<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2026:15</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-26T11:04:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">576 van 2025</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2026:15">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2026:15</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-26T11:00:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2026:15 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 16-01-2026 / 576 van 2025</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2026:15:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor het medeplegen van voorbereiding van het medeplegen van doodslag, het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie en het bezit van verdovende middelen, tot een gevangenisstraf van acht jaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2026:15:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Parketnummer: P-2025/01688</para>
    <para>Zaaknummer: 576 van 2025</para>
    <para>Uitspraakdatum: 16 januari 2026 (op tegenspraak)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Verdachte]</emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende in [woonplaats], op het adres [adres],</para>
      <para>thans gedetineerd in het [detentieplaats],</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 december 2025. Het onderzoek is gesloten op 16 januari 2026.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting waren aanwezig de officier van justitie mr. L. Bronkhorst, de verdachte en zijn raadsvrouw mr. D.G. Croes, advocaat in Aruba. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>dat hij op of omstreeks 6 september 2025 te Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het medeplegen van moord en/of doodslag tegen personen als omschreven in artikel 2:262 en/of artikel 2:259 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk een of meer voorwerpen, te weten een of meer vuurwapens en zwarte kleding en een zwarte bivakmuts, voorhanden heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. </para>
    <para>dat hij in of omstreeks de periode van 30 augustus 2025 tot en met 6 september 2025 te Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een zilveren revolver van het merk ROHM GMBH SONTHE IM/BRZ, model .38 S, serienummer [serienummer 1] en kaliber.38 special met zes (6) patronen, in elk geval een vuurwapen en/of munitie als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>dat hij op of omstreeks 6 september 2025 in Aruba opzettelijk hennep, in ieder geval enige gebruikelijk bereiding waaraan hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt, in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. </para>
    <para>dat hij op of omstreeks 6 september 2025 in Aruba opzettelijk een hoeveelheid cocaïne en XTC-pillen en/of MDMA, zijnde een stof als bedoeld in artikel 1 van de Regeling aanwijzing verdovende middelen IV, in bezit en/of aanwezig heeft gehad.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para>Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de laste gelegde feiten, met uitzondering van het onderdeel ‘cocaïne’ in feit 4, waar (partieel) vrijspraak voor is gevorderd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 1 en 2 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van feit 1 is aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor moord dan wel doodslag. Ten aanzien van feit 2 is vrijspraak bepleit op de grond dat de verdachte heeft verklaard dat het vuurwapen van de medeverdachte [medeverdachte 1] was en dat hij het alleen even voor hem bij zich hield. Ten aanzien van de feiten 3 en 4 zijn geen bewijsverweren gevoerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>dat hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 6 september 2025 te Aruba tezamen en in vereniging met een ander <emphasis role="strike-through">of anderen, althans alleen,</emphasis> ter voorbereiding van het te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het medeplegen van <emphasis role="strike-through">moord en/of</emphasis> doodslag tegen personen, als omschreven in <emphasis role="strike-through">artikel 2:262 en/of</emphasis> artikel 2:259 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> voorwerpen, te weten <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> vuurwapens en zwarte kleding en een zwarte bivakmuts, voorhanden heeft gehad;</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. </para>
