<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2022:389</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-08T15:51:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202003392</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:389">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:389</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-08T15:50:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2022:389 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 04-10-2022 / AUA202003392</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2022:389:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EJ. Omgangsregeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2022:389:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="adf215a8-56a2-4d22-af85-34220278e2fe" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1f7e6a48-0f91-4d71-95d8-e70f3e3b31fb" depth="96" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Beschikking van 4 oktober 2022					</para>
    <para>Behorend bij E.J. no. AUA202003392</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[verzoekster]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Aruba,</para>
      <para>VERZOEKSTER, </para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstjin,	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[verweerder]</emphasis>,</para>
      <para>wonende in Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>procederende in persoon.				</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit de proces-verbaal van 1 februari 2022 van dit gerecht. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het onderzoeksrapport van de Voogdijraad van 21 mei 2022,</para>
      <para>- de mondelinge behandeling ter zitting van 23 augustus 2022, waar zijn verschenen de ouders in persoon en bijgestaan door hun gemachtigden. Ter zitting was tevens aanwezig de raadsonderzoeker van de Voogdijraad, de heer [naam raadsonderzoeker]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>DE VERDERE BEOORDELING</title>
    <bridgehead role="italic">Omgang</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Uitgangspunt is dat het in het algemeen in het belang van een kind is te achten dat het contact heeft met de niet-verzorgende ouder en in beginsel hebben beiden ook recht op omgang met elkaar, tenzij zwaarwegende belangen van het kind zich daartegen verzetten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>De Voogdijraad heeft het volgende in haar onderzoek geschreven.</para>
        <para>De minderjarige woont bij vader. Ze heeft psychische hulpverlening nodig in verband met de traumatische ervaringen en de jarenlange instabiliteit die ze heeft meegemaakt. Vader dient opvoedondersteuning te krijgen in verband met het pubergedrag van de minderjarige. Hij wordt regelmatig agressief en dreigt met fysieke agressie. Hij lijkt zich onvoldoende bewust van de schade voor de ontwikkeling van de minderjarige van dit gedrag. Hij wilt zelf hulp ontvangen om beter met de minderjarige om te kunnen gaan.</para>
        <para>Moeder wilde niet meewerken aan het onderzoek. Het is niet gelukt om de omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarige te evalueren. Huisbezoeken en langs komen tijdens omgangsmomenten wilde moeder niet meewerken gezien er al eerdere onderzoeken verricht waren en al hulpverleners bij haar thuis zijn geweest. Er was een paar keer dat moeder niet thuis was op de afgesproken dagen.</para>
        <para>De minderjarige zelf wenst geen vaste omgang met moeder. Ze wil zelf bepalen wanneer zij zin heeft om naar moeder te gaan. Vader laat het aan de minderjarige over om zelf te kiezen of zij wel of niet naar moeder wil gaan. De minderjarige lijkt omgang met moeder te gebruiken om te vluchten uit de thuissituatie bij vader en vervolgens vlucht ze uit de thuissuatie bij moeder. </para>
        <para>Het is de Voogdijraad niet gelukt om de structurele omgangsmomenten bij moeder te evalueren.</para>
        <para>De Voogdijraad heeft geadviseerd om de omgang open te laten en dat ouders zich houden aan de afspraken gemaakt in het veiligheidsplan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de stukken en wat op de zitting is besproken blijkt dat de minderjarige lijdt onder de jarenlange ruzies van de ouders en dat ze door beide ouders wordt beïnvloed. De minderjarige heeft de nodige rust, stabiliteit en veiligheid nodig. Ze woont nu bij vader. De huidige woonsituatie dient dan ook te worden gecontinueerd waardoor ze voldoende rust en stabiliteit krijgt. Gezien de conflictsituatie en de communicatieproblemen tussen de ouders is terugkeer naar moeder niet meer mogelijk en wenselijk. Nu de moeder wisselend is in de samenwerking met de hulpverlening, is het in belang van de minderjarige dat er voor haar en haar ouders duidelijkheid bestaat over haar opvoedingsperspectief voor de toekomst. Het gerecht is gelet op het voorgaande van oordeel dat de hoofdverblijfplaats bij de vader zal blijven. Derhalve zal het verzoek om de hoofdverblijfplaats bij de moeder te bepalen worden afgewezen. </para>
        <para>Gelet op het vorenstaande zal het gerecht in het belang van de minderjarige de omgangsregeling zoals vastgelegd in het proces-verbaal van 1 februari 2022 tussen de moeder en de minderjarige bepalen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het gerecht zal gelet hierop conform het proces-verbaal van 1 februari 2022 de omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarige vaststellen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Gelet op het door de man overgelegde bewijs van onvermogen van 27 mei 2020, zal aan hem toelating worden verleend om kosteloos te procederen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>De proceskosten zullen worden gecompenseerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BESLISSING</title>
    <para>Het gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent de moeder toelating om kosteloos te procederen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de omgangsregeling tussen de moeder en de dochter als volgt:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de ene week (om en om) vanaf donderdag na afloop van de school tot zaterdag 19.00 uur,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de andere week (om en om) vanaf vrijdag na afloop van de school tot zondag 19.00 uur,</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Keltjens, rechter, ter zitting van 4 oktober 2022 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>