<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2025:172</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-25T14:14:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202403538</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2025:172">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2025:172</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-25T14:13:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2025:172 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 23-04-2025 / AUA202403538</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2025:172:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel, achteraf gebleken meer schade.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2025:172:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Vonnis van 23 april 2025 </para>
  <para>Behorend bij AUA202403538 BB</para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>VONNIS </para>
    <para>in de zaak van:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">[Eiser], </emphasis>
    </para>
    <para>wonende in Aruba, te [adres 1], </para>
    <para>eiser,</para>
    <para>hierna ook te noemen: [eiser],</para>
    <para>procederende in persoon, </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">[Verweerder], </emphasis>
    </para>
    <para>wonende in Aruba, te [adres 2], </para>
    <para>verweerder,</para>
    <para>hierna ook te noemen: [verweerder],</para>
    <para>procederende in persoon. </para>
  </parablock>
  <para>1. <emphasis role="bold">DE VERDERE PROCEDURE</emphasis></para>
  <para>1.1 Het verloop van de procedure tot 29 januari 2025 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
  <para>- de comparitie van partijen, gehouden op 13 maart 2025.</para>
  <parablock>
    <para>1.2 [Eiser] is in persoon ter zitting verschenen. Hoewel behoorlijk opgeroepen is [verweerder] niet verschenen. De ter zitting verschenen [eiser] heeft het woord gevoerd en heeft ook vragen van het Gerecht beantwoord.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>1.3 Vonnis is bepaald op heden.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>HET GESCHIL</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>[Eiser] vordert dat het Gerecht - zo het begrijpt - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [verweerder] veroordeelt:</para>
      <para />
      <para>a. om aan [eiser] te betalen Afl. 1.800,-, te vermeerderen met wettelijke rente en voorts te vermeerderen met een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      <para />
      <para>b. in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>Verweerder] voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE VERDERE BEOORDELING </title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Ingevolge rechtsoverweging 2.7 van het tussenvonnis moest [eiser] ter zitting de vraag beantwoorden waarom hij meent dat [verweerder] aan hem Afl. 1.800,- verschuldigd is terwijl tussen partijen is afgesproken dat [verweerder] Afl. 500,- zou terugbetalen aan [eiser] voor niet of niet goed door [verweerder] uitgevoerde werkzaamheden aan het dak van de woning van [eiser].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3 [</nr>
      <para>Eiser] heeft ter zitting verklaard dat [verweerder] Afl. 1.800,- aan hem moet terugbetalen omdat achteraf is gebleken dat meer schade is toegebracht door [verweerder] aan het dak van de woning van [eiser]. Het Gerecht ziet in het licht van voormelde tussen partijen gemaakte afspraak echter geen grondslag om [verweerder] te veroordelen tot betaling aan [eiser] van Afl. 1.800,-. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4 [</nr>
      <para>Eiser] heeft onbetwist gesteld dat [verweerder] tot nog toe geen cent heeft terugbetaald aan hem. Dat betekent dat de vordering van [eiser] ten belope van Afl. 500,-- zal worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente zal, als zijnde niet door [verweerder] betwist, worden toegewezen vanaf veertien (14) dagen na betekening van dit vonnis aan [verweerder], nu gesteld noch gebleken is dat [verweerder] die rente vanaf een eerder moment verschuldigd is aan [eiser].</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>De door [eiser] gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen als zijnde onvoldoende onderbouwd. Gesteld noch is gebleken dat [eiser] dienaangaande meer werkzaamheden heeft verricht of laten verrichten dan die ter voorbereiding en instructie van deze zaak, waarin artikel 63a Rv voorziet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7 [</nr>
      <para>Verweerder] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser] tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,- aan verschotten (griffiegeld).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>veroordeelt [verweerder] om aan [eiser] te betalen Afl. 500,-, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis aan [verweerder] tot aan de dag van de volledige betaling;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>veroordeelt [verweerder] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 50,-;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>wijst af het meer of anders door [eiser] verzochte. </para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 23 april 2025 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>