<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEABES:2024:82</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-11T09:31:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEABES" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BON202400174</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2024:82">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2024:82</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-11T09:31:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEABES:2024:82 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 04-09-2024 / BON202400174</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEABES:2024:82:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek wijziging kinderalimentatie afgewezen. Onvoldoende onderbouwd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEABES:2024:82:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">zittingsplaats Bonaire</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Registratienummer: BON202400174</para>
      <para>datum beslissing: 4 september 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BESCHIKKING </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Bonaire, </para>
      <para>hierna ook: de voogdijraad, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met betrekking tot de minderjarige:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[de minderjarige]</emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 2014 te Den Haag (Nederland),</para>
      <para>hierna ook: [de minderjarige]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbenden worden aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[de vader]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Nederland, </para>
      <para>hierna: de vader, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[de moeder]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te Bonaire, </para>
      <para>hierna: de moeder. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verzoekschrift van de voogdijraad met bijlagen is ingekomen op 7 mei 2024.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 juni 2024. Daarbij is namens de voogdijraad mevrouw [medewerker van de Voogdijraad] verschenen. Ook de vader (via videoverbinding) en de moeder zijn verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De beschikking is bepaald op vandaag. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Uit de - inmiddels verbroken - relatie van de moeder en de vader is [de minderjarige] geboren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beschikking van 21 juni 2023 heeft dit gerecht de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding voor [de minderjarige] met ingang van 1 april 2023 bepaald op USD 236,50 per maand. In die beschikking is onder meer het volgende overwogen: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“De Voogdijraad heeft berekend dat de vader de minimale bijdrage moet betalen, omdat hij heeft aangegeven geen inkomsten uit arbeid te hebben. Niet duidelijk is echter geworden waarom de vader geen inkomen heeft uit arbeid, bijvoorbeeld omdat hij arbeidsongeschikt is, en of hij andere inkomsten heeft, bijvoorbeeld uit een uitkering. De vader was niet op zitting en heeft daarom de vragen die daarover zijn niet kunnen beantwoorden. Dat komt voor zijn rekening. Het was aan de vader om zich voor de Voogdijraad bereikbaar te houden voor dit alimentatieverzoek. Op enig moment had hij hiervoor telefonisch contact met de Voogdijraad, maar snel daarna bleek hij via het in dat verband gebruikte nummer niet meer bereikbaar. Ook de nummers van zijn moeder, zijn zus en zijn tante, die van de moeder op zitting werden verkregen, bleken niet te werken. Bij die stand van zaken zal het gerecht ervan uitgaan dat de draagkracht van de man gelijk is aan die van de moeder, althans in zoverre het gaat om ieders te nemen aandeel in de behoefte van [de minderjarige]. Deze is berekend op US$ 473,00. De helft daarvan is US$ 236,50. De door vader te betalen alimentatie zal op het laatste bedrag worden vastgesteld.” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek en de beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De voogdijraad verzoekt om de beschikking van dit gerecht van 21 juni 2023 te wijzigen en te bepalen dat de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] (hierna ook: de kinderalimentatie) wordt bepaald op USD 60,00 per maand. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Daaraan heeft de voogdjiraad ten grondslag gelegd dat de vader na herhaalde verzoeken om betaling van de in de onder 2.2. genoemde beschikking vastgestelde bijdrage heeft aangegeven dat hij geen vast inkomen heeft, maar als freelancer werkt en een inkomen heeft van gemiddeld € 629,09 per maand. De vader heeft ter onderbouwing een jaaropgave over het jaar 2023 overgelegd. Rekening houdend met dit inkomen zou de door de voogdijraad gehanteerde minimale bijdrage van USD 60,00 per maand in lijn zijn met de wettelijke maatstaven. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vader is het met het verzoek van de voogdijraad eens. De moeder is het niet met dat verzoek eens. Volgens de moeder kan de vader meer betalen dan de minimale bijdrage van USD 60,00 per maand.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Het gerecht overweegt als volgt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Het gerecht kan bij beschikking vastgestelde kinderalimentatie opnieuw vaststellen als deze nooit goed is berekend omdat het gerecht eerder uit is gegaan van onjuiste of onvolledige gegevens (artikel 1:401 lid 4 BW BES) of als de omstandigheden zijn gewijzigd (artikel 1:401 lid 1 BW BES). </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Beide situaties zijn niet aan de orde. Daarvoor is veel te weinig aangevoerd. In de procedure die leidde tot de onder 2.2. genoemde uitspraak heeft de vader de voogdijraad aangegeven dat hij geen inkomen had. In die procedure is niet duidelijk geworden waarom de vader geen inkomen (uit arbeid, uitkering of anderszins) had. Daarom is het gerecht toen uitgegaan van een verdiencapaciteit aan de zijde van de vader waar de hoogte van zijn alimentatieverplichting vervolgens op is gebaseerd. In het kader van de onderhavige procedure heeft de vader de voogdijraad aangegeven dat hij wel een inkomen heeft, maar dat dit ver onder bijstandsniveau ligt. In deze procedure is in het geheel niet duidelijk geworden waarom de vader geen hoger inkomen heeft of kan verwerven en de kinderalimentatie gebaseerd op een verdiencapaciteit niet juist of niet meer aan de orde zou zijn. De toelichting die de vader tijdens de mondelinge behandeling in dat kader heeft gegeven is onvoldoende. Hij heeft aangegeven dat hij een ziekte heeft en daarom niet meer kan werken dan hij nu doet. Dat is in het geheel niet concreet gemaakt en niet met stukken, bijvoorbeeld een verklaring van een arts, onderbouwd. Op de vraag of de vader dan wellicht een uitkering of bijstand ontvangt, antwoordde hij dat hij daar geen recht op heeft, zonder verder toe te lichten wat de reden daarvoor is. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De conclusie is dat het verzoek onvoldoende onderbouwd is en om die reden zal worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Scholte, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2024 in tegenwoordigheid van de griffier. 	</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>