<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEABES:2019:15</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-01T16:22:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEABES" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">War BES BON201800636</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2019:15">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2019:15</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-01T16:22:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEABES:2019:15 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 17-04-2019 / War BES BON201800636</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEABES:2019:15:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tewerkstellingsvergunning. Functie-eisen</para>
      <para />
      <para>Formele relatie : War BES BON201800637</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEABES:2019:15:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">zittingsplaats Bonaire</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Uitspraak</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">EXTREME CLEANING &amp; CONSTRUCTION SERVICES B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd op Bonaire,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: R.L. Antonia, manager bij eiseres,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW),</bridgehead>
    <parablock>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: M. Tielman, werkzaam bij het betrokken ministerie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 30 mei 2018 heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een tewerkstellingsvergunning (twv) voor haar werknemer (de vreemdeling) afgewezen (de afwijzing).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 22 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het tegen de afwijzing door eiseres ingediende bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht heeft de zaak, gevoegd met de zaak met nummer War BES BON201800637, ter openbare zitting behandeld op 20 maart 2019. Eiseres werd daar vertegenwoordigd door haar gemachtigde, vergezeld door (echtgenoot van de vreemdeling). Voor verweerder is daar zijn gemachtigde verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na de zitting heeft het Gerecht de zaken gesplitst om daarin uitspraak te doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	Op grond van artikel 2, eerste lid van de Wet arbeid vreemdelingen BES (de Wav BES) is het een werkgever verboden een vreemdeling arbeid te laten verrichten zonder twv.</para>
      <para>	Op grond van artikel 9, aanhef en onder b, kan een twv worden geweigerd indien er in de arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandigheden beletselen zijn gelegen voor de vervulling van de arbeidsplaats door arbeidskrachten die op de lokale arbeidsmarkt beschikbaar zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Op grond van artikel 10, aanhef en onder b, Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES wordt onverminderd artikel 8 van de Wav BES een twv geweigerd indien niet is aangetoond dat de vreemdeling beschikt over de opleiding dan wel de werkervaring die is vereist voor het verrichten van de arbeid.</para>
      <para />
      <para>2. De vreemdeling is geboren op 16 september 1993 en heeft de Venezolaanse nationaliteit. Eiseres heeft een twv ten behoeve van de vreemdeling gevraagd voor de functie als assistent manager.</para>
      <para>	Aan de bij het bestreden besluit gehandhaafde afwijzing heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de vreemdeling niet aan de door eiseres vereiste werkervaring en kennis voldoet.</para>
      <para />
      <para>3. Met verweerder is het Gerecht van oordeel dat eiseres niet heeft aangetoond dat de vreemdeling aan de functie-eisen voldoet. Volgens de door eiseres gestelde functie-eisen acht zij het noodzakelijk dat de kandidaat naast de op MBO-niveau te verrichten administratieve en financiële werkzaamheden tevens minstens 2 jaar werkervaring en rijbewijs B heeft. Voorts dient de kandidaat over de volgende computervaardigheden te beschikken, te weten: quickbooks, payroll BES en MS Office.</para>
      <parablock>
        <para>	Uit de door eiseres bij het bezwaarschrift overgelegde producties en het ter zitting verhandelde is komen vast te staan dat de vreemdeling over een aan een MBO niveau 2 vergelijkbaar diploma tot directiesecretaresse en werkervaring beschikt. Niet is gebleken dat zij over een rijbewijs B en de nodige computervaardigheden beschikt. </para>
        <para>	Bij aanvragen om een twv voor functies waarvoor theoretische kennis dan wel praktijkervaring wordt vereist, moet worden aangetoond dat de vreemdeling aan de gestelde vereisten voldoet. De omstandigheid dat volgens eiseres de vreemdeling in korte tijd de nodige computervaardigheden kan beheersen kan aan het voorgaande niet afdoen. </para>
        <para>	Verweerder kan dan ook gevolgd worden in zijn standpunt dat, nu eiseres niet voldoet aan de gestelde functie-eisen, het niet reëel is die eisen te stellen aan kandidaten uit het register van de bemiddelingsorganisatie en dat er vooralsnog van mag worden uitgegaan dat indien in de vacature aanmelding staat dat de kandidaat over de competenties moet beschikken waarmee de kandidaat na verloop van tijd voldoet aan de noodzakelijke eisen, de functie-eisen op een reëel niveau zijn gebracht waardoor het mogelijk is om de functie door middel van de in het register van de bemiddelingsorganisatie opgenomen lokale kandidaten te vervullen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. Nu het voorgaande leidt tot de conclusie dat in de arbeidsvoorwaarden beletselen zijn gelegen voor vervulling van de arbeidsplaats door arbeidskrachten die op de lokale arbeidsmarkt beschikbaar zijn, heeft verweerder de twv terecht geweigerd. Het beroep is ongegrond.</para>
      <para />
      <para>5. Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht <emphasis role="underline">verklaart</emphasis> het beroep <emphasis role="underline">ongegrond</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus vastgesteld door mr. D. Haan, rechter in het Gerecht, en uitgesproken in het openbaar op 17 april 2019 in aanwezigheid van mr. O.H.M. Leito, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de War BES.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>