<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2025:373</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-05T10:02:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">P-2023/02795</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2025:373">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2025:373</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T17:26:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2025:373 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 06-11-2025 / P-2023/02795</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2025:373:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De 38-jarige verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitvoer van ruim 600 gram cocaïne. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van voorarrest.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2025:373:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Parketnummer: P-2023/02795	</para>
    <para>Zaaknummer: 53 van 2025</para>
    <para>Uitspraak van: 6 november 2025 bij tegenspraak</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS</para>
      <para>in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Verdachte]</emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboorteplaats] 1987 in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende in [woonplaats] te [adres 1] </para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 november 2025. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. A. Schotman, en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw mr. D.L. Carolina, advocaat in Aruba, occuperende voor mr. G.J. Scheper, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>dat hij op of omstreeks 11 oktober 2023 in Aruba, een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Landsverordening verdovende middelen, heeft uitgevoerd en/of heeft vervoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para>Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
        </para>
        <para>Op 12 oktober 2023 trof de douanerecherche tijdens een routinecontrole bij het bedrijf Post Aruba NV, verdovende middelen aan in het postpakket, inhoudende een koelbox, met registratienummer [registratienummer], van de afzender [verdachte]. In de koelbox trof de politie 5 rechthoekige pakketten inhoudende een substantie lijkende op cocaïne aan. De pakketten wogen samen 619,9 gram. De substantie bleek cocaïne te bevatten. </para>
        <para>De man [verdachte] werd als verdachte aangemerkt en aangehouden. Bij zijn aanhouding werden zijn Arubaanse rijbewijs en [nationaliteit] identiteitsbewijs aangetroffen en onderzocht. Op zijn rijbewijs luidt zijn achternaam [verdachte] en op zijn Colombiaanse identiteitsbewijs [verdachte] (zie bijlage 9, proces-verbaal van aanhouding verdachte). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, en heeft daartoe gewezen op de bevinding van de douanerecherche en het proces-verbaal van wegen en testen van de aangetroffen cocaïne. De vraag of de verdachte wist dat in het pakket cocaïne zat, antwoordt de officier van justitie bevestigend. Zij heeft betoogd, dat verdachte heeft verklaard dat hij deze doos als gunst voor een familielid heeft verzonden, en dat hij die persoon heeft gevraagd of er iets illegaals in de doos zat, en dat hij die persoon heeft vertrouwd toen hij zei dat er niets illegaals in de doos zat. Het betreft echter een vrij kleine doos, waaruit een sterke geur van verdovende middelen kwam en die veel zwaarder was dan verwacht. Verdachte heeft met die doos rondgelopen en moet dit hebben gemerkt. De verzendkosten waren bovendien vrij hoog en de koelbox is in Australië, waar het pakket heen moest, waarschijnlijk veel goedkoper. Uit deze omstandigheden volgt de betrokkenheid van verdachte op de uitvoer van cocaïne, aldus de officier van justitie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit en daartoe aangevoerd dat verdachte niet wist dat in de doos, die hij op verzoek van een vertrouwde familievriend naar het postkantoor bracht, cocaïne zat. Hij handelde volledig in goed vertrouwen, vroeg expliciet naar de inhoud en kreeg bevestiging dat het pakket niets illegaals bevatte. Het dossier bevat, aldus de raadsvrouw, geen concreet bewijs dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat er drugs in het pakket zaten; het gewicht, de verpakking, noch de geur van de koelbox vormden aanleiding tot argwaan. Verdachte vervoerde het pakket slechts enkele minuten, had geen feitelijke macht over de inhoud en had geen financieel belang. Daarnaast heeft de politie nagelaten onderzoek te doen naar de persoon die het pakket daadwerkelijk had verzonden, wat volgens vaste rechtspraak niet ten nadele van verdachte mag worden uitgelegd. Op basis hiervan ontbreekt zowel opzet (direct of voorwaardelijk) als schuld (culpa), zodat vrijspraak geboden is. Aldus nog steeds de raadsvrouw.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van het Gerecht</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.4.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bewijsoverweging ten aanzien van een bewijsverweer </emphasis>
