<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:OGEAA:2022:350</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-04T18:12:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" psi:resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/GEA Aruba" scheme="psi.rechtspraak">Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AUA202201277</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>CFN 2022/102 met annotatie van -</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:350">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2022:350</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-27T12:25:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:OGEAA:2022:350 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba , 19-10-2022 / AUA202201277</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:OGEAA:2022:350:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Loonsubsidie - verweerder heeft de bezwaren terecht niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:OGEAA:2022:350:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="fb040cd2-2e72-4b96-9a79-7837f5183e2a" depth="1140" width="48" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Uitspraak van 19 oktober 2022</para>
    <para>Lar nr. AUA202201277</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>UITSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in de zin van de </para>
      <para>Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">FELIPE CONSTRUCTION &amp; CONSULTANCY N.V.,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonend in Aruba,</para>
      <para>APPELLANTE,</para>
      <para>gemachtigde: de advocaat mr. D.M. Canwood,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gericht tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, COMMUNICATIE EN DUURZAME ONTWIKKELING,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>zetelend te Aruba,</para>
      <para>VERWEERDER,</para>
      <para>gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij beschikking van 28 juni 2021 heeft verweerder beslist inzake de definitieve vaststelling van de loonsubsidie over de maand november 2020, en een eerder toegekend voorschot teruggevorderd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 30 september 2021 heeft verweerder beslist inzake de definitieve vaststelling van de loonsubsidie over de maand mei 2020, en een eerder toegekend voorschot teruggevorderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen beide beschikkingen heeft appellante op 3 maart 2022 bezwaar gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij onderscheiden beslissingen op bezwaar van 28 maart 2022 heeft verweerder de aldus gemaakte bezwaren nietontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daartegen heeft appellante op 6 mei 2022 beroep ingesteld bij dit gerecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 17 augustus 2022 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Het gerecht heeft het beroep behandeld ter zitting van 7 september 2022, alwaar is verschenen verweerder bij de gemachtigden voornoemd. Appellante is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1. Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Lar bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken en gaat deze termijn in op de dag na die waarop de beschikking is gedagtekend. </para>
    <para>Ingevolge artikel 12, eerste lid, van de Lar wordt een bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard indien het is ingediend voordat de termijn is ingegaan of nadat de termijn is verstreken. </para>
    <para />
    <para>2. Appellante betoogt dat verweerder de bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daartoe voert zij aan dat verweerder nimmer uitdrukkelijk op de aanvragen tot toekenning van loonsubsidie over de maanden mei en november 2020 heeft beslist. </para>
    <para />
    <para>3. Het gerecht overweegt als volgt. In de onderscheiden bezwaarschriften van 3 maart 2022 is onder meer vermeld: “Hiermee teken ik bezwaar tegen u beslissing omtrent het terug vorderen van de aan ons gegeven loon subsidie<emphasis role="italic">”. </emphasis>Als grond van bezwaar wordt daartoe voorts aangevoerd het omzetverlies in de maand mei 2020 onderscheidenlijk november 2020. Gegeven deze formulering, is het gerecht van oordeel dat de bezwaren gericht zijn tegen voormelde beschikkingen van 28 juni 2021 en van 30 september 2021. In de bezwaarschriften wordt voorts geen melding gemaakt van het uitblijven van een beslissing op enige aanvraag. Het betoog van appellante mist in zoverre dan ook feitelijke grondslag. </para>
    <parablock>
      <para>Uitgaande van de dagtekeningen van voormelde beschikkingen op 28 juni 2021 en op </para>
      <para>30 september 2021, waren de bezwaartermijnen ten tijde van het indienen van de onderscheiden bezwaarschriften op 3 maart 2022 reeds verstreken. Gesteld noch gebleken is dat en waarom de termijnoverschrijding verschoonbaar dient te zijn in de zin van artikel 28, derde lid, van de Lar. Verweerder heeft de bezwaren dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Het beroep is ongegrond. </para>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De rechter in dit gerecht:</para>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 oktober 2022 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken). </para>
      <para>Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen: </para>
    </parablock>
    <para>1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak; </para>
    <para>2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende: </para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,</para>
    <para>b. de dag van ondertekening,</para>
    <para>c. waartegen u in hoger beroep komt, </para>
    <para>d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>