<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2025:389</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-16T08:49:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202404110</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2025:389">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2025:389</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-16T08:47:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2025:389 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 27-05-2025 / AUA202404110</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2025:389:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arbeid, arbeidsovereenkomst, ontslag, schade, comparitie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2025:389:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="94d3ec4b-e91d-406c-843f-3b060d1d1037" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Beschikking van 27 mei 2025</para>
    <para>Behorend bij E.J. nr. AUA202404110</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Verzoeker],</emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>hierna te noemen: [verzoeker],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. A.E.A. Hernandez,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">DOMESA N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>hierna te noemen: Domesa,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. J.J. Steward.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure tot 27 mei 2025 blijkt uit de tussenbeschikking van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het proces-verbaal van bewijslevering van 27 juni 2025;</para>
      <para>- het proces-verbaal van bewijslevering van 7 juli 2025;</para>
      <para>- het proces-verbaal van bewijslevering van 25 augustus 2025;</para>
      <para>- het proces-verbaal van bewijslevering van 24 oktober 2025;</para>
      <para>- de conclusie na bewijslevering van Domesa;</para>
      <para>- de antwoordconclusie na bewijslevering van [collega], met twee producties.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Domesa is niet in de gelegenheid gesteld om te reageren op de twee laatste door [collega] overgelegde productie, zijnde een verklaring van [betrokkene 1] en een verklaring van [betrokkene 2], omdat die producties reeds eerder waren overgelegd door Domesa zelf. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Beschikking is nader bepaald op heden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende verder vast tussen partijen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>In de door Domesa als productie overgelegde ongedateerde verklaring van [betrokkene 2], die door [verzoeker] in ziijn laatste processtuk andermaal is overgelegd, staat onder meer het volgende:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">(…). </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Hechonan:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para> <emphasis role="italic">(…).</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">Durantenan e suspenshon di e ekipo di ATM [betrokkene 3], a bira kla ku Noquera tabata hasi trabou diaramente òf di bes en kuando pa e ekipo di ATM ([betrokkene 3]) (…).</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">E bank a konfirmá den augustus ku [betrokkene 4] tabata hasi e trabou </emphasis><emphasis role="bold italic">sin</emphasis><emphasis role="italic"> un móvil (…) ku (…) e kódigu.</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">Den augustus, e bank a pidi nos pa benader Noquera, pasobra ta paré ku e tabatin konosementu di e kódigu (…).</emphasis></para>
        <para> <emphasis role="italic">(…).</emphasis></para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…).</emphasis>”.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het Gerecht volhardt bij zijn in de tussenbeschikking neergelegde overwegingen en beslissingen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Krachtens de tussenbeschikking diende Domesa te bewijzen dat dat alleen [verzoeker] en [collega] over bedoelde bij partijen genoegzaam bekende codes beschikten in de periode dat zij waren geschorst. Naar het oordeel van het Gerecht is Domesa in die bewijsopdracht niet geslaagd omdat de bij Domesa als vestigingshoofd werkzame [betrokkene 2] in haar hiervoor onder 2.2 omschreven deel van haar schriftelijke verklaring klip en klaar verklaart dat de eveneens bij Domesa werkzame [betrokkene 4] gedurende de periode dat [collega] en [verzoeker] geschorst waren beschikte over een code om ATM machines van klanten van Domesa te openen. In het licht van die verklaring oordeelt het Gerecht alle verklaringen van de door Domesa voorgebrachte getuigen, waaronder en met name begrepen die van [betrokkene 2] voornoemd, niet of onvoldoende betrouwbaar. Hetzelfde geldt voor de verklaring van de door [verzoeker] voorgebrachte getuige [betrokkene 4], die volgens het hiervoor weergegeven deel van de verklaring van [betrokkene 2] zonder telefoonverbinding over de codes beschikte. Het Gerecht gaat daarom voorbij aan die verklaringen. Aldus komt niet vast te staan dat Domesa schade heeft geleden als gevolg van de omstandigheid dat [verzoeker] (en [collega]) de codes weigerde(n) af te staan aan Domesa. Daar komt nog het volgende bij.