<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2025:386</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-27T10:54:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202501521 EJ</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2025:386">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2025:386</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-27T10:54:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2025:386 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 02-12-2025 / AUA202501521 EJ</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2025:386:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurcommissiezaak. Beroep ongegrond. De beschikking van de Huurcommissie wordt bevestigd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2025:386:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Beschikking van 2 december 2025</para>
    <para>Behorend bij AUA202501521 EJ</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Appellant]</emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [appellant],</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Geïntimeerde] </emphasis>,</para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [geïntimeerd],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. S.O.R.’G. Faarup.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het beroepschrift met producties, ingediend op 21 mei 2025;</para>
      <para>- de contramemorie, ingediend op 9 september 2025;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 7 oktober 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Partijen zijn in persoon ter zitting verschenen, samen met hun respectieve gemachtigden. Zij hebben over en weer het woord gevoerd, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaar stellingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Beschikking is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>HET BEROEP</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij beschikking van de Huurcommissie van 11 april 2025, met kenmerk HOP/2025/023 (hierna: de beschikking), heeft de Huurcommissie op verzoek van [geïntimeerd] kort gezegd op grond van huurbetalingsachterstand toestemming aan haar verleend om de huur van de in Aruba te [adres] gelegen aan [geïntimeerd] toebehorende woning (hierna: het gehuurde of de woning) op te zeggen aan de huurder daarvan, te weten [appellant]. Daarbij heeft de Huurcommissie tevens het bij partijen genoegzaam bekende bevel gegeven aan [appellant] tot ontruiming van het gehuurde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>Geïntimeerd] heeft bij schrijven van 23 april 2025 op grond van de beschikking de huur van de woning per 30 juni 2025 opgezegd aan [appellant].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3 [</nr>
      <para>Appellant] heeft op 21 mei 2025 beroep ingesteld tegen de beschikking bij de griffie van dit Gerecht. [Appellant] verzoekt het Gerecht (naar het Gerecht begrijpt) de beschikking te vernietigen met veroordeling van [geïntimeerd] in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4 [</nr>
      <para>Geïntimeerd] voert verweer en concludeert (zo het Gerecht begrijpt) tot ongegrondverklaring van het beroep van [appellant] en tot bevestiging van de beschikking, met veroordeling van [appellant] in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Voor zover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het Gerecht stelt voorop vast dat [appellant] binnen de daartoe gestelde wettelijke termijn beroep tegen de beschikking heeft ingesteld. [Appellant] is daarom ontvankelijk in zijn beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Vast staat dat [geïntimeerd] krachtens en in overeenstemming met de beschikking de huurovereenkomst met [appellant] heeft opgezegd en gebleken is dat [appellant] het gehuurde per 1 oktober 2025 heeft verlaten. Dat brengt mee dat [appellant] geen belang meer heeft bij zijn beroep dat strekt tot vernietiging van de beschikking. Gevolg daarvan is dat het beroep van [appellant] ongegrond zal worden verklaard, de beschikking zal worden bevestigd en dat alle overige stellingen van partijen onbesproken kunnen blijven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4 [</nr>
      <para>Appellant] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [geïntimeerd], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten van het liquidatietarief 5, ad Afl. 1.250,- per punt).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">4. DE BESLISSING</emphasis>
        </para>
        <para>Het Gerecht:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>-verklaart het beroep van [appellant] ongegrond en bevestigt de beschikking van de Huurcommissie van 11 april 2025, met kenmerk HOP/2025/023;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>-veroordeelt [appellant] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [geïntimeerd], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,- aan salaris voor de gemachtigde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is in het openbaar uitgesproken op dinsdag 2 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>