<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2022:66</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-30T15:12:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202103085</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:66">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:66</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-30T15:12:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2022:66 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 22-03-2022 / AUA202103085</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2022:66:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EJ. Gezag meerderjarige moeder. Gezamenlijk gezag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2022:66:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a73b3cf0-5344-407f-86cb-6ae996f28099" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b6f0ab48-665f-48c2-91ea-5d574f6548b2" depth="96" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Beschikking van 22 maart 2022</para>
    <para>behorend bij EJ nr. AUA202103085</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[verzoeker]</emphasis>, </para>
      <para>wonende in Aruba, te [adres],</para>
      <para>VERZOEKSTER, </para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbenden:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam moeder]</emphasis>, de moeder,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam vader]</emphasis>, de vader,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">[naam minderjarige], </emphasis>geboren op [geboortedatum] in Aruba, </para>
      <para>de minderjarige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <para>De procedure blijkt uit:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift, ingediend op 22 oktober 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de mondelinge behandeling van 7 december 2021, waar zijn verschenen de moeder, de vader en verzoekster in persoon. Namens de Voogdijraad was aanwezig de heer <?linebreak?>[naam raadsonderzoeker].</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is nader bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Op [geboortedatum] is in Aruba uit de moeder geboren [naam minderjarige] (hierna: de minderjarige). De minderjarige is door de vader erkend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De moeder, die geboren is op [geboortedatum] in Aruba, was ten tijde van haar bevalling zelf minderjarig. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Inmiddels is de moeder meerderjarig.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het verzoek strekt tot het belasten van de moeder en de vader met het gezamenlijk ouderlijk gezag over de minderjarige. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De moeder was ten tijde van haar bevalling zelf minderjarig, zodat zij toen op grond van artikel 1:246 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) onbevoegd was om het gezag over de minderjarige uit te oefenen. Op grond van artikel 1:253b lid 2 BWA geldt dat de moeder die ten tijde van haar bevalling onbevoegd was tot het gezag, dit van rechtswege verkrijgt op het tijdstip waarop zij daartoe bevoegd wordt, tenzij een ander met het gezag is belast. Nu de moeder op 3 januari 2013 meerderjarig is geworden en op dat tijdstip niemand met het gezag over de minderjarige was belast, geldt dat de moeder vanaf die datum van rechtswege het gezag over de minderjarige heeft verkregen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoek om de ouders met het gezamenlijk ouderlijk gezag te belasten is gegrond op artikel 1:253c lid 1 BWA. Deze bepaling biedt de tot het gezag bevoegde vader, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de mogelijkheid om het gerecht te verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag dan wel hem alleen met het gezag over het kind te belasten. </para>
        <para>Indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met gezamenlijk gezag niet instemt, wordt het verzoek slechts afgewezen indien de rechter dit in het belang van het kind wenselijk oordeelt (lid 2). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De moeder stemt in met het verzoek. De Voogdijraad heeft geen bezwaren tegen het verzoek geuit. Nu ook overigens niet is gebleken dat gezamenlijk gezag door de ouders in het belang van de minderjarige onwenselijk moet worden geoordeeld, zal het gerecht het verzoek toewijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>belast de vader, [naam vader], en de moeder, [naam moeder], met het gezamenlijk ouderlijk gezag over de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven op dinsdag 22 maart 2022 door mr. A.J. Martijn, rechter in dit gerecht, in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>