<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEABES:2019:20</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-03T12:17:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEABES" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">War BES BON201800701</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2019:20">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2019:20</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-03T12:16:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEABES:2019:20 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 08-05-2019 / War BES BON201800701</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEABES:2019:20:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser is als ex-appartementsrecht eigenaar niet in zijn belangen getroffen door het bestreden besluit.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEABES:2019:20:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">zittingsplaats Bonaire</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Uitspraak</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">[eiser], </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend buiten Bonaire,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>gemachtigde: A. van den Dool,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het Bestuurscollege van het Openbaar Lichaam Bonaire,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. W.J. de Nijs, advocaat,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met als derde-belanghebbende:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[derde-belanghebbende]</emphasis>,</para>
      <para>wonend op Bonaire.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 9 oktober 2017 heeft verweerder vergunning verleend aan [de derde-belanghebbende] voor het bouwen van een hotel met 64 kamers en een zwembad met een gezamenlijke grootte van 2337m2 op perceel afdeling 4, sectie F, nr. 1312, groot 3628m2, gelegen in de bestemming ‘Recreatie-Verblijfsrecreatie’ (de bouwvergunning).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 2 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het daartegen door de vereniging van eigenaren gebouwen van Ocean Breeze (de VvE) gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is behandeld ter openbare zitting van het Gerecht van 20 maart 2018. [Eiser] heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door M. Valdink (werkzaam bij het betrokken ministerie). [De derde-belanghebbende] is daar in persoon verschenen, vergezeld door G. van Erp, secretaris/ penningmeester van de VvE.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op grond van artikel 7, eerste lid, eerste volzin, van de Lar kunnen natuurlijke personen of rechtspersonen, die door een beschikking rechtstreeks in hun belang zijn getroffen, daartegen beroep instellen bij het Gerecht.</para>
    <para />
    <para>2. Het Gerecht overweegt, ambtshalve daartoe geroepen, als volgt over de ontvankelijkheid van het beroep.</para>
    <parablock>
      <para>	Het bestreden besluit is niet aan [eiser] gericht, maar aan de VvE, die overigens bij monde van Van Erp ter zitting heeft verklaard daartegen geen beroep te hebben willen instellen. Nu verder is gebleken dat [eiser] ten tijde van het instellen van het beroep geen appartementsrecht meer had binnen Ocean Breeze, kan het Gerecht niet vaststellen dat het bestreden besluit hem (al dan niet) rechtstreeks in zijn belang heeft getroffen.</para>
      <para>	De slotsom is dat geoordeeld moet worden dat [eiser] door het bestreden besluit niet rechtstreeks in zijn belang is getroffen, zodat het beroep niet‑ontvankelijk moet worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Voor een proceskostenveroordeling ziet het Gerecht geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht <emphasis role="underline">verklaart</emphasis> het beroep <emphasis role="underline">niet-ontvankelijk</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus vastgesteld door mr. D. Haan en uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2019 in aanwezigheid van mr. O.H.M. Leito, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de War BES.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>