      <para>dat hij <emphasis role="strike-through">in of omstreeks de periode van 30 augustus 2025 tot en met </emphasis><emphasis role="italic">op </emphasis>6 september 2025 te Aruba <emphasis role="strike-through">tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,</emphasis> een zilveren revolver van het merk ROHM GMBH SONTHE IM/BRZ, model .38 S, serienummer [serienummer 1] en kaliber.38 special met zes (6) patronen, in elk geval een vuurwapen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> munitie als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.</para>
        <para>dat hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 6 september 2025 in Aruba opzettelijk hennep<emphasis role="strike-through">, in ieder geval enige gebruikelijk bereiding waaraan hars die uit hennep wordt getrokken ten grondslag ligt,</emphasis> in bezit heeft gehad en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> aanwezig heeft gehad;</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. </para>
      <para>dat hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 6 september 2025 in Aruba opzettelijk een hoeveelheid <emphasis role="strike-through">cocaïne en XTC-pillen en/of</emphasis> MDMA, zijnde een stof als bedoeld in artikel 1 van de Regeling aanwijzing verdovende middelen IV, in bezit en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> aanwezig heeft gehad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (<emphasis role="italic">cursief</emphasis>). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_29bd6138-5cd4-4087-8070-cf221baaa9bc" />
        </para>
        <para>Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feiten 1 en 2:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. De verklaring van de verdachte, op 8 december 2025 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het vuurwapen dat ik op 6 september 2025 bij mij had was van [medeverdachte 1]. Hij had het mij een paar uur voor de aanhouding gegeven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>[Medeverdachte 1] had een wapen en hij gaf mij er één.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kleding die in de auto is aangetroffen hebben [medeverdachte 1] en ik diezelfde dag gekocht. Het klopt dat ik een bivakmuts in mijn broekzak had. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. Proces-verbaal inzet arrestatieteam, d.d. 7 september 2025, <emphasis role="underline">bijlage 2.1.1</emphasis> van het dossier, voor zover inhoudende als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar – zakelijk weergegeven-:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 6 september 2025 omstreeks 13:36 uur begaven leden van het Arrestatieteam zich naar het perceel [adres]. Ter plaatse zagen zij dat twee mannen bezig waren benzine in een witte Hyundai Getz, voorzien van kenteken [autokenteken 1], te gieten. De verdachte [medeverdachte 1] bevond zich op dat moment als mede-inzittende in een zilverkleurige Honda Fit, voorzien van kenteken [autokenteken 2]. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op datzelfde moment begon één van de mannen, die zich bij de Hyundai Getz bevond, in oostelijke richting weg te rennen. Betrokkene werd opgepakt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omstreeks 13.38 uur werd verdachte [medeverdachte 1] aangehouden. Hij droeg een zwart herentasje, dat geopend in zijn handbereik lag. In het herentasje werd een zwart vuistvuurwapen, merk Glock, met een verlengde houder aangetroffen. Bij nader onderzoek in de Honda Fit werd in de middenconsole een tweede zwart herentasje aangetroffen, waarin de bruine kolf van een revolver duidelijk zichtbaar en voorhanden was. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Hyundai Getz werd gecontroleerd. Op de voetmat onder het stuur werd een zilverkleurig vuistvuurwapen aangetroffen. De mannen werden aangehouden. Personalia verdachten: [medeverdachte 2] en [verdachte].</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tijdens het overbrengen van de verdachte [medeverdachte 1] naar de politiewacht te [locatie], uitte de verdachte het volgende in het Papiaments (vertaald naar Nederlands): <emphasis role="italic">‘Ik weet dat zij ons hebben verraden. [Betrokkene] uit [woonplaats]. Zij zijn geschrokken en daarom zijn zij naar de politie gegaan.’ </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Proces-verbaal van inbeslagname vuurwapens en mobiele telefoons, d.d. 6 september 2025, <emphasis role="underline">bijlage 4.4</emphasis> van het dossier, voor zover inhoudende als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar – zakelijk weergegeven-:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 6 september 2025 werden [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 2] aangehouden. Bij de aanhouding van de verdachte [medeverdachte 1] had hij een zwarte schoudertas met inhoud bij zich. Bij een ingesteld onderzoek werden aangetroffen een zwart pistool van het merk Glock met twee zwarte lange patroonhouders met tweeëndertig (32) patronen, een zilverkleurig pistool van het merk Taurus met een patroonhouder met twee (2) patronen, en een zwarte bivakmuts. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij een ingesteld onderzoek aan de kleding van [medeverdachte 1] werd een grijskleurige mobiele telefoon van het merk Samsung, model Galaxy S24 Plus aangetroffen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. Aanvullend proces-verbaal van het proces-verbaal van inbeslagname vuurwapens en mobiele telefoons, d.d. 6 september 2025, <emphasis role="underline">bijlage 4.5</emphasis> van het dossier, voor zover inhoudende als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar – zakelijk weergegeven-:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij een ingesteld onderzoek aan de kleding van de verdachte [verdachte] werd een zwarte bivakmuts in zijn broekzak aangetroffen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>5. Proces-verbaal van onderzoek auto’s, d.d. 8 september 2025, <emphasis role="underline">bijlage 4.6</emphasis> van het dossier, voor zover inhoudende als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar – zakelijk weergegeven-:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de aanhouding van [medeverdachte 1], [verdachte] en [medeverdachte 2] stonden zij naast twee auto’s. Er werd onderzoek ingesteld in de Honda Fit [autokenteken 2]. Het betrof een voertuig met de stuurinrichting aangebracht aan de rechterzijde. Tussen de bestuurderszitbank en de handrem werd een zwarte schoudertas aangetroffen. In de tas werd het volgende aangetroffen:</para>
        <para>- een zilverkleurige revolver van het merk RG met zes (6) patronen;</para>
        <para>- een donkerbruin vuurwapen holster.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tevens werden op de achterbank in de auto de volgende kleren in een boodschappentas aangetroffen:</para>
        <para>- drie (3) paar splinternieuwe zwarte sokken van het merk Power Club;</para>
        <para>- twee (2) splinternieuwe zwarte truien met witte strepen, maat L en XL van het merk ICON;</para>
        <para>- twee (2) splinternieuwe zwarte joggingbroeken met witte strepen, maat L en XL van het merk ICON.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de Hyundai Getz [autokenteken 1] werd op de vloer aan de bestuurderszijde een pistool aangetroffen, te weten een zilverkleurig pistool van het merk Taurus met zestien (16) patronen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. Proces-verbaal onderzoek vuurwapen en patronen, van het Korps Politie Aruba, Bureau Forensisch Technische Onderzoeken, d.d. 9 september 2025, <emphasis role="underline">bijlage 7.1</emphasis> van het dossier, voor zover inhoudende als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar – zakelijk weergegeven-: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 6 september 2025 waren er in twee voertuigen meerdere vuurwapens aangetroffen. De vuurwapens en munitie werden door mij in beslaggenomen en onderzocht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vuurwapen nummer 1:</emphasis>
        </para>
        <para>Het vuurwapen bleek een pistool te zijn, merk Glock, serienummer [serienummer 2] en kaliber 9x19mm. Het pistool was doorgeladen. In de kamer lag een patroon. De patroonhouder heeft een capaciteit voor 17 patronen. In de patroonhouder werden 15 patronen aangetroffen. De bewegende delen bleken naar behoren te functioneren. Bij onderzoek aan de aangetroffen patroonhouder bleek deze vaan het merk Glock te zijn. In de patroonhouder werden 16 patronen aangetroffen. </para>
        <para>De tweeëndertig patronen bleken scherpe pistoolpatronen te zijn van het kaliber 9x19mm. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vuurwapen nummer 2:</emphasis>
        </para>
        <para>Het vuurwapen bleek een pistool te zijn, merk Taurus, serienummer [serienummer 3] en kaliber .380 auto. Het pistool was doorgeladen. In de kamer lag een patroon. In de patroonhouder werd een patroon aangetroffen. De bewegende delen bleken naar behoren te functioneren. </para>
        <para>De twee patronen bleken scherpe pistoolpatronen te zijn van het kaliber .380 auto. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vuurwapen nummer 3:</emphasis>
        </para>
        <para>Het vuurwapen bleek een revolver te zijn, merk ROHM GMBH SONTHE IM/BRZ, model .38 S, kaliber.38 special, serienummer [serienummer 1]. De revolver zag er goed onderhouden uit. De revolver was geladen, de haan was in de achterste stand. In de trommel werden zes patronen aangetroffen. De bewegende delen bleken naar behoren te functioneren. Bij onderzoek bleken de zes scherpe patronen van het kaliber .38 Special te zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vuurwapen nummer 4:</emphasis>