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Het is naar het oordeel van het Gerecht volstrekt onaannemelijk dat als de omstandigheid zich voordoet dat Domesa de ATM-machines van haar klanten niet kan openen omwille van de situatie zoals door haar (onbewezen) gesteld, Domesa niet binnen een mum van tijd over nieuwe door haar klanten aan haar te verstrekken codes kan beschikken. Dit temeer omdat die klanten er zelf groot belang bij hebben dat voorkomen moet worden dat hun dienstverlening door middel van ATM’s als gevolg van de door Domesa gestelde (doch niet bewezen) omstandigheid niet kan plaatsvinden. Hier komt nog het volgende bij.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Volgens Domesa beschikten [collega] en [verzoeker] over persoonlijke unieke codes waarmee zij de ATM-machines van haar klanten konden openen. Zonder nadere maar niet gegeven uitleg valt niet in te zien waarom [collega] en [verzoeker] die persoonlijke unieke codes zouden moeten delen met Domesa. In dat licht is het onbegrijpelijk dat – hetgeen uit de eigen stellingen van Domesa volgt -  bijvoorbeeld haar eigen vestigingshoofd niet beschikt over een dergelijke code ter voorkoming van de door Domesa gestelde (maar niet bewezen) situatie. De omstandigheid dat Domesa dit niet zo heeft geregeld komt en blijft voor haar eigen rekening en risico.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Vorenstaande brengt met zich dat niet komt vast te staan dat [verzoeker] een dringende reden heeft gegeven aan Domesa voor ontslag. Gevolg daarvan is dat [verzoeker] op goede grond het aan hem op 6 augustus 2024 gegeven ontslag buitengerechtelijk heeft vernietigd op 23 september 2024. Gevolg daarvan is dat zijn arbeidsovereenkomst met Domesa onverkort voortduurt zolang daar niet rechtsgeldig een einde is gekomen. De in de tussenbeschikking onder a. tot en met d. omschreven vorderingen zullen daarom bij nog te wijzen eindbeschikking worden toegewezen als dan te melden. Hierbij wordt nog overwogen dat het Gerecht in de omstandigheid dat de gevorderde wettelijke rente over achterstallig loon alsdan zal worden toegewezen grond ziet om de wettelijke verhoging over achterstallig loon ambts- en billijkheidshalve te matigen tot telkens maximaal 15%. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Sinds het op 6 augustus 2024 (onterecht) aan [verzoeker] gegeven ontslag zijn reeds ruim 21 maanden verstreken. In die omstandigheid en de omstandigheid dat niet zonder meer aannemelijk is dat [verzoeker] ondertussen niet elders een (vervangend) inkomen heeft genoten ter dekking van allerlei door hem te betalen kosten, ziet het Gerecht aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten ter verkrijging van inlichtingen op dit punt (en niets anders dan dat). [Verzoeker] dient ter zitting gemotiveerd kenbaar te maken of hij al dan niet sinds het door Domesa aan hem gegeven ontslag elders dan bij Domesa loon uit arbeid heeft ontvangen, en – zo ja – hoeveel dat loon in totaal precies bedraagt. Zo nee, dient [verzoeker] ter zitting gemotiveerd kenbaar te maken hoe hij allerlei door hem te betalen kosten heeft kunnen betalen. Het Gerecht wijst in dit verband op artikel 18c Rv. Ingevolge die wettelijke bepaling is in dit geval [verzoeker] verplicht die ene danwel de andere vraag naar waarheid en volledigheid te beantwoorden. Als dat niet gebeurt, kan het Gerecht daaraan krachtens diezelfde wettelijke bepaling de hem juist voorkomende (voor [verzoeker] nadelige) gevolgen verbinden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Partijen - [verzoeker] in persoon en Domesa deugdelijk vertegenwoordigd - dienen ter comparitie te verschijnen, desgewenst samen met gemachtigde. Als een partij niet verschijnt kan het Gerecht daaraan het gevolg verbinden - ook in het nadeel van die partij - dat het passend acht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>Voor de comparitie wordt in beginsel dertig minuten uitgetrokken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9</nr>
      <para>De partij die zich gedurende de comparitie op schriftelijke (bewijs)stukken wil beroepen, dient die stukken tijdig - dat wil zeggen uiterlijk op de derde werkdag voor de dag van de zitting - in fotokopie aan zijn wederpartij en aan het Gerecht over te leggen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10</nr>
      <para>De partij die is verhinderd om op de hierna te bepalen datum en tijdstip ter zitting te verschijnen, dient binnen veertien dagen na het wijzen van deze beschikking per brief de rechter om uitstel te verzoeken. Bij het verzoek om uitstel moeten de verhinderdata worden opgegeven van alle partijen en hun gemachtigden gedurende de drie komende maanden. Indien niet binnen veertien dagen na het wijzen van deze beschikking om uitstel is verzocht, zal nog slechts uitstel worden verleend in geval van overmacht. In dat geval dient de partij die wegens overmacht is verhinderd te verschijnen, onmiddellijk na het intreden daarvan per brief de rechter gemotiveerd om uitstel te verzoeken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-gelast een verschijning van partijen voor het geven van inlichtingen en/of ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. A.H.M. van de Leur, rechter, op <emphasis role="bold underline">woensdag 1 juli 2026 om 10:00 uur</emphasis> in zaal A van het in Aruba te J.G. Emanstraat nr. 51 gelegen gerechtsgebouw; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-bepaalt dat [verzoeker] dan in persoon aanwezig moet zijn en dat Domesa dan vertegenwoordigd aanwezig moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen, desgewenst met gemachtigde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 27 mei 2026 in aanwezigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>