<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2025:339</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-19T12:16:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">A.R. no’s AUA202203373, AUA2023I00011 en AUA2023I0012</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2025:339">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2025:339</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-19T12:16:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2025:339 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 05-11-2025 / A.R. no’s AUA202203373, AUA2023I00011 en AUA2023I0012</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2025:339:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>rand op het dak van een ziekenhuis. Gedaagden zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schade als gevolg van de brand. Omvang van de schade staat vooralsnog niet vast. Het Gerecht ziet aanleiding om de inhoud van het uitgebrachte schaderapport door een onafhankelijke expert op juistheid, volledigheid en inzichtelijkheid te laten onderzoeken en daarover rapport te laten uitbrengen. Partijen worden in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over een (rechts)persoon van de te noemen deskundige en de vragen die zij ter beantwoording aan de deskundige willen stellen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2025:339:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 5 november 2025</para>
    <para>Behorend bij A.R. no’s. AUA202203373, AUA2023I00011 en AUA2023I00012</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de hoofdzaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">FATUM GENERAL INSURANCE ARUBA N.V., </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">CG UNITED INSURANCE (ARUBA) N.V.,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">THE NEW INDIA ASSURANCE CO. LTD,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ENNIA CARIBE SCHADE (ARUBA) N.V.,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>allen te Aruba,</para>
      <para>eisers,</para>
      <para>hierna gezamenlijk ook te noemen: de Verzekeraars,</para>
      <para>gemachtigden: de advocaten mrs. M.R. Hammoud en D.W. Ormel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">OHL ARELLANO CONSTRUCTION COMPANY ARUBA BRANCH,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna ook te noemen: OHL,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">EAGLE ROOFING AND CONSTRUCTION N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna ook te noemen: Eagle,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beiden te Aruba,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>hierna gezamenlijk ook te noemen: OHL c.s.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en in het vrijwaringsincident van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">OHL,</emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE VERZEKERAARS, </emphasis>
      </para>
      <para>allen te Aruba,</para>
      <para>verweersters,</para>
      <para>gemachtigden: de advocaten mrs. M.R. Hammoud en D.W. Ormel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en in het vrijwaringsincident van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">EAGLE,</emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE VERZEKERAARS, </emphasis>
      </para>
      <para>allen te Aruba,</para>
      <para>verweersters,</para>
      <para>gemachtigden: de advocaten mrs. M.R. Hammoud en D.W. Ormel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en in de vrijwaringszaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">OHL,</emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">EAGLE,</emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>en in de vrijwaringszaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">EAGLE,</emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap <emphasis role="bold">ALGEMEEN BOUWBEDRIJF (ALBO) ARUBA N.V.,</emphasis></para>
      <para>te Aruba,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: ALBO,</para>
      <para>gemachtigden: de advocaten mrs. M.A. Kock en M. de Koning.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <bridgehead role="italic">in de hoofdzaak, het vrijwaringsincident van OHL, het vrijwaringsincident van Eagle, de vrijwaringzaak van OHL tegen Eagle en in de vrijwaringszaak van Eagle tegen ALBO</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure tot 30 augustus 2023 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>-de conclusie van antwoord van OHL, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van antwoord van Eagle, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van repliek van de Verzekeraars, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van dupliek van OHL;</para>
