<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEABES:2022:29</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-25T11:42:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEABES" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BON202200115</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2022:29">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2022:29</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-28T08:11:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEABES:2022:29 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 21-12-2022 / BON202200115</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEABES:2022:29:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schuldbekentenis. Gedaagde toont zich niet bereid een betalingsregeling te treffen wegens een verrekenvordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEABES:2022:29:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">zittingsplaats Bonaire</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Registratienummer: BON202200115</para>
      <para>Datum uitspraak: 21 december 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijke rechtspersoon naar het recht van Curaçao </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE LANDSLOTERIJ</emphasis>,  </para>
      <para>gevestigd te Willemstad, Curaçao, </para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.C. Anzola,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[GEDAAGDE],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Bonaire, </para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>procederend in persoon.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Landsloterij en [gedaagde] genoemd worden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het procesverloop blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling, waar Landsloterij hoewel behoorlijk opgeroepen niet is verschenen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering en de beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.	[</nr>
      <para>Gedaagde] is tot 12 november 2020 werkzaam geweest bij Landsloterij, vestiging Bonaire, krachtens een mondelinge arbeidsovereenkomst. Volgens Landsloterij is het dienstverband aangevangen op 1 maart 2020, volgens [gedaagde] was dit vanaf 6 december 2019. [Gedaagde] heeft nooit salarisstroken ontvangen. Zij stelt dat haar maandsalaris USD 1.045,00 bedroeg. Landsloterij heeft de door [gedaagde] gestelde hoogte van dit salaris niet bestreden zodat het gerecht van de juistheid daarvan zal uitgaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 14 november heeft [gedaagde] een schuldbekentenis ondertekend waarin zij in verband met onder haar verantwoordelijkheid ontstane kastekorten erkent een bedrag van USD 4.432,40 aan Landsloterij verschuldigd te zijn. Partijen zouden daarvoor, zoals vermeld in de betreffende schuldbekentenis, een betalingsregeling treffen zodra [gedaagde] een nieuwe baan zou hebben gevonden omdat, zoals eveneens uit de schuldbekentenis volgt, haar arbeidsovereenkomst bij Landsloterij met wederzijds goedvinden zou eindigen.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Voormeld bedrag van USD 4.432,40 wordt in deze procedure door Landsloterij gevorderd, vermeerderd met de wettelijke rente hierover, overigens zonder dat Landsloterij een ingangsdatum voor deze rente heeft gesteld en/of gevorderd. Vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten komt de totale vordering uit op USD 4.850,91.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.	[</nr>
      <para>Gedaagde] heeft niet bestreden dat zij het genoemde bedrag is verschuldigd, maar zij heeft zich niet bereid getoond om daarvoor, zoals in de schuldbekentenis vermeld, een betalingsregeling te treffen. De reden daarvoor is dat zij aanspraak meent te maken op een eindafrekening in verband met het einde van haar dienstverband. Het saldo daarvan wil zij verrekenen met wat zij aan Landsloterij verschuldigd is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Meer specifiek wil zij in verrekening brengen een aan haar toekomende vergoeding voor niet opgenomen vakantiedagen, een vergoeding voor overuren, twee weken salaris, een kilometervergoeding en een kasgeldvergoeding van </para>
        <para>NAF 50,00 per maand. Met uitzondering van voormelde kasgeldvergoeding heeft [gedaagde] geen concreet bedrag voor deze vergoedingen gesteld, althans niet in haar verweerschrift. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling werd [gedaagde] daarover wat concreter. Bij die gelegenheid heeft zij gesteld dat zij bij einde dienstverband nog 15,5 vakantiedagen had staan. Daarnaast stelde zij dat zij een kilometervergoeding van NAF 1,00 per kilometer zou krijgen, maar dat zij nooit een betaling daarvoor heeft  gekregen. Over het aantal door haar gereden kilometers heeft zij zich niet uitgelaten, althans niet concreet. Zij heeft alleen gesteld dat haar woon-werk afstand één kilometer was. Van het aantal door haar gemaakte overuren kon zij geen opgaaf doen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Met deze stand van zaken komt het gerecht, gebaseerd op een dagloon van USD 50,00 tot een vergoeding van <emphasis role="bold">USD 775,00</emphasis> voor 15,5 vakantiedagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Gelet op de door [gedaagde] opgegeven ingangsdatum van haar dienstverband, welke door Landsloterij niet verder is weersproken, zal het gerecht uitgaan van een dienstverband van 11 maanden. Op die basis komt [gedaagde] een kasgeldvergoeding toe van <emphasis role="bold">USD 275,00</emphasis> (11 x NAF 50,00). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Voor woon-werk verkeer komt [gedaagde] een vergoeding toe van <emphasis role="bold">USD 440,00</emphasis> (20 werkdagen per maand x 11 x USD 1,00 (= 2 kilometer x NAF 1,00). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Bij gebreke van een opgaaf door [gedaagde] van het aantal overuren is een vergoeding daarvoor niet toewijsbaar, althans niet verrekenbaar.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11. 	[</nr>
      <para>Gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de door haar gestelde twee weken salaris op de maand november betrekking heeft. Omdat [gedaagde] in de schuldbekentenis afstand heeft gedaan van haar salaris over november komt haar geen daarop betrekking hebbende vergoeding toe. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>De slotsom is dat [gedaagde] een verrekenvordering heeft van USD 1.490,00. Daarmee is de vordering van Landsloterij toewijsbaar tot <emphasis role="bold">USD 2.942,40</emphasis>. Omdat [gedaagde] niet bereid is gebleken een betalingsregeling te treffen, dus ook niet voor dit lagere bedrag, dient zij het gehele bedrag thans direct te betalen. Overigens heeft [gedaagde] ook in deze procedure geen regeling voorgesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Landsloterij heeft geen ingangsdatum voor de door haar gevorderde wettelijke rente gesteld. Voor deze wettelijke rente zal daarom de datum van dit vonnis worden aangehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>De vordering wordt verhoogd met de door Landsloterij gevorderde incassokosten, welke over het toewijsbare deel van de vordering worden begroot op USD 418,50 (1,5 x tarief III). Het gerecht neemt daarbij in aanmerking dat [gedaagde] weliswaar een beroep heeft gedaan op verrekening maar tegelijkertijd gesteld noch gebleken is dat zij op enig moment buiten rechte een beroep op verrekening heeft gedaan. Gesteld noch gebleken is dat zij de deurwaarder daarover heeft benaderd.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>Met de voorgaande slotsom is geen van de partijen als overwegend in het ongelijk gestelde partij aan te merken. Een aanmerkelijk deel van de vordering is niet toewijsbaar. Voorts geldt dat deze procedure alleen al nodig was om de hoogte van de verrekenvordering van [gedaagde] vast te stellen. Landsloterij had dit kunnen voorkomen door een fatsoenlijke eindafrekening op te stellen, wat zij niet heeft gedaan. Naar [gedaagde] onbestreden heeft gesteld heeft zij meermaals om een vergoeding voor de genoemde emolumenten gevraagd, alsook om een eindafrekening, maar heeft zij deze niet gekregen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Landloterij van USD 2.942,40, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van dit vonnis tot aan de datum van voldoening,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Landloterij van USD 418,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijs het meer of anders gevorderde af.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2022 in tegenwoordigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>