<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2022:453</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-31T11:48:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202102928</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:453">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:453</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-31T11:47:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2022:453 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 29-11-2022 / AUA202102928</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2022:453:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Familierecht. Eenhoofdig gezag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2022:453:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="cd45fd96-04c4-4ded-b77f-1afc40afc670" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1b54ad36-d005-4236-90be-cfede1f7a226" depth="96" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Beschikking van 29 november 2022</para>
    <para>behorend bij AUA202102928 EJ</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[verzoekster]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba te [woonadres],</para>
      <para>VERZOEKSTER, hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[verweerder]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba te [woonadres],</para>
      <para>VERWEERDER, hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van dit gerecht van <?linebreak?>9 november 2021. De verdere procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het rapport van de Voogdijraad van 8 juni 2022,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling ter zitting van 6 september 2022, waar zijn verschenen partijen in persoon. Ter zitting was tevens aanwezig, de raadsonderzoeker van de Voogdijraad, mevrouw [naam raadsonderzoeker]. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De uitspraak is nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 1:253n leden 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA), voor zover hier relevant, kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen het gezamenlijk gezag, bedoeld in artikel 1:251 lid 2 BWA, beëindigen indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd en hij gezag door één ouder in het belang van het kind wenselijk oordeelt. Alsdan bepaalt de rechter aan wie van de ouders voortaan het gezag over het kind toekomt.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Beoordeeld moet worden het verzoek van de moeder om haar met eenhoofdig gezag over de minderjarige, [naam minderjarige], geboren in Aruba op [geboortedatum] (hierna: de minderjarige) te belasten. De vader heeft dit verzoek bestreden en verzocht om gezamenlijk belast te blijven met het gezag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De Voogdijraad heeft op verzoek van het gerecht een rapport uitgebracht over welke gezagsvoorziening het meest in het belang van de minderjarige is. Uit het rapport van de Voogdijraad blijkt dat de vader sinds de echtscheiding nooit invulling heeft gegeven aan zijn gezag. Er is geen sprake van <emphasis role="italic">family life</emphasis>, aangezien de vader al vijf jaar geen omgang en ook geen contact meer heeft met de minderjarige. De minderjarige ziet zijn stiefvader als zijn vader en weet niet eens dat hij een “andere” vader heeft. Bovendien hebben de ouders al jaren geen communicatie met elkaar. Binnen afzienbare tijd is geen verandering hierin te verwachten. Volgens de Voogdijraad is het daarom niet wenselijk om het gezamenlijk gezag door de ouders te laten voortduren en adviseert om de moeder met eenhoofdig gezag te belasten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De man heeft de bevindingen van de Voogdijraad niet weersproken. Hij heeft verklaard wegens de covid19-pandemie niet in staat te zijn geweest de afgesproken omgang na te komen en dat de moeder hem thans belemmert in zijn pogingen tot omgang met de minderjarige. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Gelet op de bevindingen van de Voogdijraad, is het gerecht van oordeel dat in dit geval sprake is van een zodanige wijziging van omstandigheden, dat het in het belang van de minderjarige wenselijk is dat voortaan alleen de moeder met het gezag over hem wordt belast. Het verzoek van de moeder zal dan ook worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>De proceskosten zullen worden gecompenseerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>beëindigt het gezamenlijk gezag van de ouders en bepaalt dat het ouderlijk gezag over [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in Aruba, voortaan alleen aan de moeder, [verzoekster], toekomt,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Martijn, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 29 november 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>