        <para>-de conclusie van dupliek van Eagle, met producties;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de vrijwaringszaak van OHL tegen Eagle (zaaknummer AUA2023I00011)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>-de conclusie van antwoord in vrijwaring, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van repliek in vrijwaring;</para>
        <para>-de conclusie van dupliek in vrijwaring;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de vrijwaringszaak van OHL tegen ALBO (zaaknummer AUA2023I00012)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>-de conclusie van antwoord in vrijwaring, met producties;</para>
        <para>-de conclusie van repliek in vrijwaring, </para>
        <para>-de conclusie van dupliek in vrijwaring.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Op verzoek van de Verzekeraars heeft pleidooi plaatsgevonden ter terechtzitting van 14 januari 2025. De Verzekeraars zijn ter zitting verschenen bij mr. Hammoud voornoemd, die werd vergezeld door [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkenen 4] (respectievelijk Legal Consul bij Fatum, Legal Consul bij Fatum, Manager Insurance bij Fatum en Claims Supervisor bij Fatum). OHL is verschenen bij haar gemachtigde, en Eagle is verschenen bij haar gemachtigden mr. Cafarzuza voornoemd en mr. D.G. Illes, die werden vergezeld door [directeur van Eagle] (Directeur van Eagle). Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd - allen mede aan de hand van voorgedragen en overgelegde pleitaantekeningen, die van OHL voorzien van toegelaten nadere producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de hoofdzaak, het vrijwaringsincident van OHL, het vrijwaringsincident van Eagle, de vrijwaringzaak van OHL tegen Eagle en in de vrijwaringszaak van Eagle tegen ALBO</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende (nader) bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende (nader) bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>OHL is een aannemingsbedrijf en heeft van de Stichting Onroerend Goed Aruba (hierna: SOGA) opdracht gekregen (en aanvaard) tot renovatie van de aan SOGA in eigendom toebehorende panden waarin het Horacio Oduber Hospital (hierna: het HOH) is gevestigd (hierna: de gebouwen). OHL heeft de opdracht met behulp van onderaannemers uitgevoerd. Eén van die onderaannemers is Eagle. Eagle is een bedrijf gespecialiseerd in dakdekkerswerkzaamheden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>In (onder)opdracht van OHL heeft Eagle dakdekkerswerkzaamheden verricht met betrekking tot de gebouwen, zo ook op 16 juni 2020. Op die datum heeft Eagle met gebruikmaking van een gasbrander dakdekkerswerkzaamheden verricht met betrekking tot het dak van één van de gebouwen (hierna: het gebouw). Nadat Eagle met die werkzaamheden was gestopt om 15:35 uur is om 15:50 uur brand geconstateerd op het dak van het gebouw daar waar Eagle die werkzaamheden had verricht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De brandweer arriveerde ter plaatse om 16:14 uur, maar kon niet meteen aanvangen met het blussen van de brand omdat een brandhydrant niet onder druk stond. Eerst nadat een andere (derde) brandweerauto om 16:38 uur ter plaatse was aangekomen met bluswater aan boord, kon een aanvang worden gemaakt met het blussen van de brand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Omdat als gevolg van de brand de mogelijkheid bestond dat asbest zou vrijkomen heeft het personeel van het HOH patiënten moeten evacueren. Om dat vlot te doen verlopen heeft dat personeel de zogeheten bij brand dicht te houden branddeuren open gemaakt en open laten staan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Nadat Eagle op 16 juni 2020 om 15:35 uur was gestopt met dakdekkerswerkzaamheden met gebruikmaking van een gasbrander is er door niemand brandwacht gelopen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Het HOH heeft schade geleden als gevolg van de brand, met name door met de brand gepaard gaande rook- en roetvorming die terecht is gekomen in het belendend gebouw.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET GESCHIL</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De Verzekeraars vorderen dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad OHL c.s. hoofdelijk veroordeelt:</para>
      <para />
      <para>a. om aan de Verzekeraars te betalen (door overmaking van dat bedrag aan Fatum ter onderlinge verdeling daarvan tussen de Verzekeraars) van Afl. 1.911.711,83, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 7 oktober 2021, althans 20 januari 2022, althans 29 september 2022 tot de dag der algehele voldoening;</para>
