<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEABES:2017:36</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-27T10:49:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEABES" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">EJ 54 van 2017</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2017:36">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2017:36</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-08-22T14:25:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEABES:2017:36 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 03-07-2017 / EJ 54 van 2017</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEABES:2017:36:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeidszaak. Doorbetaling loon. Administratieve fout komt voor rekening werkgever</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEABES:2017:36:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA</emphasis>
  </para>
  <para>
    <emphasis role="bold">zittingsplaats Bonaire</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Registratienummer	: EJ 54 van 2017</para>
    <para>Datum uitspraak	: 3 juli 2017</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>BESCHIKKING (artikelen 7A:1615e jo. 7A:1615f jo. 7A:1615fa BW BES )</title>
    <bridgehead role="bold">in de zaak van</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verzoeker],</title>
    <parablock>
      <para>wonend te Bonaire,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de besloten vennootschap Plaza Resort Bonaire B.V.,</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd en kantoorhoudend te Bonaire,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>hierna: Plaza, </para>
      <para>procederend bij na te noemen gemachtigden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De procedure</title>
    <para />
    <para>1. Het Gerecht heeft kennis genomen van het verzoekschrift van [verzoeker], met producties, </para>
    <para>ingekomen ter griffie op 8 mei 2017. </para>
    <para />
    <para>2. De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgehad op 28 juni 2017. Bij deze </para>
    <para>gelegenheid zijn [verzoeker] en zijn gemachtigde verschenen en namens Plaza [HR manager], HR manager, en [Food &amp; Beverage Director], Food &amp; Beverage Director. </para>
    <para />
    <para>3. De beschikking is bepaald op heden.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De vaststaande feiten</title>
    <para />
    <para>4. De volgende feiten staan tussen partijen vast:</para>
    <para>- [ [verzoeker] is op 11 september 2015 in dienst getreden van Plaza in de functie van </para>
    <para>Keukenmedewerker voor een brutoloon van $ 890,- per maand op basis van een werkweek van 40 uur. Deze arbeidsovereenkomst was aangegaan voor de periode 11 september 2015 tot en met 10 maart 2016;</para>
    <para>- Bij brief van 6 mei 2016 is de arbeidsovereenkomst verlengd voor de duur van zes maanden. </para>
    <para>Als einddatum van de arbeidsovereenkomst is in de brief de datum 9 september 2016 opgenomen. [verzoeker] heeft deze brief voor akkoord ondertekend;</para>
    <para>- Bij brief van 16 november 2016, welke door [verzoeker] op 8 februari 2017 is ondertekend, is de </para>
    <para>arbeidsovereenkomst met [verzoeker] verlengd voor de periode van zes maanden. Als einddatum van de arbeidsovereenkomst is in de brief 8 maart 2017 opgenomen;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>[verzoeker] heeft na 8 maart 2017 de overeengekomen werkzaamheden voortgezet; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 10 maart 2017 heeft Plaza aan [verzoeker] medegedeeld dat zijn dienstbetrekking per die datum </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>van rechtswege is geëindigd, en is [verzoeker] van het werk weggestuurd;</para>
    <para>- Bij brief van 15 april 2017 heeft [verzoeker] zich, via zijn gemachtigde, beschikbaar gesteld voor </para>
    <para>werk. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek </title>
    <para />
    <para>5. De vordering van [verzoeker], als geïnterpreteerd in het licht van zijn stellingen, is dat hij </para>
    <para>primair doorbetaling van loon vordert, met veroordeling van Plaza in de kosten van dit geding. </para>
    <para>6. [ [verzoeker] stelt dat nu hij na 8 maart 2017 heeft doorgewerkt zijn arbeidsovereenkomst </para>
    <para>stilzwijgend is verlengd met een periode van zes maanden conform artikel 7A:1615f BW BES. Deze stilzwijgende verlenging van de overeenkomst betreft echter de vierde overeenkomst voor bepaalde tijd waardoor deze laatste overeenkomst van rechtswege is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op grond van artikel 7A:1615fa BW BES. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verweer </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. Het verweer van Plaza komt-kort gezegd- op het volgende neer. Plaza heeft bij de verlengingen </para>
      <para>van de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] een administratieve fout gemaakt door de verlenging een dag voor het aflopen van de vorige arbeidsovereenkomst in te laten gaan. Bij de eerste verlenging ging het al mis. De laatste arbeidsovereenkomst van [verzoeker] had moeten eindigen op 10 maart 2017 en niet op 8 maart 2017 zoals in de overeenkomst is opgenomen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <para>8. Het Gerecht oordeelt als volgt. [verzoeker] is op 11 september 2015 voor de duur van een jaar in </para>
    <para>dienst getreden van Plaza. Plaza heeft de overeenkomst met [verzoeker] twee keer voor bepaalde tijd verlengd. De laatste verlenging was aangegaan per 9 september 2016 en zou eindigen op 8 maart 2017.  Plaza heeft bij de verlengingen van de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] naar eigen zeggen een (administratieve) fout gemaakt. Partijen zijn het erover eens dat [verzoeker] tot en met 10 maart 2017 heeft doorgewerkt. Ter zitting heeft Plaza erkend dat de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] hierdoor op 10 maart 2017 niet rechtsgeldig is geëindigd, en dat zij zich erop bezint de arbeidsverhouding op enige manier te doen beëindigen. Dat laatste is in deze procedure echter niet aan de orde. </para>
    <para>9. Doordat [verzoeker] na 8 maart 2017 heeft doorgewerkt is zijn arbeidsovereenkomst op grond </para>
    <para>van artikel 7A:1615f BW BES stilzwijgend verlengd. Deze verlenging betreft de vierde arbeidsovereenkomst tussen [verzoeker] en Plaza, waardoor op grond van artikel 7A:1615fa BW BES deze laatste arbeidsovereenkomst dient te worden beschouwd als te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd. Deze is niet rechtsgeldig geëindigd, zodat [verzoeker] nog in dienst is van Plaza. Plaza dient hem zijn loon, inclusief emolumenten, vanaf 9 maart 2017 tot de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig eindigt door te betalen. De primaire vordering van [verzoeker] zal derhalve worden toegewezen. Nu de primaire vordering zal worden toegewezen hoeft het Gerecht op het subsidiaire verzoek van [verzoeker] niet meer te beslissen. </para>
    <para />
    <para>10. [ [verzoeker] heeft aanspraak gemaakt op de vertragingsrente, gebaseerd op artikel 7A:1614q BW </para>
    <para>BES. Deze is toewijsbaar, echter tegen een in verband met de omstandigheden van het geval gematigd percentage van 10.</para>
    <para>11. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Plaza in de kosten van dit geding worden </para>
    <para>veroordeeld. De kosten aan de zijde van [verzoeker] worden tot op heden begroot op:</para>
    <para>- griffierecht							$        28,-</para>
    <para>- salaris gemachtigde  (1 punt ad $ 279,-)		     		$<emphasis role="underline">      279,-   </emphasis></para>
    <para>Totaal							$      307,-</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
      <para>Veroordeelt Plaza tot doorbetaling van het loon, inclusief emolumenten, van [verzoeker] vanaf 9 maart 2017 tot de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindgd, verhoogd met vertragingsrente van 10% op grond van artikel 7A:1614q BW BES vanaf de reguliere maandelijkse betaaldag tot de dag der algehele voldoening.</para>
      <para>Veroordeelt Plaza in de kosten van dit geding tot op heden aan de zijde van [verzoeker] begroot op    $ 307,-.</para>
      <para>Verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para>Wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. G.P.M. van den Dungen, rechter in voormeld Gerecht en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>