<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2022:88</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-13T07:44:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">55 van 2022</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:88">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:88</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-13T07:43:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2022:88 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 03-03-2022 / 55 van 2022</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2022:88:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte wordt vrijgesproken van het verspreiden van kinderpornografische videoafbeelding(en).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2022:88:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Parketnummer: P-2020/00748	</para>
    <para>Zaaknummer: 	55 van 2022</para>
    <para>Uitspraak:	3 maart 2022		Tegenspraak</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Vonnis van dit Gerecht </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende in Aruba, [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 10 februari 2022. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.M. Paesch, advocaat in Aruba.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. W.E.M. van Erp, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van éénentachtig [81] dagen met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Haar vordering behelst voorts:</para>
      <para>de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen mobiele telefoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting– ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 24 januari 2020, te Aruba, één of meer video’s en/of afbeeldingen van telkens seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, in bezit heeft gehad en/of heeft verspreidt,</para>
      <para>immers heeft verdachte op en/of door middel van een mobiele telefoon, zakelijk weergegeven (onder meer),</para>
      <para>- een video-opname van drie jongens in de leeftijd van ongeveer 10 jaar tot en met ongeveer 13 jaar, waarin de jongste jongen gepenetreerd wordt door een andere jongen en de derde jongen pijpt (VID-20180627-WA0181) en/of,</para>
      <para>- een video-opname waarin een meisje van rond de 11 a 12 jaar oud met ontbloot onderlichaam voor de camera danst. Daarbij toont zij haar vagina, kont en ontbloot haar borsten (VID-20180707-WA0027) en/of,</para>
      <para>- een video-opname waarin een jongen van ongeveer 6 jaar oud seks heeft met een volwassen vrouw (VID-20181029-WA0045) en/of, verzonden en/of in bezit gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>artikel 2:196 Wetboek van Strafrecht van Aruba</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Formele voorvragen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Zij heeft aangevoerd dat de verdachte gedurende de periode van twee jaar videobeelden inhoudende kinderporno in zijn mobiele telefoon voorhanden heeft gehad en heeft verspreid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het Gerecht is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft verklaard dat hij deel uitmaakte van een groepschat in de applicatie whatsapp die hij op zijn mobiele telefoon gebruikte. Hij heeft verklaard dat hij door middel van deze groepschat ongevraagd een aantal videobeelden inhoudende kinderporno van anderen heeft ontvangen, maar dat hij deze videobeelden door middel van de ‘gallery’ applicatie van zijn telefoon heeft verwijderd. Ook heeft hij herhaaldelijk aan de deelnemers van de groepschat te kennen gegeven dat hij dergelijke videobeelden niet wenst te ontvangen. Dat zij toch weer op zijn telefoon zijn aangetroffen is volgens de verdachte te verklaren door de omstandigheid dat hij kort voor zijn aanhouding een nieuwe telefoon had aangeschaft, aangezien de oude defect was. Bij het opnieuw instellen van de whatsapp applicatie, zo begrijpt het Gerecht verdachtes uitleg, is de (automatisch) gemaakte online back-up van de oude gesprekken, inclusief alle via die applicatie ontvangen en verzonden videobeelden, weer op zijn nieuwe telefoon teruggezet. Verdachte heeft zich niet gerealiseerd dat het verwijderen van de videobeelden via de ‘gallery’ applicatie niet tot gevolg had dat deze ook uit de back-up werden verwijderd. Hij was daarom onwetend van de aanwezigheid van videobeelden op zijn nieuwe, nu inbeslaggenomen telefoon en heeft die derhalve niet opzettelijk in zijn bezit gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat er een aantal kinderpornografische videobeelden op de mobiele telefoon van de verdachte zijn aangetroffen staat, niet ter discussie. Het Gerecht staat echter voor de vraag of de verdachte deze kinderpornografische videobeelden opzettelijk in bezit heeft gehad, zoals vereist voor een veroordeling wegens overtreding van artikel 2:196 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba . De verdachte heeft hierover zowel bij de politie en ter zitting op consistente wijze een uitleg gegeven. Dat die uitleg niet juist kan zijn, volgt niet uit de bewijsmiddelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht acht deze verklaring van de verdachte ook overigens niet zonder meer ongeloofwaardig. Zijn stelling dat hij de desbetreffende videobeelden niet wilde ontvangen heeft hij aannemelijk gemaakt door het overleggen van screenshots  van diverse gesprekken waarin – naar het Gerecht aannemelijk acht –de verdachte aan de leden van groepschat mededelingen van die strekking doet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De omstandigheid dat ook een (gering) aantal kinderpornografische video’s zijn aangetroffen in de bestandsmap waarin de via whatsapp verzonden videobeelden worden opgeslagen, maakt dit niet anders. De hiervoor door de verdachte gegeven verklaring, dat dit videobeelden betreft die hij als voorbeeld van ongewenste beelden heeft (terug)gestuurd aan leden van de groepschat acht het Gerecht, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, evenmin zonder meer ongeloofwaardig. Dat de verdachte – zoals de officier ter zitting heeft aangevoerd – hiervan geen (screenshot van een) concreet voorbeeld heeft overgelegd kan in dit verband niet ten nadele van de verdachte komen. Zijn verklaring, inhoudende dat hij voor de aanlevering van de screenshots afhankelijk is van leden van de desbetreffende groepschat en niet zelf in die berichten kan zoeken naar voorbeelden, acht het Gerecht niet onaannemelijk.  Dat de verdachte niets meer met deze groepschat te maken wenst te hebben en daarom zelf geen toegang meer wenst tot de desbetreffende berichten, uit vrees dat hij dan wederom de onderhavige videobeelden op zijn inmiddels nieuw aangeschafte telefoon zou krijgen, is niet onbegrijpelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ervan uitgaande dat de verdachte videoafbeelding(en) als voorbeeld van ongewenste berichten heeft ‘teruggestuurd’ naar de leden van de groepschat, kan niet gezegd worden dat hij deze opzettelijk (verder) heeft verspreid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat er zodanige twijfel bestaat of de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, dat hij daarvan dient te worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In beslag genomen voorwerpen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zwarte mobiele telefoon van merk Samsung behorende aan de verdachte inhoudende pornografische videobeelden met kinderen is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu – zij het niet door verdachte – een strafbaar feit is begaan en dit een voorwerp van zodanige aard is  dat het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De toegepaste maatregel is gegrond op artikel 1:74 en artikel 1:75 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerecht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een zwarte mobiele telefoon van merk Samsung;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. W.C.E. Winfield, bijgestaan door mw. L.H. Hoogenbergen, (zittingsgriffier), en op 3 maart 2022 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>