      <para />
      <para>b. om aan Fatum te betalen Afl. 68.455,94 aan expertisekosten en Afl. 5.092,50 aan “<emphasis role="italic">buitengerechtelijke kosten</emphasis>”, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 7 oktober 2021, althans 20 januari 2022, althans 29 september 2022 tot de dag der algehele voldoening;</para>
      <para />
      <para>c. in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf de 15de dag na de uitspraak van dit vonnis.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.2.1</nr>
        <para>OHL voert verweer en concludeert dat de Verzekeraars niet-ontvankelijk verklaard moeten worden in het door hen verzochte, althans tot afwijzing daarvan.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2</nr>
        <para>Eagle voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door de Verzekeraars verzochte en tot veroordeling van hen in de proceskosten.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Voorzover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat de Verzekeraars niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vorderingen. Het ontvankelijkheids-verweer van OHL wordt daarom verworpen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Ter zake van de vraag wat de oorzaak is geweest van de brand wordt vooropgesteld dat het van algemene bekendheid is dat met betrekking tot dakdekkerswerkzaamheden waarbij open vuur wordt gebruikt - zoals in het onderhavige geval op 16 juni 2020 - strenge veiligheidsmaatregelen gelden omdat het risico op onder meer brand groot is. In het licht daarvan moet naar het oordeel van het Gerecht (1) voorafgaande aan dergelijke werkzaamheden de werkomgeving door het dakdekkersbedrijf worden gecontroleerd op brandbare materialen, (2) tijdens en na die werkzaamheden brandwacht gelopen worden<footnote-ref linkend="_9ea050f2-1810-4c25-9ac3-a826219d5f53" /> en (3) tijdens en na die werkzaamheden goedgekeurde brandblussers binnen handbereik zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Vast staat dat Eagle als onderaannemer in opdracht van OHL met gebruikmaking van een gasbrander op 16 juni 2020 dakdekkerswerkzaamheden heeft verricht met betrekking tot het dak van het gebouw, en dat nadat Eagle met die werkzaamheden was gestopt om 15:35 uur om 15:50 uur brand is geconstateerd op dat dak. In dat verband hebben de Verzekeraars bij gelegenheid van pleidooi (in eerste termijn) in het licht van de stellingen van OHL c.s., dat niet valt uit te sluiten dat de brand is veroorzaakt door iets anders (elektrawerkzaamheden) dan de door Eagle met gebruikmaking van een gasbrander verrichte dakdekkerswerkzaamheden, nader gesteld dat van enige andere brandoorzaak niet is gebleken en dat evenmin is gebleken van enige elektrische voorzieningen in de buurt van het deel van het dak waar de brand heeft plaatsgevonden. Die stelling hebben OHL c.s. niet (nader) bestreden, waardoor die vast komt te staan. Op grond van die vaststaande stelling in verbinding met de omstandigheid dat, zoals hiervoor al gezegd, het risico op brand groot is in geval van dakdekkerswerkzaamheden waarbij - zoals in  het onderhavige geval - open vuur wordt gebruikt is het Gerecht van oordeel dat die op 16 juni 2020 door Eagle verrichte werkzaamheden de meest aannemelijke oorzaak van de brand is. Aldus is Eagle als veroorzaker van de brand aansprakelijk voor alle door het HOH geleden schade als gevolg daarvan, terwijl OHL op grond van artikel 6:171 BW mede aansprakelijk is voor die door haar onderaannemer veroorzaakte schade. Aldus zijn Eagle en OHL hoofdelijk aansprakelijk voor de door het HOH geleden schade als gevolg van de brand. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die dat anders maken. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.4.1</nr>
        <para>Vast staat dat het HOH schade heeft geleden als gevolg van de brand, met name door rook- en roetvorming die terecht is gekomen in het belendend gebouw waarin HOH zorg verleent aan patiënten (hierna: het belendend gebouw). Het beroep van Eagle en dat van OHL op eigen schuld van het HOH, op grond waarvan volgens hen een deel van de schade op de voet van artikel 6:101 BW billijkheidshalve moet worden toegerekend aan HOH, faalt. Het Gerecht motiveert dat als volgt. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.2</nr>
        <para>OHL stelt dat het HOH te laat de brandweer heeft gebeld. Het Gerecht gaat aan die stelling voorbij, omdat OHL hiermee miskent dat het op de weg had gelegen van de brand veroorzakende Eagle, die brandwacht had behoren te lopen of te houden en voor wiens schadeveroorzakende fouten OHL mede aansprakelijk is, om tijdig de brandweer te bellen. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.3</nr>