        </para>
        <para>Het vuurwapen bleek een pistool te zijn, merk Taurus. Het pistool was doorgeladen. In de kamer lag een patroon. In de patroonhouder werden 15 patronen aangetroffen. De bewegende delen bleken naar behoren te functioneren. De zestien patronen bleken scherpe pistoolpatronen te zijn van het kaliber .380 auto. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Naar aanleiding van het onderzoek kan ik concluderen dat:</para>
        <para>- de vier vuurwapens echte vuurwapens zijn,</para>
        <para>- de vier vuurwapens als deugdelijk moeten worden beschouwd;</para>
        <para>- de vier vuurwapens vallen onder de bepalingen van de Vuurwapenverordening,</para>
        <para>- de patronen vallen ook onder de bepalingen van de Vuurwapenverordening. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>7. Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], d.d. 6 september 2025, <emphasis role="underline">bijlage 2.1.3</emphasis> van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] – zakelijk weergegeven-:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik had bij mijn aanhouding een Glock 26 en een .380 kaliber in mijn schoudertas en die ik aan [verdachte] had overgedragen is een .38 special revolver. Ik had ook een extra patroonhouder met zeventien patronen erin in mijn schoudertas. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik heb gehoord dat enkele vrienden van mij, mij willen vermoorden. Ik had me voorbereid op de dag dat ik hen zou tegenkomen. Als ik hen tegen zou komen, was ik bereid om te reageren. Dat is de reden waarom ik de vuurwapens bij me had. Ze willen mij vermoorden omdat zij [verdachte] willen vermoorden en zij weten dat ik dat niet zal laten gebeuren. Ik ben iemand die, als ik iets van plan ben te doen, het gewoon doe. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>8. Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], d.d. 8 september 2025, <emphasis role="underline">bijlage 2.1.5</emphasis> van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] – zakelijk weergegeven-:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vraag: Tijdens het onderzoek in de grijskleurige Honda Fit werden twee zwarte truien, twee zwarte joggingbroeken en zwarte sokken in een witte tas aangetroffen. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kledingstukken waren om mij voor te bereiden. Indien de mannen problemen met ons zouden komen zoeken. Dan was ik klaar om hierop te reageren. De bivakmuts behoort aan mij. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ik was alleen aan het voorbereiden voor de dag dat hij voor mij zou komen. Ik geef een voorbeeld. Als zij op de woning van [verdachte] zouden komen schieten, zouden [verdachte] en ik hierop reageren. Dan zouden wij de kledingstukken die ik gekocht heb gebruiken.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>9. Proces-verbaal van bevinding van video-opnames uit mobiele telefoon van [medeverdachte 1], d.d. 14 september 2025, <emphasis role="underline">bijlage 4.10</emphasis> van het dossier, voor zover inhoudende als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar – zakelijk weergegeven-:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de aanhouding van [medeverdachte 1] werd een mobiele telefoon van het merk Samsung Galaxy S24 Plus, welke hij in zijn bezit had, in beslag genomen. Ik heb onderzoek gedaan naar de data van de telefoon. In de fotogalerij zijn een aantal video-opnames aangetroffen, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Video-opname: 20250818_082155</emphasis>
        </para>
        <para>In de video-opname zijn twee voeten te zien, is een mannenstem te horen en aan het eind verschijnt een getatoeëerde hand. De opname is in een auto opgenomen. Er is te horen in het Papiamento: - <emphasis role="italic">opmerking Gerecht: ter terechtzitting door de tolk vertaald – kort en zakelijk weergegeven - als volgt:</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘Ik zal een machine op hun openstellen en dat is geen spel. (…) Kan me niet schelen als ik een straf moet uitzitten, de straf zit ik uit. (…) Geen gangster gaan uithangen in de straat, want ik ben klaar, kom maar. Dit is [medeverdachte 1] die spreekt. Wanneer ik praat, dan gebeurt het. Het is een ding dat ik in gedachten heb, dat ik weet, als jullie fout gaan, dan maak ik jullie af. (…) Ik zal een machine op jullie los laten gaan. Speel maar en dan zul je zelf zien. (…) De vlam zal je pakken. Je zoekt [medeverdachte 1], kijk maar als hij achter je staat. Zoals bij carnaval waar ik drie mensen heb gestoken,  zo laat ik de machine op jullie los (…)’. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Opmerking verbalisant: de stem en de getatoeëerde hand in de video-opname komen overeen met de stem en de linker getatoeëerde hand van de verdachte [medeverdachte 1]. De video-opname werd op 18 augustus 2025 om 8.24 uur AM gecreëerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Video-opname: VID-20250904-WA0012</emphasis>
