<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2022:379</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-07T13:53:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202102681</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:379">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:379</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-07T13:52:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2022:379 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 24-08-2022 / AUA202102681</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2022:379:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Civiel. Betalingsbevel, kwaad opposant.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2022:379:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7d662aa7-7af0-4327-876f-e3426625db08" depth="111" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b4ec8eb9-6600-41bf-9b68-bcfaccde63e2" depth="1116" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Vonnis van 24 augustus 2022</para>
    <para>Behorend bij B.B. nr. AUA202102681</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VONNIS op het verzet van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[opposant],</emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba,</para>
      <para>opposant,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [opposant],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. A.E.A. Hernandez,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">[geopposeerde], </emphasis>
      </para>
      <para>te Aruba, </para>
      <para>geopposeerde,</para>
      <para>hierna ook te noemen: [geopposeerde],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Croes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para />
      <para>- het op 3 februari 2021 ter griffie ingediende (oorspronkelijke) tegen [opposant] gerichte verzoekschrift van [geopposeerde], met producties;</para>
      <para>- het bij verstek uitgesproken betalingsbevel van dit Gerecht van 26 mei 2021 onder zaaknummer B.B. AUA202100273 (hierna: het betalingsbevel waarvan verzet), waarbij [opposant] uitvoerbaar bij voorraad is bevolen tot betaling aan [geopposeerde] van Afl. 10.000,-- te vermeerderen met (1) wettelijke rente gerekend vanaf 12 augustus 2020 tot de dag der voldoening en (2) Afl. 1.500,-- aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Verder is [opposant] uitvoerbaar bij voorraad bevolen tot betaling aan [geopposeerde] van zijn proceskosten begroot op Afl. 50,--;</para>
      <para>- het op 17 september 2021 ter griffie ingediende verzetschrift van [opposant], met één productie;</para>
      <para>- de op 10 november 2021 door [geopposeerde] genomen conclusie van antwoord in oppositie, met producties;</para>
      <para>- de op 23 maart 2022 door [opposant] genomen conclusie van repliek in oppositie, met producties;</para>
      <para>- de op 21 april 2022 door [geopposeerde] genomen akte uitlating producties.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vonnis nader bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>HET GESCHIL IN OPPOSITIE</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>opposant] vordert dat het Gerecht (zo het begrijpt) bij vonnis hem goed opposant verklaart, het betalingsbevel waarvan verzet vernietigt en - opnieuw rechtdoende - de oorspronkelijke vorderingen van [geopposeerde] alsnog afwijst.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2 [</nr>
      <para>geopposeerde] voert verweer en concludeert dat - zo het Gerecht begrijpt - [opposant] tot kwaad opposant moet worden verklaard en tot bevestiging van het betalingsbevel waarvan verzet. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voor zover voor de beslissing van belang worden de stellingen van partijen hierna besproken.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>DE BEOORDELING IN OPPOSITIE</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1 [</nr>
      <para>opposant] heeft onbestreden gesteld dat hij eerst op 6 september 2021 kennis heeft genomen van het betalingsbevel waarvan verzet. Dat betekent dat [opposant] tijdig in verzet is gekomen en daarom daarin ontvankelijk is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Ingevolge artikel 18c Rv rustte op [opposant] de wettelijke verplichting om bij gelegenheid van verzetschrift alle voor de uitkomst van deze procedure van belang zijnde feiten en omstandigheden (bij wijze van verweer) aan te voeren. Eerst dan kan immers een volwaardig partijdebat plaatsvinden. Krachtens dezelfde wettelijke bepaling kan het Gerecht aan schending van die wettelijke verplichting de hem juist voorkomende gevolgtrekking verbinden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Bij gelegenheid van verzetschrift heeft [opposant] de vorderingen van [geopposeerde] volstrekt ongemotiveerd betwist. [opposant] heeft om voor hem moverende reden volstaan met een blote ontkenning van de in het oorspronkelijke verzoekschrift van [geopposeerde] neergelegde stellingen, en niet meer dan dat. Aldus heeft [opposant] de hiervoor omschreven wettelijke verplichting grovelijk geschonden. Die schending brengt met zich dat geen sprake is van een volwaardig partijdebat tussen partijen. Dit klemt temeer omdat [opposant] eerst bij gelegenheid van repliek in oppositie (1) met bevrijdende stellingen komt aanzetten en (2) zich beroept op verrekening, terwijl [geopposeerde] daarop niet in volle omvang heeft kunnen reageren. De het Gerecht in dat licht juist voorkomende gevolgtrekking aan het schenden door [opposant] van bedoelde wettelijke verplichting is dat de stellingen van [geopposeerde] in zijn oorspronkelijke verzoekschrift als zijnde niet tijdig gemotiveerd betwist komen vast te staan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Die vaststaande stellingen brengen naar het oordeel met zich dat het verzet van [opposant] van het Gerecht van [opposant] ongegrond is, [opposant] tot kwaad opposant zal worden verklaard en dat het betalingsbevel waarvan verzet zal worden bevestigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5 [</nr>
      <para>opposant] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden verwezen in de proceskosten van [geopposeerde] in oppositie, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-- aan salaris voor de gemachtigde (2,5 punten, tarief 4 ad Afl. 1.000,-- per punt).</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>DE BESLISSING IN OPPOSITIE</title>
    <para>Het Gerecht:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>-verklaart [opposant] kwaad opposant;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-bevestigt het betalingsbevel waarvan verzet; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-veroordeelt [opposant] in de kosten van deze verzetprocedure gevallen aan de zijde van [geopposeerde], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,--.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 24 augustus 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>