<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2022:493</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-08T10:44:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202200816</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:493">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:493</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-08T10:43:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2022:493 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 07-11-2022 / AUA202200816</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2022:493:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis in de hoofdzaak en vonnis in het vrijwaringsincident.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2022:493:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f35c673a-3bfd-4292-af54-84e36f27822d" depth="111" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6d0d6e1a-7611-4d09-9484-b608d0d86dbd" depth="1116" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Vonnis van 7 december 2022</para>
    <para>Behorend bij A.R. no. AUA202200816</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de hoofdzaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING ZIEKENVERPLEGING ARUBA, </emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>hierna ook te noemen: SZA,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[gedaagde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba te Nijhoffstraat no. 113-H,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. J.A.R. Bryson,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en in het vrijwaringsincident van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[gedaagde],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende in Aruba te Nijhoffstraat no. 113-H,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. J.A.R. Bryson,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING ZIEKENVERPLEGING ARUBA, </emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba,</para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>hierna ook te noemen: SZA,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <bridgehead role="italic">in de hoofdzaak en in het vrijwaringsincident</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>-het verzoekschrift, met producties,</para>
        <para>-de incidentele conclusie van [gedaagde] tot oproeping in vrijwaring van [vrijwaring gedaagde] en tevens van eis in vrijwaring, met producties;</para>
        <para>-de incidentele antwoordconclusie van SZA;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN</title>
    <bridgehead role="italic">in de hoofdzaak</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>SZA vordert dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] veroordeelt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>-om aan SZA te betalen Afl. 7.424,--, te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 28 augustus 2019;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>-in de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>gedaagde] heeft nog niet geconcludeerd voor antwoord.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in het vrijwaringsincident</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Naast verlof tot kosteloos procederen vordert [gedaagde] dat het Gerecht bij vonnis (1) de oproeping in vrijwaring beveelt van <emphasis role="bold">[vrijwaring gedaagde]</emphasis> (hierna ook te noemen: [vrijwaring gedaagde], wonende in Aruba te [adres], teneinde (2) [vrijwaring gedaagde] in de vrijwaringszaak bij vonnis te veroordelen tot primair betaling aan [gedaagde] van al hetgeen [gedaagde] krachtens het vonnis in de hoofdzaak moet betalen of zal hebben betaald aan SZA en subsidiair tot betaling aan [gedaagde] van de helft van hetgeen [gedaagde] krachtens het vonnis in de hoofdzaak moet betalen of zal hebben betaald aan SZA;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>SZA voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [gedaagde] verzochte. SZA stelt daartoe kort gezegd dat toewijzing van de incidentele vordering van [gedaagde] onredelijke vertraging van de hoofdzaak zal opleveren. In dat licht brengt afweging van de belangen van partijen in het incident met zich dat de vordering van [gedaagde] moet worden afgewezen, aldus SZA.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING</title>
    <bridgehead role="italic">in het vrijwaringsincident</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Uit het door [gedaagde] overgelegde bewijs van onvermogen volgt dat hij niet in staat is om de kosten van deze procedure te dragen. Aan hem zal daarom verlof tot kosteloos procederen worden verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Anders dat SZA stelt valt naar het oordeel van het Gerecht niet te verwachten dat toewijzing van de incidentele vordering van [gedaagde] onredelijke vertraging gaat opleveren van de hoofdzaak. De overigens niet door SZA bestreden stellingen van [gedaagde] rechtvaardigen naar het oordeel van het Gerecht de oproeping in vrijwaring ingevolge artikel 71 Rv van Moreira. Die oproeping zal daarom worden bevolen als hierna te melden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De beslissing ten aanzien van de incidentele proceskosten zal worden aangehouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De hoofdzaak zal voor het nemen van conclusie van antwoord zijdens [gedaagde] worden verwezen naar de rolzitting van 17 januari 2023, zodat stukkenwisseling in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak telkens gelijktijdig kan geschieden, en zo ook mogelijke rolbeschikkingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Iedere (verdere) beslissing zal worden aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>DE UITSPRAAK</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">in het vrijwaringsincident	</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-beveelt de deurwaarder aan wie dit vonnis ter hand wordt gesteld om <emphasis role="bold">[vrijwaring gedaagde],</emphasis> wonende in Aruba te [adres], ten behoeve van [gedaagde] <emphasis role="bold">uiterlijk op vrijdag 16 december 2022</emphasis> in vrijwaring op te roepen om ter terechtzitting van <emphasis role="bold">woensdag 17 januari 2023 </emphasis>in de vrijwaringszaak te verschijnen en van antwoord te dienen op de hiervoor onder 2.3 sub (2) geformuleerde eis in vrijwaring van [gedaagde], onder gelijktijdige uitreiking aan haar van een afschrift van het inleidend verzoekschrift, de incidentele conclusie van [gedaagde] van oproeping en eis in vrijwaring en dit vonnis;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verleent aan [gedaagde] verlof tot kosteloos procederen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-houdt aan de beslissing ter zake van de incidentele proceskosten tot het eindvonnis in de hoofdzaak;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">in de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verwijst de hoofdzaak voor antwoord zijdens [gedaagde] naar de rolzitting van <emphasis role="bold">17 januari 2023</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-houdt aan iedere (verdere) beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 7 december 2022 in aanwezigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>