        <para>De stelling van Eagle, dat SOGA heeft nagelaten om op advies van de brandweer houten structuren van dak te verwijderen welk nalaten volgens Eagle heeft bijgedragen aan (het ontstaan van) de brand, kan - wat van die stelling ook zij - niet als eigen schuld aan HOH worden toegerekend. Het gebouw was en is immers niet van HOH, die aldus niets aan de dakconstructie van het gebouw kan en mag veranderen. Hier komt bij dat het op de weg van Eagle had gelegen om de constructie van het dak grondig te inspecteren op brandgevaarlijk materiaal alvorens met haar brandgevaarlijke dakdekkerswerkzaamheden aan te vangen. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.4</nr>
        <para>De stelling van Eagle, dat SOGA in 2014 op het dak geconstateerd asbest (asbest platen) niet heeft laten verwijderen en daarop nieuwe dakplaten heeft laten aanbrengen, met als gevolg dat de brandweer ten tijde van de brand de niet verwijderde asbestplaten moest doorbreken voor toegang tot de brand met als verder gevolg dat patiënten van HOH moesten worden geëvacueerd om niet te worden blootgesteld aan asbest, valt - wat van die stelling ook zij - evenmin toe te rekenen aan HOH omdat zij, anders dan SOGA, geen eigenaar is van het gebouw en aldus geen constructiewerkzaamheden mocht en mag verrichten met betrekking tot het gebouw, waaronder begrepen het verwijderen van asbest dakplaten.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.5</nr>
        <para>De omstandigheid dat personeel van het HOH gedurende de brand de in het ziekenhuis aanwezige branddeuren heeft opengezet (terwijl die in beginsel zijn bedoeld om dicht te blijven tijdens een brand) valt in het kader van bedoelde eigen schuld in redelijkheid niet toe te rekenen aan het HOH, omdat het HOH patiënten moest evacueren om niet bloot gesteld te worden aan asbest dat mogelijk vrij kwam als gevolg van de brand. Naar zijn aard moest die evacuatie zo snel als mogelijk plaatsvinden, welke actie door gesloten branddeuren zou zijn bemoeilijkt met betrekking tot met name patiënten die niet zelfstandig konden vluchten. Hier heeft te gelden dat het zo snel als mogelijk in veiligheid brengen van patiënten voor HOH zwaarder mocht wegen dat het gesloten houden van branddeuren ter beperking van in dit geval schade als gevolg van roet- en rookvorming als gevolg van de brand. Daar komt bij dat in het gebouw waaruit patiënten moesten worden geëvacueerd geen brand heeft gewoed, terwijl het hoofddoel van branddeuren is gelegen in het zoveel mogelijk isoleren van een brand tot één compartiment met name ten behoeve van de veiligheid van opgenomen patiënten. Daar komt verder bij dat het Sedgwick rapport op pagina 6 (productie 4 bij het verzoekschrift) onbetwist melding maakt van de omstandigheid dat rook (en daarmee naar het oordeel van het Gerecht ook roet) zich in het belendend gebouw heeft kunnen verspreiden via “<emphasis role="italic">the air ducts</emphasis>”. In het licht daarvan is gesteld noch gebleken dat het dichtlaten van de branddeuren de rook- en roetverspreiding in het belendend gebouw had kunnen voorkomen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.6</nr>
        <para>Ter zake van de door de Verzekeraars bestreden stelling van OHL en/of Eagle, dat het blussen van de brand later is aanvangen omdat HOH een brandhydrant buiten werking had gesteld en er gewacht moest worden op een brandweerwagen die voorzien was van eigen bluswater, wordt het volgende overwogen. Het Gerecht is van oordeel dat die door de Verzekeraars bestreden stelling geen steun vindt in het overgelegde door de brandweer met betrekking tot de brand gemaakte aan het bestuur van het HOH toegestuurde rapport van 24 juni 2020. In dat rapport staat immers vermeld dat de hydrant bij de hoofdingang van het HOH-terrein defect was, terwijl is gesteld noch gebleken dat die hydrant in eigendom toebehoort aan het HOH en evenmin is gesteld of gebleken dat het de verantwoordelijkheid is van het HOH dat die hydrant niet defect is. Dit betekent dat ook te dezen geen sprake is van bedoelde eigen schuld aan de zijde van het HOH, althans dat de stelling van OHL en/of Eagle dat dit wel het geval is feitelijke grondslag mist. Hierbij wordt nog overwogen dat gesteld noch is gebleken dat HOH geen of aanzienlijk minder schade als gevolg van rook- en roetontwikkeling door de brand zou hebben geleden als bedoelde hydrant niet defect was en wél onder waterdruk stond.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.7</nr>
