<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEABES:2024:72</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-06T08:26:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEABES" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EUX202400012</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2024:72">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2024:72</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-06T08:26:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEABES:2024:72 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 11-06-2024 / EUX202400012</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEABES:2024:72:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Nakoming huurovereenkomst; gedaagde dient waarborgsom terug te betalen aan eiseres</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEABES:2024:72:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT EUSTATIUS</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: EUX202400012 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis d.d. 11 juni 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Sint Eustatius,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>procederend in persoon, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam], </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Sint Eustatius,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit: <?linebreak?></para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het inleidend verzoekschrift met producties, op 29 februari 2024 ter griffie ingediend;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift met producties van 2 mei 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van de griffier, gemaakt tijdens de mondelinge behandeling op 7 mei 2024. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 7 mei 2024 plaatsgevonden in aanwezigheid van [eiseres]. [gedaagde] is niet ter zitting verschenen, hoewel zij behoorlijk was opgeroepen. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [eiseres] haar standpunt uiteengezet. Hier is door [gedaagde] geen verweer op gevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De volgende feiten zullen in dit geding als tussen partijen vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten blijken uit overgelegde stukken en/of volgen uit stellingen van partijen voor zover deze door de ene partij zijn aangevoerd en door de andere partij zijn erkend of niet zijn betwist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Tussen partijen is een huurovereenkomst tot stand gekomen voor het appartement aan de [gedaagde] [adres], van 15 maart 2023 tot en met 15 juli 2023. [eiseres] betaalde maandelijks een huur van US$ 600,- aan [gedaagde]. De door [eiseres] betaalde waarborgsom is gelijk aan één maand huur en bedraagt dus US$ 600,-. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Bij en na het opleveren van het appartement heeft [gedaagde] de waarborgsom niet aan [eiseres] terugbetaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.	[</nr>
      <para>eiseres] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot terugbetaling van de waarborgsom van US$ 600,-, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>eiseres] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Zij heeft het appartement zonder schade achtergelaten. Op 3 juli 2023 heeft [eiseres] een gesprek gevoerd in persoon met [gedaagde]. [eiseres] stelde voor het appartement die dag te bekijken bij wijze van eindinspectie. [gedaagde] had toen naar haar zeggen geen tijd. Toen [eiseres] ‘s avonds nog een poging deed, had [gedaagde] naar haar zeggen hoofdpijn. De volgende ochtend moest [eiseres] het eiland verlaten in verband met de begrafenis van haar schoonvader. Toen zij die ochtend om 6:30 uur nogmaals voorstelde dat [gedaagde] langs zou komen, kreeg zij als reactie van [gedaagde] “gooi de sleutels maar door de brievenbus”. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.	[</nr>
      <para>gedaagde] heeft het volgende tot verweer gevoerd. [eiseres] zou nooit een eindinspectie hebben voorgesteld, maar zij zou de sleutels hebben overhandigd om 18:45 uur (kennelijk op 3 juli 2023) en toen hebben voorgesteld om door het appartement te lopen. Dit tijdstip is volgens [gedaagde] geen geschikte tijd voor een inspectie vanwege het licht. Nadat [eiseres] het appartement had verlaten, heeft [gedaagde] een eindinspectie uitgevoerd en daarbij heeft zij drie gebroken ramen geconstateerd. Voor de reparatie hiervan heeft zij in totaal US$ 1200,- betaald. Dit is voor [gedaagde] reden genoeg om de waarborgsom niet terug te betalen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] gereageerd op het door [gedaagde] schriftelijk gestelde en dat betwist. Voorts heeft [eiseres] toen een video laten zien van het appartement waarop geen schade aan de ramen te zien was en het appartement er netjes uitzag. Omdat [gedaagde] niet ter zitting is verschenen, wordt het door [eiseres] ter zitting gestelde en getoonde als niet-weersproken als vaststaand aangenomen. De vordering van [eiseres] wordt daarom toegewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.	[</nr>
      <para>gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden verwezen, aan de zijde van [eiseres] begroot op US$ 28,- aan griffierecht. Omdat [eiseres] geen gemachtigde heeft ingeschakeld, wordt geen salaris gemachtigde toegekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van US$ 600,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 februari 2024 tot aan de dag van algehele voldoening; <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op US$ 28,-; <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>