          </para>
          <para>De verdachte wordt verweten dat hij op 11 oktober 2023 een hoeveelheid cocaïne heeft uitgevoerd. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, op het uitvoeren van cocaïne, omdat de verdachte geen wetenschap had van de inhoud van het pakket.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het Gerecht overweegt als volgt.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In deze staat vast dat op 11 oktober 2023 in een postpakket, bestemd voor een persoon in Australië, cocaïne is aangetroffen. Vast staat ook dat verdachte het pakket bij Post Aruba voor verzending heeft ingeleverd en dat zijn naam als afzender van het pakket staat vermeld. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Onder het uitvoeren van drugs, wordt mede verstaan het aanbieden daarvan ter verzending naar het buitenland. Voor een veroordeling ter zake van uitvoer van verdovende middelen is opzet vereist, al dan niet in voorwaardelijke zin. Uit de bewijsmiddelen volgt niet dat de verdachte wetenschap had van de inhoud van het pakket. Van vol opzet is naar het oordeel van het Gerecht dan ook geen sprake. Van voorwaardelijk opzet is sprake indien de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zich een verboden gevolg – in dit geval de uitvoer van cocaïne – zou voordoen. Dat laatste is hier wel het geval.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit de bewijsmiddelen, met name de camerabeelden binnen het postkantoor, volgt dat de verdachte op 11 oktober 2023 rond 9:26 uur, met de doos inhoudende de koelbox in zijn handen het postkantoor binnenkwam, en hiermee naar de kassabalie liep. Daar heeft hij ruim twee minuten gewacht op een werknemer van het postkantoor die een witte doos voor hem kwam brengen, waarin bedoelde doos met koelbox werd gedaan. Verdachte heeft het “Despatch Note &amp; Adress Label” (het verzendformulier) ingevuld met gegevens van de afzender en de ontvanger, en als afzender zijn eigen naam opgegeven. </para>
          <para>Uit het proces-verbaal van bevindingen van de douanerecherche volgt dat de doos ruim 2.6 kilogram woog en dat de door de verdachte betaalde verzendkosten Afl. 105,23 bedroegen. Verder volgt uit dat bewijsmiddel, dat de verbalisant een sterke geur rook toen zij de doos van de koelbox vasthield, en dat de doos zwaarder was dan zij verwachtte. </para>
          <para>Dit alles maakt dat verdachte rekening had moeten houden met de kans dat het pakket illegale goederen (bijvoorbeeld drugs), bevatte. Dat hij daarmee ook rekening had gehouden volgt uit zijn eigen verklaring, dat hij degene voor wie hij de gunst had gedaan, uitdrukkelijk had gevraagd of er iets illegaals in de doos zat. Door de doos met inhoud, kennelijk zonder deze nader te controleren, naar het postkantoor te brengen en het daar ter verzending aan te bieden, heeft hij willens en wetens het risico aanvaard dat hij daarmee iets illegaals, in dit geval cocaïne, zou uitvoeren. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het Gerecht is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat sprake is van voorwaardelijk opzet op de uitvoer van cocaïne. Het aan de verdachte tenlastegelegde kan dan ook wettig en overtuigend worden bewezen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
          </para>
          <para>Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>dat hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 11 oktober 2023 in Aruba, een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een stof als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de landsverordening verdovende middelen, heeft uitgevoerd <emphasis role="strike-through">en/of heeft vervoerd en/of in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad</emphasis>.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_32203c21-10e5-44ac-9f4a-efc0225e5697" />
          </para>
          <para>Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hiernavolgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>* <emphasis role="bold">De verklaring van de verdachte, op 6 november 2025 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende:</emphasis></para>
          <para>Willy Bourges is een neef van mijn vader en ik ken hem vanaf toen ik klein was. Willy had mij gevraagd om het pakket, inhoudende een koeler bestemd voor zijn jarige zoon, die in Australië woont, voor hem te posten, omdat zijn paspoort was vervallen. Ik heb hem gevraagd of er iets illegaals in de doos zat en hij “nee”. Ik vertrouwde hem. Hij gaf mij het geld om de kosten te betalen. Willy gaf mij een papiertje waarop alle gegevens van de ontvanger stonden en dat heb ik aan de dame bij de balie gegeven om het formulier in te kunnen vullen. Ik heb mijn identiteitsbewijs getoond. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">* Een proces-verbaal van bevinding van de Inspectie Invoerrechten en Accijnzen, sectie Douane Recherche en Informatie van 12 oktober 2023 (bijlage 3), voor zover inhoudende, als relaas van de douanerechercheur, [douanerechercheur], -zakelijk weergegeven:</emphasis>