        </para>
        <para>In de video-opname zijn twee patroonhouders van 9mm te zien. Bedoelde patroonhouders worden door de bedoelde getatoeëerde hand vastgehouden. De hand komt overeen met de linker getatoeëerde hand van de verdachte [medeverdachte 1]. De video-opname werd op 4 september 2025 gecreëerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feiten 3 en 4 (verdovende middelen):</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de verdachte het onder 3 en 4 bewezenverklaarde heeft bekend en er ter terechtzitting geen vrijspraak ten aanzien van deze feiten is bepleit, volstaat het Gerecht voor die feiten met een opsomming van de bewijsmiddelen:</para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>De bekennende verklaring van de verdachte, op 8 december 2025 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Proces-verbaal bevinding verdovende middelen overdragen, d.d. 2 oktober 2025, nummer 2510020930.AMB.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Proces-verbaal ambtshandeling wegen en testen, d.d. 8 september 2025, nummer 2509081230.OIG.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Een geschrift, zijnde een deskundigenrapport opgemaakt door [toxicoloog] (toxicoloog), d.d. 16 september 2025.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewijsoverwegingen</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft bepleit dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen die zien op moord dan wel doodslag. De feiten en omstandigheden zijn onvoldoende om te kunnen spreken van voorbereiding en de verdachte moet daarvan dan ook worden vrijgesproken. </para>
        <para>Het Gerecht overweegt hierover als volgt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Juridisch kader</emphasis>
        </para>
        <para>Volgens vaste jurisprudentie ten aanzien van strafbare voorbereiding als bedoeld in artikel 1:120 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, moet beoordeeld worden of de voorbereidingsmiddelen, afzonderlijk dan wel gezamenlijk, naar hun uiterlijke verschijningsvorm kennelijk zijn bestemd tot het begaan van het misdrijf. In deze beoordeling moet worden betrokken het gebruik dat van de middelen wordt gemaakt als ook het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik van die voorwerpen voor ogen had. Hierbij moet worden vastgesteld dat de verdachte het voorwerp overeenkomstig de kennelijke bestemming wilde gebruiken. Het opzet van de dader dient gericht te zijn niet alleen op de voorbereidingshandeling, maar eveneens op het grondmisdrijf waartoe de voorbereidingshandeling heeft gestrekt.  Voorwaardelijk opzet op de criminele bestemming van het voorbereidingsmiddel is voldoende (Kamerstukken II 1990/91, 22268, nr. 3; Hoge Raad 7 juli 2009, NJ 2009/401). Bij de voorbereiding van moord zal sprake moeten zijn van een voorgenomen daad en gelegenheid tot nadenken over en zich rekenschap geven van de betekening en gevolgen van die daad. Een en ander kan volgen uit de planmatige aard van de voorbereiding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feiten en omstandigheden</emphasis>
        </para>
        <para>Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen stelt het Gerecht vast dat de verdachte samen met zijn medeverdachte [medeverdachte 1] op de bewuste dag, 6 september 2025, zwarte kleding heeft gekocht en dat zij beiden op die dag een bivakmuts bij zich droegen. Ook hadden zij meerdere functionerende vuurwapens bij zich. De vuurwapens waren (door)geladen en er was op dat moment opvallend veel munitie (56 patronen) bij hen aanwezig. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft in de weken ervoor een aantal video’s opgenomen, waar wapens en munitie op te zien zijn, en ook een video waarin in niet mis te verstane bewoordingen te horen is dat [medeverdachte 1] de tegenpartij af zal maken en de machine (het Gerecht begrijpt een vuurwapen) op hen los zal laten, en dat hij niet bang is voor de (strafrechtelijke) gevolgen hiervan. Deze video was van 18 augustus 2025, 19 dagen voor de aanhouding van verdachte. En er is ook nog een video van 4 september 2025, twee dagen voor zijn aanhouding. Ook in zijn verhoor heeft medeverdachte [medeverdachte 1] verklaard dat ze voorbereid waren. Als voorbeeld noemt hij dat als zij (de tegenstanders) op de woning van de verdachte zouden komen schieten, de verdachte en hijzelf hierop zouden reageren, dan zouden zij de kledingstukken die waren gekocht gebruiken. Na de aanhouding is door een verbalisant gehoord dat medeverdachte [medeverdachte 1] bij de politiewacht heeft gezegd dat ze zijn verraden door [betrokkene] uit [woonplaats]. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beoordeling Gerecht</emphasis>