        <para>De slotsom is dat Eagle en OHL voor de volle 100% hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade van het HOH als gevolg van de brand. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die een ander oordeel kunnen dragen. Naar het oordeel van het Gerecht mocht het HOH die schade claimen bij de Verzekeraars bij wie zij tegen schade als gevolg van brand was verzekerd, ook al is de schade veroorzaakt door een derde die zijn eigen verzekering tegen brand had ten tijde van de brand. Het verweer van Eagle en/of OHL op dit punt wordt verworpen.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Ter zake van de vaststelling van de omvang van die schade wordt het volgende overwogen. Hoewel het Gerecht geen grond of aanleiding ziet voor twijfel aan de betrouwbaarheid en deskundigheid van de schade-experts die het door Sedgwick uitgebrachte schaderapport van 31 januari 2022 hebben opgesteld, ziet het Gerecht in het licht van het gemotiveerde verweer van Eagle en OHL met betrekking tot dat rapport (waardoor de door de Verzekeraars gestelde omvang van de schade van het HOH als gevolg van de brand vooralsnog niet vast staat) aanleiding om de inhoud daarvan door een onafhankelijke expert op juistheid, volledigheid en inzichtelijkheid te laten onderzoeken, en daarover rapport uit te brengen. Dit temeer omdat de Verzekeraars zelf stellen onder randnummer 20. van hun pleitnota, dat de onderbouwende financiële informatie van het HOH op grond waarvan Sedgwick de bedrijfsschade van het HOH heeft begroot, geen deel uitmaakt van het rapport, maar zo nodig in het geding kan worden gebracht. Die informatie moet in elk geval aan de te benoemen deskundige worden overgelegd, zodat hij die in zijn controle/onderzoek kan betrekken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de (rechts)persoon van de te noemen deskundige (liefst drie namen of instanties in volgorde van voorkeur), alsmede de vragen die zij ter beantwoording aan de deskundige willen stellen. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de in het dictum vermelde rol. Er zal geen gelegenheid worden geboden aan partijen voor het nemen van antwoordaktes.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Nadat partijen bedoelde aktes  hebben gediend zal het Gerecht overgaan tot benoeming van een deskundige en bepalen welke van de door partijen geformuleerde vragen naast die van het Gerecht aan hem of haar gesteld zullen worden. De Verzekeraars dienen het nog door de deskundige kenbaar te maken (in beginsel dekkend) voorschot te betalen, nu zij de door hen gestelde en door OHL c.s. betwiste omvang van door het HOH geleden schade als gevolg van de brand moeten bewijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8</nr>
      <para>De vraag die het Gerecht in elk geval aan de te benoemen deskundige zal voorleggen luidt als volgt: “Voldoet het door Sedgwick uitgebrachte schaderapport van 31 januari 2022 aan de eisen van zorgvuldigheid en transparantie die nodig zijn om de omvang van de brandschade van het HOH deugdelijk vast te stellen, en is de door Sedgwick begrote omvang van die schade op voldoende inzichtelijke en begrijpelijke wijze onderbouwd?”. Zo nee, wat is volgens u nodig om te komen tot een begroting van de door het HOH geleden schade als gevolg van de brand die voldoet aan alle vereisten?</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de hoofdzaak, het vrijwaringsincident van OHL, het vrijwaringsincident van Eagle, de vrijwaringzaak van OHL tegen Eagle en in de vrijwaringszaak van Eagle tegen ALBO</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-stelt partijen in de gelegenheid om zich (ieder voor zich) uit te laten over hetgeen zij zich blijkens rechtsoverweging 4.6 kunnen uitlaten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verwijst de zaak daartoe naar de rol van <emphasis role="bold">woensdag 3 december 2025 (P-1);</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-bepaalt dat aan partijen geen gelegenheid wordt geboden voor het nemen van antwoordaktes;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de hoofdzaak, het vrijwaringsincident van OHL, het vrijwaringsincident van Eagle, de vrijwaringzaak van OHL tegen Eagle en in de vrijwaringszaak van Eagle tegen ALBO</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 5 november 2025 in aanwezigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9ea050f2-1810-4c25-9ac3-a826219d5f53" label="1">
    <para> Het Gerecht volgt daarin het op dit onderdeel niet betwiste standpunt van ACEFIRM zoals omschreven in het door haar uitgebrachte rapport (productie 3 bij het verzoekschrift, pagina 21) dat na dakdekkerswerkzaamheden zoals de onderhavige voor de duur van minimaal 30 minuten brandwacht moet worden gelopen.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>