<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2022:366</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-07T11:57:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202201762</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:366">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:366</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-07T11:55:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2022:366 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 06-09-2022 / AUA202201762</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2022:366:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EJ. Arbeid. Geen sprake van een gewichtige reden die de verzochte ontbinding rechtvaardigt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2022:366:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="acc51db5-17d8-4cba-9d5e-5d01eff41ec0" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="cc59fe4d-3c50-4d84-8dbd-ab8577a737cc" depth="96" width="96" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Beschikking van 6 september 2022</para>
    <para>Behorend bij E.J. nr. AUA202201762</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">S. JANSEN CONSULTANCY, RECRUITMENT &amp; SERVICES N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd in Aruba, </para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>hierna te noemen: Jansen Consultancy,</para>
      <para>vertegenwoordigd door haar bestuurder [J],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">[Naam verweerster]</emphasis>,</para>
      <para>wonend in Aruba, </para>
      <para>verweerster,</para>
      <para>hierna te noemen: [verweerster],</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. C.S. Edwards.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DE PROCEDURE</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het verzoekschrift met producties, ingediend op 10 juni 2022;</para>
      <para>- het e-mailbericht van de gemachtigde van [verweerster] van 11 augustus 2022 met </para>
      <para>	producties;</para>
      <para>- de pleitnota zijdens [verweerster] ingediend ter zitting;</para>
      <para>- de behandeling van de zaak ter zitting van 12 augustus 2022, waarbij [verweerster] in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde, is verschenen. Jansen Consultancy is, hoewel daartoe deugdelijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De datum voor de beschikking is bepaald op heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>DE VASTSTAANDE FEITEN</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1 [</nr>
      <para>verweerster] is op 27 maart 2019 op grond van een arbeidsovereenkomst bij Jansen Consultancy in dienst getreden. [Verweerster] was feitelijk werkzaam bij het restaurant Tulip in de functie van <emphasis role="italic">first cook</emphasis>. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij brief van 30 november 2021 heeft Jansen Consultancy de arbeidsovereenkomst met [verweerster] met onmiddellijke ingang opgezegd, omdat er geen werk meer is voor [verweerster] bij het restaurant waar zij feitelijk werkzaam is. Reden daarvoor is dat dat restaurant sinds het sluiten daarvan tijdens de coronapandemie geen openingsdatum heeft, aldus de brief.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Bij brief van 17 februari 2022 heeft [verweerster] de nietigheid van het ontslag ingeroepen, zich bereid verklaard de bedongen werkzaamheden te blijven verrichten en is Jansen Consultancy gesommeerd om haar loon door te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>HET VERZOEK</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Jansen Consultancy verzoekt het gerecht om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2 [</nr>
      <para>Verweerster] heeft verweer gevoerd en verzoekt het Gerecht primair om het verzoek tot ontbinding af te wijzen, subsidiair, voor het geval het Gerecht bepaalt om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, om een billijke vergoeding toe te kennen, kosten rechtens.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">4. </emphasis>
          <emphasis role="bold underline">DE BEOORDELING</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Op grond van artikel 7:685 BW is ieder van de partijen te allen tijde bevoegd zich tot het Gerecht te wenden met het verzoek om de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen te ontbinden. Sprake moet zijn van een gewichtige reden bestaande uit een uitgestelde dringende reden of van veranderingen in de omstandigheden die van dien aard zijn dat de dienstbetrekking dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Naar het Gerecht begrijpt heeft Jansen Consultancy aan het verzoek ten grondslag gelegd dat sprake is van een gewichtige reden bestaande uit verandering van omstandigheden. Jansen Consultancy stelt in dit verband dat Tulip restaurant, waar [verweerster] feitelijk werkzaam was, gesloten is en geen openingsdatum heeft, dat de overheid de loonsubsidie stop heeft gezet en Jansen Consultancy geen mogelijkheid heeft om [verweerster] elders werkzaamheden te laten verrichten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3 [</nr>
      <para>Verweerster] betwist dat sprake is van een gewichtige reden die de ontbinding rechtvaardigt. [Verweerster] betwist daartoe in de eerste plaats dat zij bij Tulip restaurant geen werkzaamheden kan verrichten. Ter onderbouwing hiervan verwijst [verweerster] naar vacatures van dit restaurant, waarbij onder meer haar eigen functie van <emphasis role="italic">first cook</emphasis> gepubliceerd is. Verder stelt [verweerster] dat Jansen Consultancy haar ook elders kan plaatsen, nu het toerisme op Aruba weer is aangetrokken en Jansen Consultancy op grond van haar doelstelling daartoe bevoegd is. Ook heeft zij altijd naar behoren heeft gefunctioneerd, aldus [verweerster]. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Naar het oordeel van het Gerecht is geen sprake van een gewichtige reden die de verzochte ontbinding rechtvaardigt. Blijkens de arbeidsovereenkomst is [verweerster] in dienst bij Jansen Consultancy. Gesteld noch gebleken is dat Jansen Consultancy [verweerster] niet elders werkzaamheden kan doen verrichten. Bovendien is de stelling van Jansen Consultancy dat er geen werk meer is voor [verweerster], omdat Tulip restaurant gesloten is, door [verweerster] gemotiveerd betwist. [Verweerster] heeft onweersproken gesteld dat de vacature van onder meer haar eigen functie bij hetzelfde restaurant in mei 2022 nog is gepubliceerd. De vordering van Jansen Consultancy tot ontbinding zal dan ook worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Jansen Consultancy zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, gevallen aan de zijde van [verweerster] tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.250,- aan salaris voor de gemachtigde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Gezien het overgelegde bewijs van onvermogen, zal aan [verweerster] verlof worden verleend om kosteloos te procederen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">5. </emphasis>
          <emphasis role="bold underline">DE BESLISSING</emphasis>
        </para>
        <para>De rechter in dit Gerecht:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>verleent aan [verweerster] verlof om kosteloos te procederen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>wijst het door Jansen Consultancy gevorderde af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>veroordeelt Jansen Consultancy in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] vastgesteld op Afl. 1.250,- aan salaris voor de gemachtigde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en werd in het openbaar uitgesproken op dinsdag 6 september 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>