<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEABES:2025:101</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-04T13:09:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEABES" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BON202500533</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2025:101">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2025:101</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-04T13:08:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEABES:2025:101 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 26-11-2025 / BON202500533</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEABES:2025:101:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervangende toestemming uit- en inschrijving bij de Burgerlijke Stand</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEABES:2025:101:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">zittingsplaats Bonaire</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>registratienummer	: BON202500533</para>
      <para>datum beslissing	: 26 november 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS IN KORT GEDING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[eiser]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>eiser, hierna te noemen: <emphasis role="bold">[eiser]</emphasis>,</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.J. Winkel, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[gedaagde]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Bonaire, </para>
      <para>gedaagde, hierna te noemen: <emphasis role="bold">[gedaagde]</emphasis>,</para>
      <para>gemachtigde: mr. S.O.R.’G. Faarup. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift van 14 oktober 2025, met producties </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de voorafgaand aan de zitting door partijen toegestuurde producties; producties 6 t/m 10 van [eiser] en producties 1 t/m 10 van [gedaagde]</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Na een verleend uitstel op verzoek van [gedaagde] heeft de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 november 2025. Op de mondelinge behandeling zijn partijen en hun gemachtigden verschenen, [eiser] via een videoverbinding. De gemachtigde van [gedaagde] heeft mede aan de hand van een pleitnota het woord gevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Uit de inmiddels verbroken affectieve relatie van partijen zijn drie kinderen geboren, waaronder hun thans nog minderjarige zoon [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 te Bonaire (hierna ook: de zoon of de minderjarige). De zoon woont sinds drie jaar bij [eiser] in Aruba. De twee dochters van partijen wonen bij [gedaagde] in Bonaire. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Partijen hebben het gezamenlijk gezag over hun drie kinderen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.	[</nr>
      <parablock>
        <para>eiser] vordert in dit kort geding, zakelijk weergegeven, dat het gerecht, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Primair </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>1. aan [eiser] vervangende toestemming dan wel machtiging verleent om namens [gedaagde] de minderjarig [minderjarige] bij de Burgerlijke Stand te Bonaire uit te schrijven en op Aruba bij de Burgerlijke Stand in te schrijven;</para>
      <para>2. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vereiste toestemming en medewerking van [gedaagde] voor het uitschrijven van de minderjarige te Bonaire en het inschrijven te Aruba;</para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Subsidiair </emphasis>
        </para>
        <para>(versterkt met een dwangsom) [gedaagde] veroordeelt om uiterlijk binnen een week na betekening van deze uitspraak mee te werken aan de uitschrijving van de minderjarige bij de Burgerlijke Stand te Bonaire en aan de inschrijving te Aruba bij de Burgerlijke Stand; </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Zowel primair als subsidiair</emphasis> [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.	[</nr>
      <para>gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vordering van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Partijen zijn het erover eens dat dit gerecht bevoegd is om te beslissen op de onderhavige vordering van [eiser]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:253a lid 1 BW BES kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag aan de rechter worden voorgesteld. De gezamenlijke gezagsuitoefening van partijen brengt mee dat [eiser] voor de inschrijving van de zoon bij de Burgerlijke Stand in Aruba toestemming van [gedaagde] nodig heeft. Het gerecht zal een zodanige beslissing nemen als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het gerecht zal aan [eiser] vervangende toestemming verlenen om de zoon namens [gedaagde] uit te schrijven bij de Burgerlijke Stand in Bonaire en in te schrijven bij de Burgerlijke Stand in Aruba. Deze toestemming is nodig omdat partijen het gezamenlijk gezag over de zoon hebben. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Op partijen rust namelijk een wettelijke plicht om de zoon in te schrijven daar waar zijn werkelijke woonplaats is. De zoon woont al jaren bij zijn vader in Aruba. Op de zitting heeft [eiser] verklaard dat de zoon in Aruba naar school gaat, op voetbal zit en zijn vriendjes heeft. Daarmee is duidelijk is dat de gewone woon- of verblijfplaats van de zoon in Aruba is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.	[</nr>
      <para>gedaagde] maakt bezwaar tegen de vordering van [eiser] omdat zij vreest dat hij zal worden ingeschreven op het adres van ook de nieuwe partner van [eiser] en zij zich daarom zorgen maakt over het welzijn van haar zoon. Ondanks de zorgen van [gedaagde] over de zoon, staat dit los van waar de zoon ingeschreven moet staan. De zoon moet worden ingeschreven in het land van zijn woon- of verblijfplaats. Dit is een administratieve handeling die de werkelijke situatie volgt. Het niet meewerken aan die administratieve handeling verandert de werkelijke situatie niet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Omdat de zoon inmiddels jaren in Aruba woonachtig is, zal de primaire vordering onder 1 van [eiser] worden toegewezen. Voor het daarnaast toewijzen van de primaire vordering onder 2 is geen grond. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Omdat partijen in een familierechtelijke betrekking tot elkaar staan zullen de proceskosten worden gecompenseerd als na te melden. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht, rechtdoende in kort geding: </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verleent [eiser] vervangende toestemming – ter vervanging van de toestemming van [gedaagde] – om de minderjarige [minderjarige] bij de Burgerlijke Stand te Bonaire uit te schrijven en op Aruba bij de Burgerlijke Stand in te schrijven;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>compenseert de kosten van deze procedure aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, en uitgesproken op 26 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>