          </para>
          <para>Op donderdag 12 oktober 2023, gedurende een routinecontrole in het hoofdgebouw van het overheidsbedrijf Post Aruba N.V., met behulp van mijn speurhond Jack, gaf Jack een positieve melding op een postpakket met registratienummer [registratienummer]. </para>
          <para>Het postpakket met registratie [registratienummer] was voorzien van de volgende gegevens.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verzender:					Geadresseerde:</para>
          <para>[Verdachte]			[betrokkene]</para>
          <para>(…)					[adres 2]</para>
          <para>(…)					[postcode]</para>
          <para>Aruba					Australia</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ik opende het betreffende postpakket en trof een kartonnen doos aan met de opdruk Coca Cola Classic Thermoelectric Cooler. In de doos zat een Cooler en bij het uithalen van die Cooler constateerde ik een sterke geur en een zwaar gewicht.</para>
          <para>Met een fretboortje heb ik een gaatje gemaakt aan de zijkant van de Cooler. Bij het uithalen van het fretboortje zag ik dat een wit poederachtige substantie aan de punt van het fretboortje kleefde. Ik heb het postpakket in beslag genomen en hierna overgedragen aan het KPA, Unit Narcotica, voor verder onderzoek. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Als bijlage bij dit proces-verbaal, het “Despatch Note &amp; Address Label” van Post Aruba NV van 11 oktober 2023, met daarop de gegevens van de “Sender” en “Addressee”, het gewicht, de inhoud en de verzendkosten met de hand geschreven. </emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">* Een proces-verbaal van wegen en testen d.d. 14 oktober 2023 met foto’s (bijlage 4), voor zover inhoudende, als relaas van de verbalisant:</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="underline">Inleiding</emphasis>
          </para>
          <para>Op 12 oktober 2023 ontving de unit een postpakket van de douanerecherche. Op 13 oktober 2023 werd een onderzoek ingesteld aan de inhoud van de verdovende middelen die uit een kleine koelbox werden gehaald. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De inbeslaggenomen verdovende middelen betroffen:</para>
          <para>Eén kleine koelbox inhoudende één (1) vierkante plak en vier (4) grote rechthoekige plakken van een geperste substantie gelijkende aan cocaïne.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Waarmerken</emphasis>
          </para>
          <para>Voornoemde verdovende middelen werden respectievelijk met de cijfers C1 t/m C5 gewaarmerkt. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Wegen</emphasis>
          </para>
          <para>De gewichten van voornoemde gewaarmerkte verdovende middelen bedroegen:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Witte substantie gelijkende aan cocaïne</para>
        </parablock>
        <informaltable>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="colA" />
            <colspec colname="colB" />
            <tbody>
              <row>
                <entry>
                  <para>Waarmerk</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>Gewicht (gram)</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>C1</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>103.4</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>C2</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>102.7</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>C3</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>153.7</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>C4</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>105.7</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>C5</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>154.4</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>Totaal gewicht</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>619,9 gram</para>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </informaltable>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Fieldtest cocaïne</emphasis>
          </para>
          <para>Hierna heb ik, verbalisant, vanuit de waarmerk CI, een kleine hoeveelheid in een buisje bestemd voor het testen van cocaïne gedaan en vervolgens de zogenaamde fieldtest genomen. Ik, verbalisant, zag dat de test positief uitviel, in die zin dat nadat de vloeistof in het buisje in aanraking kwam met de substantie, deze in een blauwe kleur veranderde, hetgeen de aanwezigheid van cocaïne en/of haar zouten aanduidt. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Monsterneming en verzoek landslaboratorium</emphasis>
          </para>
