<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2023:95</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-25T13:46:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202202529</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2023:95">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2023:95</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-25T13:45:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2023:95 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 22-02-2023 / AUA202202529</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2023:95:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Huurachterstand. Betalingsonmacht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2023:95:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="2cc7474d-5a1d-413a-8860-2a1ce47ff91f" depth="67" width="51" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>Vonnis van 22 februari 2023 </para>
  <para>Behorend bij A.R. nr. AUA202202529 </para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>VONNIS </para>
    <para>in de zaak van:</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">[naam eiseres], </emphasis>
    </para>
    <para>wonende in Aruba, </para>
    <para>eiseres,</para>
    <para>hierna ook te noemen: [eiseres]</para>
    <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce, </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">[naam gedaagde], </emphasis>
    </para>
    <para>wonende in Aruba, </para>
    <para>gedaagde,</para>
    <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
    <para>procederende in persoon. </para>
  </parablock>
  <para>1. <emphasis role="bold">DE PROCEDURE</emphasis></para>
  <para>1.1 Het verloop van de procedure tot 26 oktober 2022 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. De bij dat vonnis gelaste comparitie van partijen na antwoord heeft plaatsgevonden op 11 januari 2023. Partijen zijn ter zitting verschenen, [eiseres] samen met haar gemachtigde. Zij hebben over en weer het woord gevoerd, [eiseres] mede aan de hand van toegelaten nadere producties, en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.</para>
  <parablock>
    <para>1.2 Vonnis is bepaald op heden.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>HET GESCHIL</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>[eiseres] vordert dat het Gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt:</para>
      <para />
      <para>a. om aan [eiseres] te betalen Afl. 21.000,-- uit hoofde van achterstallige huur, te vermeerderen met “<emphasis role="italic">een bedrag aan buitengerechtelijke incasso en additionele kosten en 3% aan wettelijke rente per jaar vanaf 12 mei 2017 tot de algehele voldoening daarvan</emphasis>”;</para>
      <para />
      <para>b. in de proceskosten “<emphasis role="italic">en de wettelijke rente over deze kosten tot de algehele voldoening daarvan</emphasis>”.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>gedaagde] voert verweer dat, voor zover voor de uitspraak van belang, bij de beoordeling aan de orde komt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het Gerecht volhardt in zijn in het tussenvonnis neergelegde overwegingen en beslissingen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Uit rechtsoverweging 2.6 van het tussenvonnis volgt dat [gedaagde] in hoofdsom Afl. 21.000,-- opeisbaar verschuldigd is aan [eiseres] aan achterstallige huur, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 12 mei 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>In rechtsoverweging 2.7 van het tussenvonnis is overwogen dat [gedaagde] ter zitting in elk geval de vraag dient te beantwoorden of hij na de indiening door [eiseres] van het inleidend verzoekschrift op 4 augustus 2022 nog betalingen heeft verricht op voormelde huurachterstand. [gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat dit niet het geval is. [eiseres] heeft dit bevestigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Het vorenstaande brengt mee dat de hiervoor onder a. omschreven vordering van [eiseres] zal worden toegewezen, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 12 mei 2017 tot aan de dag der algehele voldoening. Hierbij wordt nog overwogen dat betalingsonmacht aan de zijde van [gedaagde] hem niet kan ontslaan van zijn betalingsverplichtingen jegens [eiseres], en dat die onmacht evenmin in de weg kan staan aan een veroordeling van hem tot betaling van een geldsom. Het verweer van [gedaagde] om zijn schuld aan [eiseres] te matigen wordt verworpen, nu, zoals ter zitting aan [gedaagde] is uitgelegd, daar geen rechtsgrond voor bestaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De vordering van [eiseres] ter zake van vergoeding van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zal eveneens worden toegewezen, nu gebleken is dat [eiseres] te dezen meer werkzaamheden heeft verricht dan die ter voorbereiding van de gedingstukken en instructie van de zaak, waarvoor artikel 63a Rv een voorziening geeft. [eiseres] mocht in redelijkheid die werkzaamheden verrichten en de hierna vermelde op grond van het Procesreglement 2018 vastgestelde forfaitaire vergoeding daarvoor is ook redelijk.  [gedaagde] is te dezen een vergoeding verschuldigd aan [eiseres] van Afl. 1.500,-- (1,5 punten, tarief 4, ad Afl. 1.000,-- per punt).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6 [</nr>
      <parablock>
        <para>gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 450,-- aan griffierechten, Afl. 192,15 aan oproepingskosten en </para>
        <para>Afl. 2.000,-- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten, tarief 4 af Afl. 1.000,- per punt). De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf de 15de dag na betekening van dit vonnis aan [gedaagde].</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen Afl. 21.000,--, te vermeerderen met (1) wettelijke rente vanaf 12 mei 2017 tot de dag der algehele voldoening en (2) met </para>
    <para>Afl. 1.500,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.642,15, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf de 15de dag na betekening van dit vonnis aan [gedaagde];</para>
    <para />
    <para>- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>- wijst af het meer of anders door [eiseres] verzochte.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 februari 2023 in aanwezigheid van de 6griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>