<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2026:7</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-19T11:52:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202304178</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2026:7">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2026:7</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-19T11:51:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2026:7 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 07-01-2026 / AUA202304178</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2026:7:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis na bewijsopdracht, bewijs niet geleverd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2026:7:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 7 januari 2026</para>
    <para>Behorend bij AUA202304178 AR</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Eiser]</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>eiser, hierna ook te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. R.L.F. Dijkhoff, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>gedaagde, hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Croes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE VERDERE PROCEDURE </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Op 4 december 2024 wees het Gerecht een tussenvonnis in deze zaak. In dit vonnis is [eiser] opgedragen te bewijzen dat hij op 25 februari 2023 een bedrag van Afl. 1.400,- aan [gedaagde] heeft betaald voor de eerste maand huur en de borg van het appartement. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Op 12 maart 2025 is op verzoek van [eiser] één getuige gehoord. De contra-enquête heeft plaatsgevonden op 14 juli 2025. Ook op die dag is één getuige gehoord. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Beide partijen hebben op de rolzitting van 15 oktober 2025 een conclusie na enquête genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Daarna is bepaald dat vonnis zal worden gewezen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het gaat in deze procedure alleen nog om de vraag of [eiser] heeft bewezen dat hij – zoals hij heeft gesteld – op 25 februari 2023 een bedrag van Afl. 1.400,- aan [gedaagde] heeft betaald. Dit bedrag zou zijn voor de eerste maand huur en de borg van het appartement. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het Gerecht is van oordeel dat [eiser] er niet in is geslaagd te bewijzen dat hij [gedaagde] geld heeft betaald. Het Gerecht legt dit oordeel hierna uit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>In het verzoekschrift heeft [eiser] geschreven dat hij op 25 februari 2023 de borg van Afl. 700,- en de eerste maand huur van Afl. 700,- aan [gedaagde] heeft betaald. Volgens het verzoekschrift gebeurde dat in het bijzijn van de heer [betrokkene 1], die [eiser] hielp bij de verhuizing naar het appartement. [Gedaagde] heeft betwist dat zij ooit geld van [eiser] heeft ontvangen. Vervolgens heeft [eiser] een verklaring overgelegd van de heer [betrokkene 2]. Hij schrijft dat hij op 25 februari 2023 bij [eiser] was toen [eiser] aan het verhuizen was. Op dat moment heeft hij gezien dat [eiser] een bedrag van Afl. 1.400,- aan [gedaagde] betaalde en hij hoorde dat dat was voor de eerste maand huur en de borg. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Naar aanleiding van de bewijsopdracht heeft [eiser] de heer [betrokkene 3] als getuige laten horen. [Betrokkene 3] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat [eiser] aan [gedaagde] Afl. 1.400,- gaf, toen [betrokkene 3] [eiser] hielp met verhuizen. Er was, zo heeft [betrokkene 3] verklaard, niemand anders bij behalve [eiser], [gedaagde] en hijzelf. Er waren ook geen anderen bij de verhuizing aanwezig. Desgevraagd heeft [betrokkene 3] verklaard dat hij [betrokkene 1] en [betrokkene 2] niet kent. Ook heeft [betrokkene 3] verklaard dat hij de hele inboedel samen met [eiser] heeft verhuisd, en dat het niet mogelijk is dat [eiser] op een ander moment met andere mensen heeft verhuisd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Het Gerecht stelt vast dat [eiser] (in het verzoekschrift) eerst stelt dat [betrokkene 1] hem heeft geholpen met verhuizen. Volgens de schriftelijke verklaring (overgelegd bij conclusie van repliek) was bij die verhuizing ook [betrokkene 2] aanwezig en heeft [betrokkene 2] toen gezien dat [eiser] Afl. 1.400,- aan [gedaagde] gaf. De getuige [betrokkene 3] heeft ook verklaard dat hij zag dat [eiser] geld aan [gedaagde] overhandigde. Volgens [betrokkene 3] was daar echter niemand anders bij. Sterker nog: [betrokkene 3] kent [betrokkene 1] en [betrokkene 2] volgens eigen zeggen niet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>De schriftelijke verklaring van [betrokkene 2] en getuigenverklaring van [betrokkene 3] kunnen niet allebei waar zijn. Het kan immers niet zo zijn dat zowel [betrokkene 2] als [betrokkene 3] heeft gezien dat [eiser] aan [gedaagde] geld gaf. Volgens [betrokkene 2] was immers alleen [betrokkene 2] aanwezig, terwijl [betrokkene 3] heeft verklaard dat niemand anders erbij was. Die verklaringen spreken elkaar dus tegen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Gelet op de tegenstrijdige verklaringen die op verzoek van [eiser] zijn ingebracht, is [eiser] er niet in geslaagd te bewijzen dat hij geld aan [gedaagde] heeft overhandigd. Dit betekent dat de vordering van [eiser] wordt afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Omdat [eiser] ongelijk krijgt, moet hij de proceskosten van [gedaagde] betalen. Die worden (uitgaande van het bedrag van de totale vordering) begroot op Afl. 5.000,- aan salaris van de gemachtigde (4 punten x tarief 5).   </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [gedaagde] worden begroot op Afl. 5.000,- aan salaris van de gemachtigde en verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Brandt, rechter in dit Gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 7 januari 2026 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>