        </para>
        <para>Het Gerecht stelt vast dat uit het procesdossier niet met zekerheid valt te zeggen wat concreet de bedoeling was van de verdachten. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft in verschillende bewoordingen verklaard dat hij zou ‘reageren’ op geweld. Deze verklaring lijkt plausibel, maar vooral vanwege de aangetroffen kleding en de bivakmutsen is ook niet uit te sluiten dat de verdachten zelf het initiatief tot een aanval zouden nemen. Dat maakt dat er in feite drie mogelijke scenario’s zijn:</para>
        <para>- Scenario 1: als de verdachte en/of de medeverdachte zouden worden aangevallen zouden ze meteen op dat moment in de tegenaanval gaan en terug schieten;</para>
        <para>- Scenario 2: als de verdachte en/of de medeverdachte zouden worden aangevallen zouden ze zich snel daarna kunnen omkleden in onopvallende zwarte kleding en bivakmuts, meteen daarop in de aanval kunnen gaan en vervolgens ongezien wegkomen;</para>
        <para>- Scenario 3: de verdachte en/of de medeverdachte zouden niet afwachten maar zelf de confrontatie aangaan, waarbij de onopvallende zwarte kleding en bivakmuts zouden worden gebruikt om er nadien ongezien mee weg te komen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht stelt vast dat in elk van deze scenario’s de intentie bij de verdachten aanwezig is om samen de wapens en/of kleding te gaan gebruiken met het (voorwaardelijk) opzet om de tegenpartij te doden. Hoewel de verdachte zelf heeft ontkent dat er iets als voornoemd gaande was, acht het Gerecht dit, mede gezien de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1] en de overige bewijsmiddelen, waaronder de video’s op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1], onaannemelijk. Gezien de gebezigde bewijsmiddelen is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten, zowel waar het gaat om de voorbereidingshandelingen als om het beoogde grondmisdrijf; zij waren beiden in bezit van vuurwapens en hadden samen kleren gekocht. Van de kant van de verdediging is aangevoerd dat de bivakmuts niet kan bijdragen aan het bewijs, omdat verdachte deze bij zich had voor zijn werk. Gelet op de overige onderzoeksbevindingen, gaat het Gerecht uit van een ander scenario. Het Gerecht wijst in dit verband in het bijzonder op de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1] die heeft verklaard dat de bivakmuts die hij in bezit had, wel degelijk was bedoeld voor een confrontatie met zijn vijanden. Dat de verdachte de bivakmuts enkel voorhanden had omdat hij deze voor zijn werk nodig had, acht het Gerecht gelet op het voorgaande niet aannemelijk. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van het medeplegen van strafbare voorbereiding van het medeplegen van doodslag. De verweren worden verworpen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht acht niet bewezen dat sprake was van voorbereiding op het medeplegen van moord, omdat niet vaststaat dat de verdachten zich voorbereidden op het met voorbedachten rade doden van de tegenpartij. De verdachte wordt van dat onderdeel van het ten laste gelegde vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>Ten aanzien van het verweer van de verdediging dat de verdachte het wapen met munitie niet voorhanden had omdat het wapen van [medeverdachte 1] was, en dat hij daarom vrijgesproken dient te worden, overweegt het Gerecht als volgt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht stelt vast dat de verdachte heeft verklaard dat het vuurwapen, dat bij hem werd aangetroffen, van medeverdachte [medeverdachte 1] was en dat hij het slechts enkele uren daarvoor van hem had gekregen (in een tas) om het voor hem te bewaren. De verdachte had daarmee wetenschap van het vuurwapen en had daarover ook de beschikkingsmacht. Hiermee is reeds voldaan aan de juridische kwalificatie voor het voorhanden hebben van het vuurwapen. Het Gerecht acht voorts aannemelijk – mede in het licht van de overige bewijsmiddelen en het kennelijke doel van verdachten om de wapens te gebruiken - dat de verdachte minst genomen voorwaardelijk opzet had op het voorhanden hebben van de patronen die zich in het vuurwapen, waar hij over beschikte, bevonden. De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. Het verweer wordt verworpen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 1:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Medeplegen van voorbereiding van medeplegen van doodslag,</emphasis>
