<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2025:139</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-12T15:02:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202402692</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2025:139">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2025:139</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-12T15:01:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2025:139 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 21-05-2025 / AUA202402692</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2025:139:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Liefdesrelatie, lening vs schenking, bedreigging, onvoldoende weersproken, betalingsvoorstel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2025:139:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Vonnis van 21 mei 2025 </para>
    <para />
    <para>Behorend bij A.R. no. AUA202402692</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Eiser],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Aruba,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[Gedaagde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Aruba,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het inleidend verzoekschrift, met producties, van 26 juli 2024;</para>
      <para>- het in de Spaanse taal opgestelde antwoord van 16 oktober 2024;</para>
      <para>- de rolbeschikking van 13 november 2024;</para>
      <para>- het antwoord, met producties, van 29 januari 2025;</para>
      <para>- het vonnis van 19 februari 2025 waarbij een comparitie van partijen is bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 8 mei 2025. [Eiser] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd. [Gedaagde] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. [Eiser] heeft zijn standpunt nader toegelicht en vragen van het Gerecht beantwoord. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Vervolgens is vonnis bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>HET GESCHIL EN DE BEOORDELING</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>Eiser] vordert veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van [gedaagde] om aan hem te betalen het bedrag van Afl. 20.225,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2024 en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Aan zijn vordering heeft [eiser] ten grondslag gelegd dat hij voornoemd bedrag aan [gedaagde] heeft geleend, dat zij dit, ondanks toezeggingen daartoe, tot op heden niet heeft terugbetaald en dat zij daartoe wel is gehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Als niet, althans onvoldoende weersproken staat vast dat [gedaagde] in de periode van 20 oktober 2023 tot en met 12 december 2023 door middel van een 13 afzonderlijke betalingen een bedrag van in totaal Afl. 20.225,- van [eiser] heeft ontvangen. [Eiser] stelt dat hij dit geld aan [gedaagde] heeft geleend. [Gedaagde] heeft dit weersproken. Volgens haar hadden zij en [eiser] een liefdesrelatie en heeft [eiser] de gelden in dat kader aan haar heeft gegeven. [Eiser] heeft hiertegen vervolgens aangevoerd dat partijen weliswaar kortstondig een relatie hadden en dat hij [gedaagde] giften heeft gedaan, maar dat hij voor wat betreft deze onderhavige betalingen steeds uitdrukkelijk heeft gezegd dat het een lening betrof. [Gedaagde] heeft daarmee, zo stelt [eiser], steeds ingestemd en (onder meer ten overstaan van de door [eiser] ingeschakelde deurwaarder) toegezegd het geld terug te betalen (en daartoe ook een betalingsvoorstel van Afl. 400 per maand gedaan). Aangezien [gedaagde] niet ter comparitie is verschenen, heeft zij dit betoog van [eiser] niet weersproken. Gelet hierop en nu het betoog van [eiser] steun vindt in de door hem overgelegde stukken (waaronder de WhatsAppberichten tussen partijen) en [gedaagde] haar verweer dat het een schenking betrof op geen enkele wijze, met concrete, voor bewijs vatbare feiten en/of omstandigheden heeft onderbouwd, treft haar verweer geen doel en is voor bewijslevering geen plaats. Het voorgaande brengt mee dat als onvoldoende weersproken vast staat dat [eiser] een bedrag van in totaal Afl. 20.225,- aan [gedaagde] heeft geleend en dat zij is gehouden dit terug te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Voor het oordeel dat [gedaagde], zoals zij verder nog heeft betoogd en [eiser] heeft bestreden, de verschuldigdheid van de gelden aan [eiser] heeft erkend omdat zij door [eiser] werd bedreigd, zijn geen concrete aanknopingspunten gebleken. Ook heeft [gedaagde] geen feiten en/of omstandigheden aangedragen die het oordeel kunnen dragen dat zij zich door toedoen van [eiser] anderszins gedwongen heeft gevoeld om de schuld te erkennen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering van [eiser] wordt  toegewezen. De gevorderde wettelijke rente is niet weersproken en zal worden toegewezen zoals verzocht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6 [</nr>
      <para>Gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. Deze kosten worden aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op Afl. 215,- aan explootkosten, Afl. 750,- aan griffierecht en Afl. 2.000,- aan salaris gemachtigde.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van Afl. 20.225,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2024 tot de dag van de volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding en aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op Afl. 215,- aan explootkosten, Afl. 750,- aan griffierecht en Afl. 2.000,- aan salaris gemachtigde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 21 mei 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>