en dat dit al vele jaren het geval is. Dat is naar het oordeel van het gerecht niet aan de vrouw te wijten zoals de man aanvoert, maar geheel aan hemzelf. Op grond van zijn uitlatingen en standpunten ter terechtzitting is gebleken dat de man nog steeds onvoldoende in staat is tot zelfreflectie en geneigd is het gebeurde en de gevolgen daarvan (deels) buiten hemzelf te leggen. Hierin is geen verbetering te verwachten door het tijdsverloop en het gebrek aan besef van de man daarbij hulp van derden in te roepen. Dit terwijl er kort na zijn vrijlating wel enig contact en toenadering van de vrouw en de dochters is geweest, hoewel dat kortstondig was. Gelet op deze stand van zaken en het langdurig ontbreken van enige constructieve communicatie en moeizame verstandhouding tussen partijen, acht het gerecht het in belang van de minderjarige wenselijk dat de moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijzigt het gezag over de minderjarige: <emphasis role="bold">[minderjarige]</emphasis>, geboren te Nederland (Amersfoort) op [geboortedatum] 2010, in die zin dat de vrouw eenhoofdig wordt belast met het gezag over haar en de man uit zijn gezag wordt ontheven;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>draagt de griffie op om aantekening te maken van deze gezagsbeslissing in het gezagsregister,</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025 in tegenwoordigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>