      </para>
      <para>strafbaar gesteld in artikel 2:259 juncto artikel 1:120 van het Wetboek van Strafrecht, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 2:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, </emphasis>
      </para>
      <para>strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van deze Verordening, </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">meermalen gepleegd,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 3:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Opzettelijk handelen in strijd met artikel 4, eerste lid, onder C van de Landsverordening verdovende middelen,</emphasis>
      </para>
      <para>strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van deze Verordening, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 4:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, onder C van de Landsverordening verdovende middelen,</emphasis>
      </para>
      <para>strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van deze Verordening, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Oplegging van straf</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren, met aftrek van voorarrest. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft in het kader van de strafmaat verzocht aan te sluiten bij straffen die in soortgelijke zaken wordt opgelegd en daarmee tot een aanzienlijk lagere straf te komen dan door de officier van justitie is geëist. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van het Gerecht </emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Ook wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft zich samen met de medeverdachte fors bewapend. Kennelijk was er sprake van een (dreigend) conflict en zagen zij aanleiding vuurwapens aan te schaffen, alsmede grote hoeveelheden munitie en kleding die hun zichtbaarheid en/of opsporing bemoeilijkt. Het is zeer ernstig en zorgwekkend dat verdachte en zijn medeverdachte menen conflicten op deze manier te kunnen oplossen. Kennelijk deinzen zij niet terug voor het aangaan van een vuurgevecht met hun rivalen. Dit roept grote risico’s in het leven. Niet alleen voor de betrokken personen, maar ook voor onschuldige burgers. Vanuit het oogpunt van preventie en normhandhaving dient dit dan ook krachtig te worden bestreden. Alleen al hierom kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daar komt nog bij dat de verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan het bezit van verdovende middelen. Het is algemeen bekend dat deze verslavend werken, voor de gezondheid van gebruikers daarvan schadelijk zijn en leiden tot allerhande andere criminaliteit. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht heeft kennis genomen van een uittreksel justitiële documentatie betreffende de verdachte van 5 november 2025, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor drugsfeiten. De verdachte heeft het bewezenverklaarde bovendien gepleegd in de proeftijd van de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van die eerdere veroordeling. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie gaan bij vuurwapenbezit in de auto uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden. Strafverzwarend in deze zaak is dat het gaat om bezit onder bedenkelijke omstandigheden. Er bestaan geen oriëntatiepunten voor voorbereiding doodslag. Het oriëntatiepunt voor (voltooide) doodslag is 10-12 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf, voor poging doodslag met een vuurwapen waarbij geen of beperkt letsel is toegebracht geldt een oriëntatiepunt van 5-6 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Voor de aangetroffen verdovende middelen geldt een oriëntatiepunt van rond een jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een onvoorwaardelijk gevangenisstraf van acht jaren passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Het beslag </title>
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zijnde een zilverkleurige revolver van het merk RG  met zes (6) patronen, en een donkerbruine vuurwapenholster, gevorderd dat deze zullen worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van de inbeslaggenomen zwarte bivakmuts, de geldbedragen en kleding is gevorderd dat deze worden verbeurd verklaard. Ten aanzien van de inbeslaggenomen mobiele telefoon is door de officier van justitie geen standpunt ingenomen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van het Gerecht</emphasis>