          <para>Vanuit de waarmerk C3, heb ik, verbalisant, een kleine hoeveelheid van de witte substantie in een potje gedaan. Voornoemde potje zal later naar de Gerechtelijke deskundige, de toxicoloog [Toxicoloog], worden verzonden met het verzoek om na te gaan of de inhoud van dit potje onder de bepalingen van de Landsverordening verdovende middelen valt.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">* Een geschrift, te weten een deskundigenrapport, op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend door [Toxicoloog], Toxicoloog, op 23 oktober 2023 (bijlage 5), voor zover inhoudende, als resultaat van een door de deskundige verricht narcotica-onderzoek:</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="underline">Vraagstelling</emphasis>
          </para>
          <para>Verzocht werd om een onderzoek in te stellen naar de aanwezigheid van middelen, in de zin van de Landsverordening Verdovende Middelen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Onderzoek</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en conclusie</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <informaltable>
          <tgroup cols="3">
            <colspec colname="colA" />
            <colspec colname="colB" />
            <colspec colname="colC" />
            <tbody>
              <row>
                <entry>
                  <para>Kenmerk</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>Omschrijving</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>Conclusie</para>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <para>C3</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>Monster witachtige brokjes</para>
                </entry>
                <entry>
                  <para>Bevat cocaine</para>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </informaltable>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">* Een proces-verbaal van bevinding videobeelden Post Aruba van 20 oktober 2023, voor zover inhoudende, als </emphasis>
            <emphasis role="bold underline">verklaring van de verbalisant</emphasis>
            <emphasis role="bold">, zakelijk weergegeven:</emphasis>
          </para>
          <para>Verbalisant ontving twee videobeelden van opnames genomen op 11 oktober 2023 bij Post Aruba. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Videobestand “Channel 10”:</para>
          <para>Omstreeks 09:26:32 uur loopt een man de hoofdingang van Post Aruba binnen. In zijn hand is een rood/witte doos te zien.</para>
          <para>Omstreeks 09:26:42 uur, loopt de man met de rood/witte doos in zijn hand richting de kassa. </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Verbalisant herkent de doos op de videobeelden als de doos waarin de koelbox inhoudende cocaïneplakken werden aangetroffen. </emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Videobestand “Channel 1”:</para>
          <para>Omstreeks 09:26:45 uur, loopt de man richting de kassa. In zijn hand is de rood/witte doos te zien. </para>
          <para>Omstreeks 09:26:50 uur, plaatst de man de rood/witte doos op de balie. </para>
          <para>Omstreeks 09:29:02 uur, brengt een werker van Post Aruba een witte doos naar de balie waar de man staat. </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Verbalisant merkt op dat de witte doos op het videobeeld lijkt op de witte doos waarin de doos inhoudende de koelbox werd aangetroffen. </emphasis>
          </para>
          <para>Omstreeks 09:40:44 uur draait de man zich om en loopt richting de uitgang. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Vermoeden:</emphasis>
          </para>
          <para>Op 12 oktober 2023 toen de doos inhoudende de koelbox aan het onderzoeksteam werd overgedragen, zat daarbij een formulier van Post Aruba. Op het formulier stond als verzender de naam [verdachte]. Van de Infodesk werd informatie opgevraagd en in het ontvangen persoonsdossier zat een foto van [verdachte]. Bij verbalisant rees het vermoeden dat de man op de ontvangen foto en de man op de videobeelden, die het postpakket bij Post Aruba ging leveren, dezelfde persoon betrof. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd/Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, sub b, onder A en C van de Landsverordening verdovende middelen, </para>
      <para>strafbaar gesteld bij artikel 11 van deze landsverordening, meermaals gepleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Oplegging van de straf</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden, waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van voorarrest. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft naast het bewijsverweer ook strafmaatverweer gevoerd, en daartoe aangevoerd dat gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zijn proceshouding en de relatief geringe hoeveelheid cocaïne waar het hier om gaat, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf of een taakstraf passend en geboden is. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van het Gerecht </emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>De 38-jarige verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitvoer van ruim 600 gram cocaïne. Verdachte heeft deze harddrugs in een postpakket ter verzending naar het buitenland aangeboden, waarna dit pakket door de douane is onderschept. Het gebruik van harddrugs is verslavend en gevaarlijk voor de volksgezondheid. De verspreiding van en handel in harddrugs gaat bovendien gepaard met vele andere vormen van zware en ondermijnende criminaliteit. Feiten als deze veroorzaken voor de samenleving uiteindelijk veel schade, onveiligheid en onrust. Door de uitvoer naar het buitenland wordt de internationale handel in harddrugs in stand gehouden. De verdachte heeft met zijn handelen hieraan bijgedragen. Het gerecht neemt de verdachte dit zeer kwalijk. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De persoon van de verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Het Gerecht houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Verdachte is getrouwd, is vader van een jonge tweeling en is kostwinner van het gezin. Verder is hij, zo blijkt uit een hem betreffende uittreksel justitiële documentatie van 15 oktober 2025, niet eerder veroordeeld voor enig misdrijf. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De op te leggen straf</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, is het gerecht van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht zal in dat verband aansluiting zoeken bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor de uitvoer van ca. 620 gram cocaïne door een first offender, als indicatie een gevangenisstraf voor de duur van achttien (18) maanden, waarvan negen (9) maanden voorwaardelijk gegeven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat in beginsel voornoemde straf passend en geboden is. </para>
        <para>Het Gerecht stelt echter vast dat er sprake is van een schending van het recht van de verdachte op berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Die redelijke termijn heeft een aanvang genomen op 6 november 2023, toen de verdachte werd aangehouden en in verzekering werd gesteld. De behandeling van zijn zaak in eerste aanleg is eerst op 6 november 2025 – en aldus (net) niet binnen twee jaar – met een eindvonnis afgerond. Daarvoor zijn geen bijzondere omstandigheden aan te wijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Gerecht is van oordeel dat de overschrijding van de redelijke termijn in dit geval tot strafvermindering moet leiden, in die zin dat de effectieve gevangenisstraf met drie maanden moet worden verlaagd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Dat betekent dat het Gerecht de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf, zoals door de officier van justitie gevorderd, van twaalf (12) maanden, waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Dit voorwaardelijke strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Het beslag </title>
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven mobiele telefoon (witte Samsung) gevorderd dat deze aan de verdachte zal worden teruggegeven. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van het gerecht</emphasis>
        </para>
        <para>Het Gerecht is van oordeel dat zich geen strafvorderlijk belang verzet tegen teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen witte mobiele telefoon van het merk Samsung, model onbekend en in een zwart hoesje. Daarom zal daarvan de teruggave aan de verdachte worden gelast.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20 en 1:21 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
      </para>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">verklaart</emphasis> wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">verklaart</emphasis> niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">kwalificeert</emphasis> het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">verklaart</emphasis> het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">veroordeelt</emphasis> de verdachte tot een<emphasis role="bold"> gevangenisstraf </emphasis>voor de <emphasis role="bold">twaalf [12] maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">bepaalt</emphasis> dat een gedeelte van deze straf, groot <emphasis role="bold">zes [6] maanden</emphasis>, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op <emphasis role="bold">drie [3] jaren,</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">beveelt</emphasis> dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">gelast</emphasis> de teruggave van de in beslag genomen witte mobiele telefoon van het merk Samsung, model onbekend, en het zwart hoesje, aan de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. N.K. Engelbrecht, bijgestaan door mr. S.M. Eman, (zittingsgriffier), en op 6 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_32203c21-10e5-44ac-9f4a-efc0225e5697" label="1">
    <para>Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Algemene Dienst Unit Narcotica, van 9 oktober 2024, geregistreerd onder Adm. Nr. UN-89/24 en de onderzoeknaam “Fint”. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>