<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2023:13</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-26T15:20:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202204289</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>CFN 2023/54 met annotatie van -</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2023:13">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2023:13</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-15T14:35:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2023:13 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 08-02-2023 / AUA202204289</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2023:13:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Lar - verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 54 van de Lar - loonsubsidie - Verzoekster heeft niet aangevoerd welke belangen zodanig spoedeisend zijn, dat een uitspraak op het beroep niet kan worden afgewacht. Evenmin heeft verzoekster aangevoerd welk onevenredig nadeel onmiddellijke uitvoering van de beschikking voor haar met zich brengt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2023:13:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="11f95050-4117-4fc3-9ffc-8f07a81c6307" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Uitspraak van 8 februari 2023</para>
    <para>Lar nr. AUA202204289</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek in de zin van artikel 54 van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GRAND CAFÉ TROPICAL N.V.,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>VERZOEKSTER,</para>
      <para>gemachtigde: drs. M.L. Hassell,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">DE MINISTER VAN FINANCIËN, ECONOMISCHE ZAKEN EN CULTUUR,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelend in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij beschikking van 27 januari 2022 heeft verweerder de loonsubsidie ten behoeve van verzoekster definitief vastgesteld. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hiertegen heeft verzoekster op 18 mei 2022 bezwaar gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beslissing van 22 november 2022 heeft verweerder het bezwaar van verzoekster nietontvankelijk verklaard.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hiertegen heeft verzoekster op 2 december 2022 beroep ingediend bij het gerecht. Verzoekster heeft op 2 december 2022 ook een verzoek in de zin van artikel 54 van de Lar ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is behandeld ter zitting van 18 januari 2023. Partijen zijn verschenen bij hun gemachtigden voornoemd. Tevens is namens verzoekster aanwezig A. Britten (directeur).  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <bridgehead role="italic">Het wettelijk kader</bridgehead>
    <para>1. Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. </para>
    <para>Ingevolge het tweede lid artikel kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van de indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het verzoek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Het verzoek strekt ertoe de beschikking van 22 november 2022 te schorsen totdat op het door verzoekster gemaakte bezwaar is beslist. Daartoe heeft verzoekster – kort gezegd – aangevoerd dat verweerder in strijd met de rechtspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie het bezwaar van 18 mei 2022 daarbij niet-ontvankelijk heeft verklaard, nu deze beslissing is genomen nadat eerder een fictieve weigering was ontstaan.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Het oordeel van het gerecht heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Anders dan verzoekster heeft aangevoerd, strekt de beschikking van 18 mei 2022 kennelijk niet tot terugvordering van enige ontvangen gelden. Verzoekster heeft niet aangevoerd welke belangen zodanig spoedeisend zijn, dat een uitspraak op het beroep niet kan worden afgewacht. Evenmin heeft verzoekster aangevoerd welk onevenredig nadeel onmiddellijke uitvoering van de beschikking van 18 mei 2022 voor haar met zich brengt. Reeds om deze reden ziet het gerecht geen grond voor schorsing van de beschikking van 18 mei 2022, zoals verzocht. Voorts heeft verzoekster niet betoogd dat en waarom de bij beschikking van 27 januari 2022 ten behoeve van verzoekster definitieve vastgestelde loonsubsidie onjuist is, zodat voorshands geen grond bestaat voor het oordeel dat deze beschikking uiteindelijk geen stand zal houden. Gelet hierop bestaat evenmin aanleiding voor het treffen van enige andere voorziening. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het verzoek wordt afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen grondslag.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 februari 2023 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.  </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>