        </para>
        <para>Het Gerecht beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven een zilverkleurige revolver van het merk RG  met zes (6) patronen, en een donkerbruine vuurwapenholster. Het ongecontroleerde bezit hiervan is in strijd met de wet en het algemeen belang.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht verklaart verbeurd de navolgende, onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven, voorwerpen. Deze voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, immers behoren zij toe aan de verdachte en zijn het voorwerpen met behulp waarvan het bewezen verklaarde is begaan of voorbereid:</para>
        <para>- een zwarte bivakmuts;</para>
        <para>- drie (3) paar splinternieuwe zwarte sokken van het merk Power Club;</para>
        <para>- twee (2) splinternieuwe zwarte truien met witte strepen, maat L en XL van het merk ICON;</para>
        <para>- twee (2) splinternieuwe zwarte joggingbroeken met witte strepen, maat L en XL van het merk ICON.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht gelast de teruggave aan de rechthebbende van de volgende inbeslaggenomen voorwerpen, nu zich hiertegen geen strafvorderlijk belang verzet:</para>
        <para>- 1 bankbiljet van Afl. 100,-</para>
        <para>- 1 bankbiljet van Afl. 50,-</para>
        <para>- 5 bankbiljetten van Afl. 25,-</para>
        <para>- 1 bankbiljet van Afl. 10,-</para>
        <para>- 3 munten van Afl. 1,-</para>
        <para>- een roze/zilverkleurige mobiele telefoon van het merk Apple, model iPhone (onbekend modelnummer), in een doorzichtige hoes.</para>
        <para>Ten aanzien van de geldbedragen overweegt het Gerecht het volgende. De officier van justitie heeft betoogd dat het gaat om uit misdrijf afkomstig geld, zodat het verbeurd dient te worden verklaard. Naar het oordeel van het Gerecht kan echter niet worden vastgesteld dat het hier gaat om geld dat van misdrijf afkomstig is en al helemaal niet dat het geld is verdiend met verkoop van de aangetroffen verdovende middelen.  Voor verbeurdverklaring bestaat daarom geen rechtsgrond.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:67, 1:68, 1:74, 1:75, , 1:118, 1:120, 1:123 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, de artikelen 3 en 11 van de Vuurwapenverordening en de artikelen 3, 4 en 11 van de Landsverordening verdovende middelen, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">DE BESLISSING</emphasis>
      </para>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 impliciet primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 impliciet subsidiaire, 2, 3 en 4 tenlastegelegde, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de verdachte tot een<emphasis role="bold"> gevangenisstraf </emphasis>voor de <emphasis role="bold">8 (acht) jaren</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven zilverkleurige revolver van het merk RG  met zes (6) patronen, en een donkerbruine vuurwapenholster;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen genoemd op de beslaglijst als:</para>
      <para>- een zwarte bivakmuts;</para>
      <para>- drie (3) paar splinternieuwe zwarte sokken van het merk Power Club;</para>
      <para>- twee (2) splinternieuwe zwarte truien met witte strepen, maat L en XL van het merk ICON;</para>
      <para>- twee (2) splinternieuwe zwarte joggingbroeken met witte strepen, maat L en XL van het merk ICON.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gelast de teruggave aan de rechthebbende van de volgende in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen:</para>
      <para>- 1 bankbiljet van Afl. 100,-</para>
      <para>- 1 bankbiljet van Afl. 50,-</para>
      <para>- 5 bankbiljetten van Afl. 25,-</para>
      <para>- 1 bankbiljet van Afl. 10,-</para>
      <para>- 3 munten van Afl. 1,-</para>
      <para>- roze/zilverkleurige mobiele telefoon van het merk Apple, model iPhone (onbekend modelnummer), in een doorzichtige hoes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Gerrits, rechter, bijgestaan door mr. J. van der Vegte (zittingsgriffier), en op 16 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit Gerecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">INHOUDSINDICATIE:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_29bd6138-5cd4-4087-8070-cf221baaa9bc" label="1">
    <para>Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba, d.d. 5 november 2025, geregistreerd onder administratienummer A-107/25 en de onderzoeknaam “Step”. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>